Rembrandts pootloze paradijsvogels; De varkens en leeuwen van Rembrandt

AMSTERDAM, 22 JAN. Wat hebben berberleeuwen, paradijsvogels, engelen en het voorhuidje van het kindeke Jezus met elkaar gemeen? Ze komen allemaal voor in het werk van Rembrandt en werden gisteren besproken door de bioloog en schrijver Midas Dekkers. Hij gaf in het Rijksmuseum, in het kader van de Rembrandttentoonstelling, een lezing met de titel "Rembrandts met pootjes'.

Biologen blijven niet alleen maar in het bos zitten, stelde Dekkers, ze moeten ook goed leren kijken en tekenen wat ze door de microscoop zien. Dat is iets wat ze met Rembrandt gemeen hebben, redeneerde Dekkers, want ook hij moest zeer zorgvuldig kijken naar de onderwerpen die hij wilde schilderen. Alleen had Rembrandt in zijn tijd één moeilijkheid: hij had niet zoveel voorbeelden van exotische dieren. Artis bestond toen nog niet en je kon deze dieren volgens Dekkers alleen bij toeval in Amsterdam zien op de kermis of in de kroeg. Of in een verzameling van rijke lieden die de dieren lieten overbrengen door de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Zo kon het voorkomen dat de paradijsvogel in het werk van Rembrandt altijd zonder pootjes werd afgebeeld. “Dat kwam, omdat die opgezette beesten nu eenmaal zo werden ingevoerd vanuit verre windstreken”, vertelde Dekkers.

Dekkers had een smakelijke oplossing voor het duivenprobleem in de hoofdstad: “In de tijd van Rembrandt werden duiven niet gehouden voor de sport, maar om ze op te eten. Het lekkerste zijn ze wanneer ze opgegeten worden vlak voordat ze uitvliegen, als ze ongeveer vier weken oud zijn.”

Sommige dieren, zoals de leeuw en het varken, worden op de prenten en schilderijen van Rembrandt anders afgebeeld dan wij ze nu kennen. De leeuw die in Rembrandts tijd het meest bekend was, was de berberleeuw, een leeuwesoort met meer manen dan de leeuw die wij tegenwoordig kennen. Deze leeuw is nu nagenoeg uitgestorven en werd volgens Dekkers in Rembrandts tijd voornamelijk gebruikt om er christenen voor te werpen. Het varken zoals wij dat kennen bestaat volgens hem pas sinds het begin van deze eeuw en is een kruising tussen het landvarken met een spitse snuit uit Rembrandts tijd en een varkenssoort uit China die er schuld aan is dat ons varken er nu uitziet “alsof hij tegen een betonnen muurtje is opgelopen.”

Engelen, volgens Dekkers de raarste beesten die Rembrandt afbeeldde, worden steevast biologisch verkeerd afgebeeld. “In de natuur komt het niet voor dat dieren vier ledematen hebben plus twee vleugels. Bovendien zitten de vleugels niet in elkaar zoals vleugels in elkaar horen te zitten.” Hij verbaast zich er dan ook niet over dat er zoveel gevallen engelen zijn.

Het meest voorkomende dier in Rembrandts werk is de mens. Volgens Dekkers worden vooral de baby's vaak niet goed geproportioneerd afgebeeld: of met te grote handen, of met een verkeerde hoofdgrootte. Als afsluiting liet hij een prent van de besnijdenis van het kindeke Jezus zien. Dekker wees daarbij op de biologische onmogelijkheid dat negentien kerken over de hele wereld zich erop beroepen dat zij een deel van het enige echte voorhuidje van Jezus in hun bezit hebben.