Beginnende dementie

Brandweerlieden worden van tijd tot tijd getest, maar intellectuelen worden nooit nagekeken op cognitieve vaardigheden. Met een test kan beginnende dementie worden aangetoond.

Oudere mensen vergeten namen en telefoonnummers. Ook verliezen ze snel hun concentratievermogen. Bij sommigen is dat al merkbaar na het 45ste levensjaar, maar anderen krijgen er pas op zeer hoge leeftijd last van.

De achteruitgang van cognitieve functies hoort tot op zekere hoogte bij ouderdom, maar het kan ook pathologische vormen aannemen en heet dan dementie. Niemand weet waar de grens ligt tussen normale en ziekelijke geheugenachteruitgang.

In de Verenigde Staten komt binnenkort een korte psychologische test op de markt om die lichte achteruitgang te kunnen meten. Daarmee zouden grote groepen mensen kunnen worden gescreend. De testpersoon moet zijn antwoorden op een personal computer intoetsen en is daar ongeveer een uur mee bezig.

Psychologen van Harvard University (Cambridge, Massachusetts) ontwikkelden deze Assessment of Cognitive Skills Test (ACS) om de normale ouderdomsachteruitgang van hersenfuncties te kunnen onderscheiden van lichte vormen van dementie. De test is bedoeld voor intellectuelen en beoordeelt geen specifieke kennis, maar de vaardigheid in herinneren, onthouden en redeneren.

Vijftig gepensioneerde Harvard-stafleden waren de proefpersonen in de ontwikkelingsfase. De normering ontstond in experimenten met 1101 artsen in Florida, in leeftijd variërend van 28 tot 92 jaar. Nadat op die groep de waarschijnlijkheidscurve was vastgesteld volgde een "gouden standaard test'. Vijftig mensen waarbij na uitgebreid testen niets aan de hand was gebleken en vijftig gedocumenteerd licht-gedementeerden, werden met de ACS-test in 90 van de 100 gevallen in de goede groep geplaatst.

Prof. Douglas Powell, leider van het team van Harvard dat de test ontwikkelde: ""We weten nu dat we een goede normering hebben en dat de ACS-test vrij kleine verschillen in cognitieve vaardigheden snel aan het licht kan brengen. Maar ik denk niet dat veel intellectuelen ons dat in dank zullen afnemen.

Vergrijzende samenleving

Brandweermannen worden in de VS vanaf een bepaalde leeftijd fysiek getest om te kijken of ze in functie mogen blijven. Met enkele andere groepen in dienstverlenende beroepen zijn zij de enigen die op middelbare leeftijd regelmatig worden getest. Intellectuelen echter - artsen, rechters, advocaten, onderzoekers - worden nooit nagekeken.

Veel intellectuelen krijgen in de nabije toekomst, met een vergrijzende samenleving, de gelegenheid om langer te blijven werken, veel willen dat liever dan gepensioneerd de dagen slijten en zijn daar ook fysiek toe in staat. Op zeventigjarige leeftijd zijn zij er lichamelijk veel beter aan toe dan hun ouders toen die zo oud waren. Door de vergrijzing kan het zelfs weer noodzakelijk worden dat mensen langer blijven werken.

Het is alleen de vraag of het verantwoord is dat die hoofdarbeiders tot op hoge leeftijd hun baan houden. Sommigen zullen op gegeven moment brokken gaan maken, maar bij artsen en advocaten valt dat minder snel op dan bij brandweermannen die niet meer zo snel de ladder op kunnen.

In Nederland gaan de meeste mensen die intellectuele arbeid doen op hun 65-ste met pensioen en vaak een paar jaar eerder al met de VUT. Maar bij de Tussenbalans is de variabele pensioenleeftijd ter sprake gebracht. Wie vrij gevestigd is, advocaat of arts, kon al doorwerken. Soms wordt een tachtigjarige arts berispt omdat hij een patiënt te ouderwets heeft behandeld, of omdat hij slechts geld verdiend heeft met het voorschrijven van grote hoeveelheden rohypnol en andere middelen die op de vrije markt gretig aftrek vinden.

