Lijntje naar morgen (2)

De meeste mensen willen niet méér. In Woerden konden zij de afgelopen jaren brood, kaas en jurken betalen met een eenvoudige, gratis magneetstripkaart. Nooit portemonnaie verliezen, nooit te weinig geld op zak, heerlijk. Woerden had geen zin in het nieuwe foefje. Nog geen vier procent van de boodschappen werd er mee afgerekend. Geld bleef gewoon geld.

De mislukking van de proef in Woerden is vandaag vastgesteld door winkels en banken die dachten: minder contant geld is veilig en goedkoop. Slim betalen is zó belangrijk dat bijna alle grote jongens meededen. Niemand mocht voorloper worden. Dat maakt de voorlopige mislukking nu minder bitter. De ervaring leert dat het volk op den duur wel volgt.

Het leven is de laatste jaren natuurlijk al veel electronischer geworden. Maar alleen als er een soort behoefte aan was. De mensen staan massaal in de kou voor de geldautomaat, ook als het binnen leeg is. Anonimiteit is kennelijk een trekpleister. En voorspelbare wachttijd. Aan het loket kan iemand altijd nog een riedel over een verloren Deel III beginnen.

Dat dit soort automaten van speciale telefoonlijnen gebruik maakt, weten de meeste mensen wel, maar het boeit hen nauwelijks. De revolutie in de telecommunicatie is iets voor liefhebbers. De Consumentenbond komt pas in het geweer als PTT Telecom het maandelijks abonnementsgeld wil verhogen van 21,20 naar 23,40 (per 1 april). Dan zegt de bond: ze verdienen 1,5 miljard, dat is wel genoeg.

De PTT was er al bang voor. Tarieven liggen heel gevoelig. Het sociale element van haar dienstverlening is steeds lastiger te rijmen met het streven naar de status van dynamische, winstgevende telecom-ondernemer. Daarom zijn de tariefwijzigingen in december op kousevoeten aangekondigd. Het was vooral een opvoedende verhoging. De winst ziet er inderdaad indrukwekkend uit, maar is volgens PTT Telecom in gevaar als de werkelijkheid niet snel wordt toegelaten tot het binnenlandse denken. Juist op het internationale verkeer, waar van oudsher de winsten worden gemaakt, is de concurrentie groot. Buitenlandse telefoonreuzen kunnen goedkoop via kabels en satellieten concurreren op de lange afstanden zonder met groot verlies een lijntje te hoeven onderhouden tussen de heer Taas Daamde in Appeltern en zijn puzzelvriendin, mevrouw Van der Karbargenbok in Heeswijk-Dinther.

Daarom zegt de PTT nu: u mag goedkoper naar het EG-buitenland bellen op uren dat het net onderbelast is maar u zult meer betalen voor de eer van een aansluiting. Daarmee betalen de kleine bellers nog lang niet wat zij kosten. Daarom zullen er, als het aan Telecom ligt, nieuwe wijzigingen volgen om de binnenlandse gesprekken meer kostendekkend te maken. De hoop bij de PTT is in dat opzicht gevestigd op een zekere verneveling van het probleem. Straks, als het mogelijk is de telefoonrekeningen vergaand te specificeren, wordt het overbodig met botte en voor iedereen gelijke verhogingen te komen. In plaats daarvan komen "op maat gesneden tariefpaketten'. Een bejaarde die korte gesprekjes voert kan dan bij voorbeeld een regio-abonnement met de eerste 300 "tikken' inbegrepen krijgen. Iemand met een tweede telefoon (om beter bereikbaar te zijn terwijl de kinderen telefonisch huiswerk maken) kan een goedkoop abonnement met een hoog tik-tarief krijgen, terwijl de veel-beller het andersom-pakket kiest.

De concurrentie blijft intussen niet meer bij de grens stilstaan. De PTT heeft in eigen land een wettelijk monopolie voor spraaktelefonie, gekoppeld aan een leveringsplicht. Zij moet binnenlandse telefoonlijnen verhuren aan buitenlandse concurrenten die grote klanten goedkoop dataverkeer aanbieden en zo het lucratieve internationale verkeer wegsnoepen. Het onderscheid tussen dataverkeer en gewoon telefoonverkeer valt daarbij in het niet: de PTT heeft het alleenrecht voor spraaktelefonie, maar met de komst van de digitale centrales is het onbegonnen werk gesprekken te onderscheiden van data-verkeer: het zijn allemaal nullen en enen die als piepjes over de lijn gaan.

Voor de PTT is de werkelijkheid: ons monopolie bestaat niet meer - houdt ons niet aan al onze verplichtingen zonder je dat te realiseren. Accepteer dat de concurrenten hier al zijn, maar bindt hen aan de zelfde voorwaarden waar wij aan moeten voldoen.

In dat opzicht heeft de PTT sterke argumenten. Iedere overeenkomst tussen de drie jaar oude Wet op de telecommunicatie-voorziening (WTV) en de realiteit berust op toeval. Die wet regelde nog de exclusieve rol van het Nederlandse telefoonbedrijf op Nederlandse grondgebied. Intussen heeft de ontwikkeling van de techniek dat rolgordijn om het vaderland opgehaald. Na 1992 zal de Europese regelgeving verdere vrijmaking van de markt afdwingen. Ook op dat laatste is de PTT-top niet gerust. Voormalige monopolies zijn niet populair in Brussel, heeft men ervaren. Na een klacht van een Zweeds bedrijf, dat zei dat de PTT op Schiphol de concurrentie geen kans gaf met telefooncellen, stond een ambtelijke overvalploeg van de Europese Commissie op de stoep in Den Haag om op barse toon de boeken van de directie op te eisen. Dat was een half jaar geleden. Sinsdien is niets meer vernomen.

Regelgeving, handhaving en rechtspraak lijken in Brussel in de praktijk van dit soort gevallen wel eens in één hand te berusten. Het ene directoraat-generaal, dat concurrentie wil bevorderen, weet niet altijd wat het andere, dat de Europese industrie wil redden, doet. De luchtvaart heeft met soortgelijke problemen te maken. “Maar American Airlines vliegt nog niet van Parijs naar Amsterdam”, aldus een ingevoerde PTT-er: de golfslag van vernieuwing en concurrentie is in de telecommunicatie hoger en doordingender dan velen denken.

Toen de PTT geprivatiseerd werd, was het idee dat er op den duur een splitsing zou komen: in een nutsbedrijf voor de lijnen en een commercieel bedrijf voor de exploitatie. PTT Telecom moet er niet meer aan denken, het achterland is toch al zo klein. Moet het binnenlandse pseudo-monopolie namens de gebruiker dan niet in de gaten gehouden worden? In Engeland hebben ze daar een waakhond voor, een machtige ombudsman voor de telefoon. Ook daarvan gruwt onze groengeblokte gespreksleverancier.

Hoe regel je een half-open markt met openbare nuts-aspecten het beste als één speler nog aan bijna alle draadjes trekt? Volgens de PTT door geen splitsing en geen toezicht. Een vlieger die opgaat tot het lijntje van publiek vertrouwen breekt. Het KLM- en het Wolfson-dilemma in één: hoe aardig en hoe Nederlands kan de dienstverlening blijven op een Europees gereguleerde wereldmarkt?