Nibud: veel bejaarden zijn juist meer kwijt aan ziektekostenpremie

DEN HAAG, 22 JAN. Bejaarden met een standaardpakketpolis die rond moeten komen van een AOW-uitkering of een AOW-inkomen met een klein pensioen, betalen volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) vanaf 1 januari meer voor hun ziektekostenverzekering in plaats van minder.

WVC verweet het NIBUD vorig jaar dat het instituut in berekeningen over inkomensgevolgen van het plan-Simons de groep buiten beschouwing had gelaten die volgens het departement het meest baat heeft bij de stelselherziening, de particulier verzekerde bejaarden met een klein aanvullend pensioen. Het NIBUD presenteerde gisteren berekeningen waaruit het tegendeel blijkt.

Zelfs bejaarde ziekenfondsverzekerden met een AOW-uitkering gaan er volgens het NIBUD op achteruit, ƒ 97 per persoon per jaar, doordat de AWBZ-premies meer werden verhoogd dan gepland en de inkomenafhankelijke ziekenfondspremie minder omlaag ging dan de bedoeling was. Het NIBUD heeft één categorie kunnen ontdekken die er op 1 januari op vooruit is gegaan; alleenstaanden, net onder de loongrens (ƒ 54.400 bruto), krijgen ƒ 19 per jaar meer.

WVC bestrijdt de meeste NIBUD-cijfers. Bejaarde ziekenfondsverzekerden met AOW hebben volgens WVC ten minste hetzelfde netto-inkomen als vorig jaar. Als bejaarden met een standaardpakketpolis en aanvullende bijstand er wel op achteruit gaan, is dat een onbedoeld effect, aldus een WVC-woordvoerster. Bejaarden met AOW en een pensioen gaan er volgens haar pas op achteruit als ze een pensioen van ƒ 10.000 per jaar of meer hebben.

Het NIBUD berekende dat alleenstaande bejaarden met een laag inkomen en een standaardpakketpolis ten minste ƒ 125 per jaar meer voor hun ziektekostenverzekering betalen. Bij echtparen loopt dit op tot ƒ 250. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) heeft weliswaar de premie voor de standaardpakketpolis voor bejaarden verlaagd met ƒ 260 per persoon per jaar, maar daar staat volgens het NIBUD tegenover dat zij vanaf 1 januari ditzelfde bedrag minder aan aanvullende bijstand ontvangen. Bovendien betalen particulier verzekerden vanaf 1 januari een niet-inkomensafhankelijke AWBZ-premie van ƒ 125 per jaar, waar geen vergoeding tegenover staat.

Bejaarden met een laag inkomen kunnen een beroep doen op aanvullende bijstand wanneer zij door de hoogte van de premie voor de standaardpakketpolis onder het bestaansminimum terechtkomen, een regeling waarvan veel bejaarden niet op de hoogte zijn. Wanneer men onder dit minimum komt, worden de kosten van de polis, afhankelijk van het netto-inkomen, geheel of gedeeltelijk vergoed. Van een premieverlaging heeft deze groep dus geen voordeel.