v.d. Broek en Dienstbier praten over Vietnamezen

DEN HAAG, 22 JAN. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) overlegt deze week met zijn Tsjechoslowaakse ambtgenoot J. Dienstbier wat er moet gebeuren met de Vietnamezen die in Nederland verblijven.

De bewindslieden ontmoeten elkaar in Washington waar zij de door de Verenigde Staten georganiseerde conferentie over hulp aan de voormalige Sovjet-Unie bijwonen.

Tsjechoslowakije bestudeert nog steeds de mogelijkheid om 24 uitgeprocedeerde Vietnamezen die Nederland zullen worden uitgezet, toe te laten.

Vorige week maandag overhandigde Justitie de lijst met hun namen aan de Tsjechoslowaakse ambtelijke delegatie die in Den Haag overleg heeft gevoerd om uit de al maanden durende impasse te geraken.

Van den Broek liet er gisteren voor Veronica Nieuwsradio geen twijfel over bestaan dat alle 400 Vietnamezen die uit Tsjechoslowakije naar Nederland zijn gekomen ons land moeten verlaten.

Driehoeksoverleg tussen Nederland, Praag en Hanoi moet er volgens de bewindsman toe leiden dat de Vietnamezen bij terugkeer in hun land van herkomst niets te vrezen hebben. Hun terugkeer zou kunnen worden bekostigd met geld van Ontwikkelingssamenwerking, aldus Van den Broek.

“Als er mogelijkheden zijn voor een meer gestructureerde aanpak dan pleit ik er ook voor enige fondsen daarvoor beschikbaar te maken. Zonder dat hij het weet denk ik dan natuurlijk aan collega Pronk. Ik weet dat ik altijd bij hem terecht kan in noodsituaties”, zo zei hij.

Een woordvoerder van het ministerie van justitie zei in een reactie op de uitspraken van Van den Broek dat het niet aangaat “om geld te bedelen”.

Gisteren keerde de commissie terug uit Tsjechsolowakije die daar op verzoek van Inlia, een kerkelijke organisatie die zich bezighoudt met hulpverlening aan de Vietnamezen, onderzoek heeft verricht naar mogelijke gevolgen van terugzending naar Praag. Volgende week zal de commissie over haar bevindingen rapport uitbrengen.