Athene voelt zich in isolement na verkiezingsuitslag Bulgarije; "Grieks closetpapier wordt ons gebruikt teruggestuurd'

ATHENE, 23 JAN. Met enige gelatenheid hebben de Grieken kennis genomen van de uitslag van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Bulgarije, die de filosoof Zjeljoe Zjelev aan de macht hielden met een voorsprong van zeven procent op zijn rivaal, de door de voormalige communisten gesteunde Velko Valkanov. Tot het laatst waren zij blijven hopen dat zijn reputatie van "Turkenvriend' Zjelev in het zand zou doen bijten. Nu dit niet is gebeurd, beseffen ze dat ze er een zeer problematische buur bij hebben gekregen. Zowel regering als president blijkt door de ruim één miljoen Turkssprekende Bulgaren, verenigd in de "Beweging voor Rechten en Vrijheden' in het zadel te worden gehouden en dat betekent in Griekse ogen dat Sofia, nog twee jaar geleden een soort bondgenoot voor Athene, nu een bondgenoot van Ankara is geworden.

Dat een overwinning van Valkanov wellicht omvangrijke onlusten, met als mikpunt de Turkse minderheid, ten gevolge zou hebben gehad, laat de Grieken betrekkelijk onverschillig, zoals ze ook niet wakker lagen van de onderdrukking die deze minderheid ten deel viel onder president Zjivkov, aan wie ze met gevoelens van nostalgie terugdenken.

Sommige Griekse oppositiebladen kunnen de verleiding niet weerstaan, premier Mitsotakis en diens partij, Nieuwe Democratie, te honen wegens het feit dat dezen Zjelevs Unie van Democratische Krachten materieel hebben gesteund bij haar eerste verkiezingscampagne, onder andere met papier, inclusief closetpapier. “Dat laatste wordt ons nu gebruikt teruggestuurd”, stelt het satirische weekblad Pondiki (muis) niet al te fris.

Gedoeld wordt op het feit dat het Bulgarije van Zjelev vorige week als eerste het door de Grieken verwenste Macedonië heeft erkend, zij het dat zijn minister van buitenlandse zaken, Stojan Galev, de haast waarmee dit gebeurde daags daarna ook betreurde. Sindsdien is er eigenlijk geen dag verstreken zonder dat er op en rond de Balkan iets gebeurde dat Athene moest verontrusten. Gisteren kwam er ook zowat een einde aan de Griekse hoop op verwezenlijking van een klein Joegoslavië waarin Macedonië een eigen bescheiden rol zou kunnen spelen: Skopje riep zijn vertegenwoordigers binnen het Joegoslavische staatsverband uit Belgrado terug.

De obsessie van een omsingeling die zich van de Grieken meester maakt (Turkije, Bulgarije, Macedonië, Albanië, Rome/Vaticaan) wordt nog in de hand gewerkt door de zeer actieve buitenlandse politiek van Ankara. Nadat de Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Cetin Rome had bezocht, werd hij als eerste buitenlandse bezoeker in de nieuwe Russische Federatie ontvangen, zij het niet door Jeltsin. Vandaag arriveren in Ankara behalve de president van Azerbajdzjan Moetalibov de Albanese minister van buitenlandse zaken Gerci Konto, twee dagen na de Albanese militaire stafchef Kosta Karoli, met wie een overeenkomst betreffende de Turkse opleiding van de Albanese strijdkrachten wordt voorbereid, en de Servische president Milosevic die geldt als Griekenlands laatste bondgenoot op de Balkan.

De Grieken begrijpen wel wat het doel van diens bezoek is: de Turken af te houden van erkenning van Macedonië, een erkenning waartoe de "Turkse republiek Noord-Cyprus' al is overgegaan.