Winkeliers: banken brengen chipkaart om; Kans op snelle opmars van chipkaart in Nederland slinkt doordat bankiers vasthouden aan magneetstrippasjes

AMSTERDAM, 22 JAN. Operatie geslaagd, patient overleden. Zo valt de chipkaartproef in Woerden te karakteriseren. Na twee jaar experimenteren zijn conclusies getrokken. In deze vorm ongeschikt voor grootschalig elektronisch betalen, zo luidt de evaluatie.

“Operatie geslaagd, patient gedood”, corrigeert C.A. Klomp, voorzitter van de Stuurgroep Chipcard-proef Woerden. Hij weet precies wie de chipkaart, die hij groot potentieel toedicht, heeft omgebracht. “De banken hebben de beademingsapparatuur dichtgedraaid.” Woerden raakt dus zijn status kwijt als voorlijkste van de meest gemiddelde steden van Nederland. Op 1 mei 1992 wordt het project, waardoor zijn inwoners als eersten in Nederlander in staat waren de lokale middenstand met behulp van een chipkaart te betalen, gestaakt.

En er was nog wel zoveel geestdrift, toen het experiment op 1 november 1989 van start ging. De behoefte aan een chipcard is er, zei dr. W. Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank, bij die gelegenheid. De proef zou nadere gegevens moeten opleveren over beveiliging, kosten en acceptatie door het publiek.

Wat de leerresultaten betreft, aldus het rapport van de evaluatiecommissie, is voldaan aan de kerndoelstelling. Er is ervaring opgedaan, technische mankementen zijn grotendeels verholpen. Maar er waren ook tegenvallers. “Het valt niet mee een nieuwe betaaltechniek te introduceren”, erkent Klomp.

De deelneming aan het experiment bleef bijvoorbeeld achter bij de verwachting. Weliswaar installeerden 180 winkeliers een terminal voor betalingen met chipkaarten, waarmee de beoogde 75 procent van Woerdens detailhandel werd gehaald, maar de gebruikers lieten het afweten. Van de relevante consumenten zou 70 procent deelnemen, schatte de Stuurgroep. Het werd 35 procent. En van de betalingen in de deelnemende detailhandel zou 15 procent met de chipkaart geschieden. Dat percentage stokte op 3 a 4.

Detaillisten en aan het experiment deelnemende consumenten oordeelden overigens in meerderheid positief over de chipkaart. Zelfs als ze ervoor zouden moeten betalen, zei de meerderheid van de winkeliers, zouden ze invoering ervan toejuichen. Nu werden de kosten van de proef, 10,4 miljoen gulden, nog gedragen door banken (60 procent), detailhandel (20 procent) en Economische Zaken (20 procent).

Technische problemen rondom de beveiliging van het huidige elektronische betalingsverkeer maakt landelijke invoering van het Woerdense systeem echter onmogelijk, zo concludeerde de evaluatiecommissie. Fraude is tijdens de proef in Woerden niet geconstateerd. Maar de noodzakelijke kosten voor een veilige invoering van het chipkaartsysteem zijn volgens de banken te hoog. En daarom houden ze het liever bij hun magneetstrippassen, waarvan ze al miljoenen klanten hebben voorzien en waarin ze al tientallen miljoen guldens hebben genvesteerd.

In tegenstelling tot betalingen met de maagneetstrippas, waarbij altijd directe controle (on line) door de bankcomputer plaatsheeft, gebeurden transacties met de chipkaart in 95 procent van de gevallen "off line'. De microprocessor in de chipkaart maakt, in combinatie met de PIN-code van de gebruiker, autorisatie van de transactie mogelijk. Deze ingebouwde intelligentie maakt de chipkaart veel duurder dan de magneetstrippas, maar zorgt tegelijk voor een besparing op telecommunicatiekosten en verwerkingstijd. En dat maakt de chipkaart juist aantrekkelijk voor detaillisten.

De banken zweren vooralsnog bij de rechtstreeks controle. Klomp noemt dat “kostentechnisch onhaalbaar”. Volgens hem is de chipkaart veel geschikter voor de handel dan de door de banken opgedrongen magneetstrippas, want “sneller, goedkoper en veiliger”, mits op grote schaal ingevoerd.

Met lede ogen constateert Klomp dat de kans op snelle verspreiding van de chipkaart door het afhaken van de banken aanzienlijk verminderd is. “Terwijl dit nota bene de kaart van de toekomst is”. Hij wijst op het buitenland, zoals Frankrijk, waar de chipkaart wel triomfen viert. Hij wijst op andere toepassingen van de chipkaart, zoals in het openbaar vervoer (elektronische strippenkaart) en de medische wereld (medisch dossier), waarmee elders in Nederland proeven op stapel staan of lopen. De grote geheugencapaciteit van de chipkaart maakt een combinatie van allerlei functies haalbaar. De aantrekkelijkheid van de kaart voor consumenten zou daardoor alleen maar toenemen.

Weinig begrip heeft Klomp in dezen dan ook voor Economische Zaken, dat ook bij andere chipkaartexperimenten is betrokken. “EZ heeft ons een stimulans gegeven, maar een additionele prikkel blijft uit. Doodzonde, dit is vernietiging van maatschappelijk kapitaal. We hadden in Woerden de eerste publieke praktijkproef, met betrokkenheid van alle partijen. Zo'n samenwerking is absoluut nodig wil je nieuwe technologieen tot ontwikkeling brengen. Nu verspeel je een hoop ervaring en een groep consumenten die met de techniek kan omgaan.”