Tafeltennissers van Joegoslavië gaan zichtbaar gebukt onder burgeroorlog

EEMNES, 22 JAN. De Joegoslavische tafeltennisploegen bewegen zich dit jaar op een heel bijzondere manier door Europa. Geen enkele tegenstander denkt erover voor een uitwedstrijd naar het verscheurde land te gaan. Het gevolg daarvan is dat de Joegoslaven hun "thuisduels' buiten eigen land spelen. Het zijn ontmoetingen waar nauwelijks iemand belangstelling voor kan opbrengen. De situatie heeft ook een komische kant, zoals bij de wedstrijd Nederland-Joegoslavië bleek.

Rondom de interland - Nederland kwam gisteren door een 1-4 nederlaag op de rand van degradatie in de Europese Superliga - speelden zich enkele pikante details af. Meteen na de aankomst van het team in ons land begon de Oosteuropese bondscoach Karakasevic met regelen. Hij verzocht de organisatie om, wegens de aanwezigheid van een Joegoslavische televisieploeg, toe te staan dat er buiten het zicht van van Studio Sport-camera Joegoslavische reclamedoeken werden opgehangen.

“Wel gratis graag”, verzocht Karakasevic, “want op die manier verdienen we iets terug van de enorme extra kosten die we het afgelopen seizoen hebben moeten maken.” Volgend verzoek: Kan iemand nog even snel wat reclamelogo's op de shirts bevestigen? Op het laatste moment bleek een internationaal autoverhuurbedrijf bereid om voor een paar duizend gulden de Joegoslaven te sponsoren.

De 42-jarige Karakasevic, als speler nog niet zo heel lang geleden een geducht tegenstander van voormalige Nederlandse toppers als Van der Helm, Deken en Schoofs, gaat zichtbaar gebukt onder de problemen die de burgeroorlog met zich meebrengt. “Vorig jaar hadden we tegen Zweden matchpoint voor de wereldtitel. Onze beste man, Primorac, een Kroaat, móést natuurlijk wel afscheid nemen van de Joegoslavische ploeg en nu zijn we plotseling de schlemielen van Europa. In een normale situatie ontvangen we f 35.000 per thuiswedstrijd. Nu moeten we onze duels uit spelen, en zijn wij toch gewoon verplicht onze tegenstanders te onderhouden. Dat kost handenvol geld. Daarom proberen we elke keer iets te regelen met de lokale organisaties. Dat lukt eigenlijk altijd wel, maar het is natuurlijk geen doen. Aan tafeltennissen kom je bijna niet meer toe.”

In de groepswedstrijden van de Superliga verloor Joegoslavië alle duels tegen Frankrijk, Zweden en Hongarije. Normaal gesproken zou Nederland ook niet al te veel problemen hebben gekend tegen de onzekere Serviërs. Maar Paul Haldan was er beide malen niet bij en dat heeft de ploeg van bondscoach Li Ji Shu ernstig opgebroken. Ondanks de aanwezigheid van nationaal kampioen Danny Heister (twee keer ongeslagen) ontbeerde Nederland iets extra's. Haldan had die toegevoegde waarde vrijwel zeker kunnen geven.

Karakasevic en Li, de Chinese coach van Nederland, hadden dezelfde mening over de Oranje-ploeg: “Talent genoeg, maar te weinig routine.” Maar in Europa zijn de marges klein geworden. Als het een beetje tegen zit degradeert de Nederlandse ploeg in maart uit de Superdivisie in de ontmoeting tegen Hongarije.

Bij de Joegoslaven lijdt met name de 24-jarige Ilija Lupulesku onder de oorlogssituatie in zijn land. Met de Kroaat Primorac vormde hij tot voor kort de meest succesrijke dubbelcombinatie ter wereld, maar die samenwerking is definitief ten einde. Lupulesku uit zijn frustratie tegenwoordig zo hevig, dat zijn coach hoopt dat de scheidsrechters hem eens een keer flink tot de orde roepen. Karakasevic: “Een dikwalificatie zou prima voor hem zijn. Ze hebben allemaal veel te veel begrip voor hem. Natuurlijk, de toestand is verschrikkelijk, maar de manier waarop "Lupu' zich laat gaan, gaat echt alle sportieve perken te buigen. Daarom zal ik hem voorlopig niet meer selecteren voor de nationale ploeg. Hij moet zich realiseren, dat zijn gedrag achter de tafel niet is te tolereren.”

De Serviërs? Servië is Byzantijns-Turks gebleven, autoritair, orthodox: duizend jaar van versteende structuren, duizend jaar van onaantastbare hiërarchieën, een kloof die niet te overbruggen viel door de banden van de taal. Byzantijnse serviliteit, levantijnse sluwheid, dat is Servië. Zie Dubrovnik. Zie Vukovar. Zie veertien geschonden bestanden. De Servische president Milosevic, zeggen de Slovenen, past in dezelfde categorie als Hitler en Mussolini, en de Serviërs vereren hem, en Europa beseft het niet. Lord Carrington zegt dat Servië de prima-donna van Joegoslavië is en dat je de prima-donna moet geven wat haar toekomt. Het is hetzelfde appeasement als in 1938. We zijn geen dikke vrienden met de Kroaten, er is heel wat aan te merken op wat ze doen. Maar wat doet Servië? Begrijpen jullie het nog altijd niet? En begrijpen jullie niet dat Slovenen Westerlingen zijn, dat onze mentaliteit, onze levenswijze Westers is? Grafenauer: ""De Servische schrijver Dobrica Cosic was mijn vriend. We hebben samen dissidente teksten gepubliceerd. Nova Revija heeft zijn dissidente teksten gepubliceerd toen hij in Servië niet kon publiceren. En nu? Waar is hij? Vukovar is vernietigd. Dubrovnik wordt in puin geschoten. Waar is nu Dobrica Cosic? Ik heb zijn stem nodig. Waar is hij?''