Madrid stapt moeizaam en ruziënd cultuurjaar in

MADRID, 22 JAN. Koningin Sofia van Spanje heeft gisteren in het Palacio de Oriente officieel het jaar ingewijd dat Madrid zich "culturele hoofdstad van Europa' noemen mag. Het was een wat vreemde en matte plechtigheid, waarin Dublin de fakkel aan Spanje overgaf. De Ieren waren blij dat ze er vanaf waren en de Spanjaarden zijn benauwd en ruziënd de drempel overgestapt.

Dublin heeft nogal wat kritiek over zich afgeroepen, omdat het organisatiecomité vooral geprobeerd heeft de eigen bevolking in buurtcentra en buitenwijken eens met een paar aardige cultuuruitingen te confronteren. De rest van Europa heeft in 1991 weinig van de Ierse cultuur gemerkt. Met uitzondering van Parijs in 1989, dat het cultuurjaar heel slim met de herdenking van de revolutie liet samenvallen, hebben alle culturele hoofdsteden tot dusver in meerdere of mindere mate het verwijt gekregen dat de eretitel niet door een reeks klinkende topmanifestaties werd ondersteund. Het enthousiasme voor het plan dat Melina Mercouri in 1985 lanceerde lijkt zo langzamerhand aardig bekoeld. Van de twaalf uitgenodigde EG-cultuurministers kwamen er gisteren maar zeven de hand van de Spaanse vorstin schudden en zelfs de burgemeesters van voorgaande hoofdsteden, die allemaal waren uitgenodigd, lieten in de meeste gevallen verstek gaan bij de première van de Prelude Madrid 1992, die door componist Christobal Halffter 's avonds werd gedirigeerd. Hedy d'Ancona en Ed van Thijn waren gewoon thuis aan het werk.

De feestelijke klanken van het muziekstuk konden niet verhullen dat ook Madrid er alles aan gedaan heeft om er een moeizaam jaar van te maken. Dit keer is zeker niet alleen geldgebrek de oorzaak, want met een begroting van 6,4 miljard peseta (ruim 36 miljoen gulden) heeft Madrid bijna drie keer zoveel als Dublin te besteden. Het is vooral de politiek die tot impasses en chaos heeft geleid. De voorbereidingen hadden op gang moeten komen onder leiding van het socialistische college van B en W van Madrid, dat echter in mei de verkiezingen verloor en toen de macht moest overdragen aan de conservatieve Partido Popular. Het nieuwe stadsbestuur trof niet alleen een nog volstrekt niet uitgewerkt programma aan, maar bovendien een organisatie waarin twee (socialistische) vertegenwoordigers van de provincie Madrid en twee (socialistische) afgevaardigden van de minister van cultuur de drie conservatieven te allen tijde konden overstemmen. Een derde van de begroting bleek bovendien al voor de kosten van de organisatie te zijn bestemd. In de Partido Popular wordt verondersteld, dat de socialisten vervolgens met opzet de verdere besluitvorming hebben bemoeilijkt en vertraagd. Men vermoedt een complot. De (socialistische) regering van Felipe Gonzalez zou opdracht hebben gegeven om van de Olympische Spelen in Barcelona en de Wereldtentoonstelling in Sevilla een doorslaand succes te maken, terwijl de culturele hoofdstad als een natte voetzoeker zou moeten uitgaan. De schuld daarvoor kan dan bij het rechtse stadsbestuur worden gelegd.

De nieuwe burgemeester van Madrid, José Maria Alvarez del Manzano, verzekerde half december in Brussel niettemin “dat Madrid '92 het beter zal gaan doen dan de steden die al aan de beurt zijn geweest". Maar nog had hij het boek met de twaalfhonderd punten tellende programmering niet plechtig aan de voorzitter van de Europese Commissie overhandigd, of hem werd meegedeeld dat zijn wethouder van cultuur intussen thuis de pers had verteld dat het programma beschamend mager was van omvang en kwaliteit. De in verlegenheid gebrachte burgervader moest vervolgens inderdaad toegeven dat de aanvankelijk voor 12 januari geplande openingsvoorstelling naar juni is verschoven, omdat het nieuwe theater La Vanguada niet op tijd gereed is. En dat terwijl deze eerste uitvoering er één had moeten zijn in het genre van de zarzuela, een typische Madrileense volksoperette waar hij zelf nogal dol op is. Ook de uitreiking van de Europese filmprijzen en een manifestatie ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de televisie dreigen wegens geldgebrek niet door te gaan, zo moest men toegeven in Brussel.