Voor de Harvardpsychologen was de opdoemende grijskoppige samenleving de belangrijkste aanleiding om de test te ontwikkelen. Nu hij af is laten ze het aan de maatschappij over om te beslissen of hij de goede scherprechter voor functioneel ontslag is. Een scherpe grens tussen normaal en pathologisch oud trekken de ontwerpers niet.

Powell: ""Voor verschillende beroepen kun je bovendien aan nog andere criteria denken. Onderzoekers boven de 65 of 70 zouden door peer review of aan de hand van hun publicatielijsten en citaties kunnen worden beoordeeld.''

Powell gelooft niet dat de test in de VS snel voor hele beroepsgroepen verplicht zal worden gesteld: ""Ik denk eerder aan zelfonderzoek. Wij hebben in ieder geval een protocol ontwikkeld waarin de noodzakelijke begeleiding wordt omschreven. Ik geef toe dat er geen behandeling voor een eventueel vastgesteld verminderd cognitief vermogen is, maar de afhandeling kun je wel protocolleren.''

Wie zelfonderzoek doet en dat om de paar jaar zou willen herhalen hoeft niet al te bang te zijn voor een leereffect; bij herhaling na een paar dagen is de score veel hoger, maar na 100 dagen is daar nog maar 4% van over.

Puikje

Bij de groep van 1101 artsen, waar de test op is genormeerd, waren de cognitieve vaardigheden van de 75-plussers gemiddeld 34% lager dan bij de 35-minners. Opvallender was echter de toename van de standaarddeviatie met de leeftijd. Het puikje onder de 75-plussers denkt, redeneert, rekent en onthoudt net zo goed, en is even alert als de gemiddelde 35-jarige. Bij de bejaarden is de spreiding in de score ruim tweemaal zo groot en de curve is erg asymmetrisch. Er zijn ouderen die erg laag scoren.

Niet alle onderdelen van de ACS-test zijn op dezelfde manier gevoelig voor de leeftijd. Sommige vaardigheden worden lineair met de leeftijd minder. Het reproduceren van de positie van ingevulde hokjes in een patroon van drie bij drie hokjes of, moeilijker, vijf bij vijf vakjes direct nadat het voorbeeld van het scherm is verdwenen wordt ieder jaar lastiger. Ook adressen onthouden is voor veertigers al moeilijk. Getallen in omgekeerde volgorde zetten en het aantal kubusjes in een ruimtelijke figuur tellen gaat echter tot op hoge leeftijd goed, maar die kunde stort dan op gegeven moment dramatisch in.

Om er zeker van te zijn dat de test alleen het effect van veroudering meet en niet iets anders vergeleek prof. Sandra Weintraub bij de geteste 1101 artsen de hoogste en laagste tien scoorders in zes leeftijdscategorieën met elkaar.

De gezonde geest blijkt niet noodzakelijk een gezond lichaam nodig te hebben. Patiënten met hoge bloeddruk, met diabetes, met kanker, lijdend aan depressies en geneesmiddelenslikkers scoorden niet slechter dan gezonde mensen.

Het verschil tussen de hoogste en laagste score bij de jongeren ontstond vooral op de onderdelen waarbij geheugen en redeneren werden getest. De ouderen verschilden in aandachtsvermogen en geheugen.

Betaald werk hebben was een doorslaggevende onderscheidende factor tussen hoge en lage scoorders onder de 65-plussers. Van de 19 lage scoorders werkten er nog 4; onder de 20 hoge scoorders waren er nog 12 met een baan.

Rust roest luidt in kort Nederlands de verklaring daarvoor. ""Use it or loose it'', zeggen de Amrikanen. Maar de psychologen geloven daar niet in. Weintraub: ""Het ligt meer voor de hand om te zeggen dat ze cognitief in orde zijn, waardoor ze nog aan het werk konden blijven.''

Blijft de vraag hoe het komt dat sommige mensen tot op hoge leeftijd scherp blijven. Weintraub: ""We weten het niet. Aan voeding of fysieke activiteit ligt het niet. We weten ook niet hoe de hersenen er uit zien van de ouderen die nog helder zijn, of van bejaarden die een beetje zijn gedementeerd want daarbij wordt zelden autopsie verricht. Het pathologisch-anatomisch onderzoek is tot nu toe vooral gericht geweest op verlies van functie en niet zozeer op minder functioneren.''