Adviesraad wil geld universiteit koppelen aan aantal promoties

ROTTERDAM, 23 JAN. Het aantal promoties aan een universiteit moet de norm worden voor de financiering van het universitaire onderzoek. Dat is eenvoudig en bovendien een bijna vanzelfsprekende vertaling van de maatschappelijke en wetenschappelijke prioriteiten. Daarnaast zou de minister van onderwijs over ongeveer honderd miljoen gulden moeten beschikken om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren en bedreigd onderzoek te beschermen.

Dit schrijft de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in een advies (Wetenschappen en weten scheppen) dat minister Ritzen (onderwijs) had gevraagd over een nieuwe financieringswijze van het universitaire onderzoek. De raad stelt een nieuw financieringsmodel voor. Het voorstel van Ritzen, waarover universiteiten en minister het in juli na langdurige onderhandelingen eens werden, wijst de AWT af.

Voor onderzoek krijgen universiteiten nu jaarlijks ruim 2,2 miljard gulden. Volgens het voorstel van Ritzen is 400 miljoen gulden bestemd voor onderzoek ten behoeve van het onderwijs. Dat geld wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het aantal studenten. Dat laatste gebeurt ook met 15 procent van de resterende 1,8 miljard gulden, geld dat is bestemd voor het "vrije onderzoek'. Vijf procent wordt verdeeld op basis van het aantal promoties aan de verschillende universiteiten.

De resterende tachtig procent, bijna 1,5 miljard gulden, wordt in Ritzens voorstel toegekend volgens een ingewikkeld proces van oordelen over kwaliteit en maatschappelijk belang. Verkenningen en jaarlijkse overlegrondes zouden ertoe moeten leiden dat universiteiten maximaal drie procent per jaar (45 miljoen gulden) van de ene naar de andere discipline overhevelen, voor het overige zou de huidige verdeling van het onderzoeksgeld over de universiteiten gehandhaafd blijven.

De AWT noemt de manier waarop het universitaire onderzoek op dit moment wordt gefinancierd “niet meer verantwoord”. De invoering van de zogeheten voorwaardelijke financiering in 1982 heeft wel geleid tot een stijging van de gemiddelde kwaliteit van het onderzoek, maar niet tot een herverdeling van het geld over universiteiten en disciplines. Het voorstel van Ritzen wijst de AWT ook af. De invloed van de minister op het universitaire onderzoek wordt te groot, schrijft de raad. Bovendien verwacht de AWT niet dat de voorgestelde procedure werkt, maar enkel leidt tot veel bureaucratische rompslomp.

Dat verwijt zal zijn eigen voorstel niet treffen, meent de AWT. Dat is immers uiterst eenvoudig: verdeel de 1,8 miljard gulden over de universiteiten naar rato van het aantal promoties en certificaten voor de tweejarige ontwerpers- en onderzoekersopleidingen. Voor promoties in de bètawetenschappen zou meer moeten worden betaald dan voor die in de alfawetenschappen en voor de certificaten weer aanzienlijk minder. Volgens de AWT blijven de universiteiten "uiteraard' vrij om het onderzoeksgeld naar eigen inzicht over de verschillende disciplines te verdelen.