V-raad over "Lockerbie': Libië moet twee agenten uitleveren

NEW YORK, 22 JAN. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren eenstemmig Libië opgeroepen “volledig en doeltreffend” te antwoorden op een Brits-Amerikaans verzoek om de uitlevering van twee staatsburgers die worden verdacht van betrokkenheid bij het opblazen van een Amerikaanse Boeing 747 boven het Schotse Lockerbie in december 1988.

Libië moet tevens meewerken aan het Franse onderzoek naar het opblazen van een Frans passagiersvliegtuig boven Niger in 1989. Bij de twee aanslagen vielen respectievelijk 270 en 171 doden. De secretaris-generaal van de VN wordt gevraagd een bemiddelende rol te spelen.

Voor zover bekend was het de eerste maal dat de Raad - hoe versluierd dat ook gebeurde - vroeg om de uitlevering van burgers ter berechting in een ander land in afwezigheid van uitleveringsverdragen. Libië heeft tot dusverre geweigerd de twee agenten van een inlichtingendienst uit te leveren, maar zich wel bereid verklaard mee te werken aan een internationaal onderzoek, bijvoorbeeld door het Internationaal Gerechtshof. Twee Libische functionarissen tegen wie een Franse rechter-commissaris arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd hebben zich volgens Franse media wel bereid verklaard voor een rechtbank in Frankrijk te verschijnen, maar het is niet duidelijk hoe serieus dat is. In Libië zelf voert een Libische rechter een onderzoek uit naar de aanslagen op de Boeing van Pan Am en de DC-10 van UTA.

In de resolutie wordt geen melding gemaakt van een termijn waarbinnen Libië aan de internationale eis moet voldoen - gesproken wordt van “onmiddellijk” - maar diplomaten bij de VN zeggen dat Tripoli uiterlijk tot eind februari de tijd heeft. Als dan niets is gebeurd willen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk naleving afdwingen door middel van beperkte sancties. Daarbij wordt gedacht aan het ontzeggen van landingsrechten aan Libische vliegtuigen en een verbod op de levering van vliegtuigonderdelen.

Ondanks de eenstemmigheid van gisteren is het echter de vraag of dat zo makkelijk zal gaan. Diverse leden van de Veiligheidsraad - China, Marokko, Kaapverdië, India, Zimbabwe en andere - hebben laten blijken zo hun twijfel te hebben over verdere actie. China's ambassadeur bijvoorbeeld onderstreepte gisteren dat een “voorzichtige” aanpak te prefereren was boven een “hoge-drukbenadering” en waarschuwde tegen “drastische actie”. (Reuter, AP, AFP)