Pedro Ortiz, de wethouder van cultuur, heeft inmiddels zijn ontslag ingediend, maar dat is door de burgemeester niet aanvaard. Een door Ortiz bedacht "steunprogramma' voor de culturele hoofdstad, dat de gemeente zou opzetten om het jaar alsnog wat meer allure te geven, is door het organiserend comité wegens gebrek aan kwaliteit afgewezen. De voorzitter van dit comité zei gisteravond dat de nadruk in Madrid komt te liggen op “de intellectuele kant van de cultuur” en “een bezinning op het Europa van de toekomst”. Dat betekent: veel debatten en conferenties.

Om toch aan het getal van twaalfhonderd evenementen te komen zijn een groot aantal gebeurtenissen die anders ook wel plaats hadden gevonden van het stempel "Madrid '92 voorzien. Zoals een tentoonstelling van kerststallen en de wedstrijden van de voetbalclub Atlético de Madrid. Naast de geleerde discussies wil het comité namelijk ook de eigen (volks)cultuur van de stad voor het voetlicht halen. Er is een indrukwekkende reeks voorstellingen met zang en dans in de flamenco-stijl, er zijn negen zarzuela-premiéres en één van de tweehonderd bioscopen die Madrid telt laat het hele jaar door films zien die in de stad zijn opgenomen. Van de "grote' produkties valt vooral op de reprise van Robert Wilson's Einstein on the Beach en een fraaie serie concerten van grote orkesten (Chicago Symphony, Scala, Concertgebouw) met dito dirigenten (Barenboim, Maazel, Solti). In de meeste gevallen reizen de gezelschappen daarna door naar Sevilla, waar het tjokvolle programma van de Expo bijna geheel uit hoogtepunten bestaat.

De orkesten en operagezelschappen zullen ook niet spelen in het gerenoveerde muziektheater dat dit jaar zijn deuren had moeten openen, de Opera Real. De verbouwing van de bijna tweehonderd jaar oude zaal, die beroemd is om zijn akoestiek, is een lijdensgeschiedenis geworden. De kosten zijn sinds het begin van de verbouwing verdrievoudigd en na diverse valse meldingen durft geen van de betrokkenen meer een datum voor de voltooiing te noemen.

Al even weinig geluk heeft de stad met het nationale museum voor moderne kunst Reina Sofia, dat met veel fanfare is geopend, daarna weer voor een deel gesloten en nu al aan zijn tweede directeur toe is. De presentatie van de vaste collectie is al twee keer uitgesteld, maar wordt nu omstreeks mei verwacht.

Eigenlijk, zeggen veel mensen in Madrid, komt de uitverkiezing tien jaar te laat. In het begin van de jaren tachtig, toen de stad zich in een roes losmaakte van de onderdrukking door het Franco-regime hadden spontane gebeurtenissen en het leven op straat, in café's, galeries en discotheken met gemak gecompenseerd wat de officiële organisatie zou hebben nagelaten. Er gebeurde altijd wel iets. Het waren immers de jaren van de uiterst liberale burgemeester Tierno Galvan en van de inmiddels al met veel nostalgie herdachte Madrileense movida, een mengeling van kunst, amusement, mode, seks en politiek, die destijds veel energie genereerde maar weinig heeft nagelaten. Die tijden keren niet weer en ze zijn ook niet te organiseren.

De enige troost voor de Madrilenen is, dat een culturele hoofdstad niet wordt benoemd maar geboren. Wat er dit jaar allemaal mis mag gaan en tegen zal vallen, doet er dus niet zo veel toe. Madrid vervult de rol van cultureel centrum al eeuwen voor Spanje en voor het hele Spaanse taalgebied. Dat zal ook na 1992 wel zo blijven.