Staat klopt aan bij banken

AMSTERDAM, 22 JAN. Sinds maandag waren de kredietfaciliteiten van het Rijk bij De Nederlandsche Bank onvoldoende om de (tijdelijke) liquiditeitsproblemen van de Staat op te vangen.

Wanneer 's Rijks schatkist leeg raakt, is De Nederlandsche Bank volgens de Bankwet verplicht tijdelijk een renteloos voorschot te verlenen van maximaal 150 miljoen gulden. Bovendien kan de Staat gebruik maken van het financieringsarrangement. Volgens afspraak ligt hierbij het maximum op 3 procent van de begrotingsontvangsten van vorig jaar, dat wil zeggen circa 5 miljard gulden, en betaalt het Rijk het geldende wisseldisconto (thans 8,5 procent). Blijkens de weekstaat per 20 januari heeft de Staat deze twee opties volledig benut. Omdat de behoefte aan liquide middelen groter was, betrad de Staat de geldmarkt. Tegen markttarieven - derhalve relatief duur - leende zij van de banken de afgelopen dagen substantiële bedragen. Naar verwachting zal de Staat echter, door de gebruikelijke belastingbetalingen aan het einde van de maand, deze leningen volgende week kunnen aflossen.

Op 17 februari volgt de storting op de jongste staatsleningen. Maandag en gisteren is reeds voor totaal 8,8 miljard gulden op de tienjarige en de vijftienjarige toonbankleningen ingeschreven, tegen een effectief rendement van circa 8,30 procent. Beide leningen dragen een couponrente van 8,25 procent. De vorige staatslening droeg een coupon van 8,75 procent. Door deze forse inschrijving is minister van Financiën Kok goed op weg met de dekking van de financieringsbehoefte voor 1992 (ongeveer 45 miljard gulden).

Door de extra vraag (van de Staat) naar kort geld kwamen de geldmarktrenten tegen het einde van de verslagweek enigszins onder een opwaartse druk te staan. Het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, steeg bij voorbeeld weer boven de 9 procent. Aan de gestage daling van de langere geldmarkttarieven sinds begin van dit jaar, lijkt eveneens een einde te zijn gekomen, hoewel ten opzichte van een week geleden nog een daling van 10 basispunten viel te noteren. Thans moet voor driemaands interbancaire deposito's ongeveer 9,4 procent worden betaald, evenveel als in november vorig jaar, derhalve voor de laatste discontoverhoging.

Als gevolg van forse Rijksuitgaven en relatief ruime toewijzingen van De Nederlandsche Bank, kan het gezamenlijke bankwezen ontspannen naar het einde van de contingentsperiode toewerken. Terwijl 97 procent van de contingentsperiode voorbij is, werd slechts 92 procent van het toelaatbare beroep verbruikt. De nieuwe contingents-periode gaat aanstaande vrijdag in en loopt tot 24 april. Het gemiddelde beroep zal ruim 4 miljard gulden mogen bedragen, een fractie meer dan het huidige beroep. Tevens treedt vrijdag een nieuwe geldmarktkasreserve in werking. Tot 31 januari moeten de banken circa 12,4 miljard gulden bij De Nederlandsche Bank in kas aanhouden.

Bron: NMB Postbank Groep