Imitatie

Mijn gastvrouw, een katholieke Ierse uit de tweede generatie, stelt voor naar de National Cathedral te gaan. Dat lijkt me een goed idee, want ik ben benieuwd hoe het oude begrip kathedraal zich verhoudt tot de Nieuwe Wereld. Na enige tijd staan we voor een gebouw en ze zegt: “Daar is het”.

Ik mis het plein dat de imposante gestalte van een kathedraal laat uitkomen. Het front van de National Cathedral doet denken aan die van Reims of Chartres, dat wil zeggen er is een indeling in drieën. Boven elke deur een reliëf. Natuurlijk een allegorische voorstelling, maar hier niet een heilig leven, maar meer een abstract. Links een bal die golven uitzendt, misschien is het een zon, en rechts dezelfde bal, nu op een enorm slablad gelegd. Het middelste reliëf is een woeste maalstroom. Het leven mag dan een Chaos zijn, Geboorte en Dood (de enige momenten in ons leven die God bepaalt) zijn gebeurtenissen van rust, zo luidt waarschijnlijk de boodschap.

Vreemd, bijna onheilspellend, is het dat we alleen onder de Chaos door de kerk zelf kunnen betreden. Hoewel het buiten bijna vriest, is het binnen in de kerk warm.

“Zie je, echt gotisch”, stelt mijn begeleidster en ze kijkt naar boven. Inderdaad is het plafond erg hoog. Gelukkig is er erg veel licht in de kerk, zodat we alles goed kunnen zien. In rosetten gevangen gebrandschilderde ramen met hun melancholieke rode, gele en blauwe kleuren, puntvormige gipsen afgietsels, marmeren vloer, aan de pilaren afhangende vlaggen, honderden kerkbanken achter elkaar die de immense afmetingen van het godshuis accentueren, een kerkkoor met fijn houtsnijwerk en banken, een orgel met indrukwekkende pijpen, inderdaad: ik voel me een ogenblik in een echte kathedraal.

We zijn halverwege de ronde. Er zijn geen zijbeuken. Achter het koor is twee jaar geleden een lekkage opgetreden. De lichtbruin gesausde muur vertoont nog steeds kringen.

En dan begin ik van alles te missen: er zijn geen kaarsen die de belichting in een kathedraal zo speciaal maken; de hier beleden godsdienst is niet katholiek maar episcopaal, dus zijn er geen biechthokjes; in de vloer liggen geen graven; het is niet koud en akelig binnen de stenen muren; er hangt geen geur van rottenis en vocht, alleen een tekening op de muur vanwege een lekkage, een architectonische blunder.

Er spreekt geen angst, zelfs geen ontzag voor God uit. Alleen pronkzucht om de Heer te laten zien wat de mens vermag. De bouw is dit jaar gereed gekomen en heeft 85 jaar geduurd. En imitatie. Waarom moet je anno 1906, toen men met de bouw begon, nog een gotische kathedraal bouwen? “Omdat we er niet een hadden, en nu hebben we er een.”

Ik schiet in de lach. Ze kijkt beledigd. Ik voel me alsof ik een kind zijn leukste speelgoed heb afgenomen.

We gaan naar iets dat me zeker zal verbazen: het Washington Monument, een obelisk, die op een terp staat en volgens de cijfers exact 555 voet en 5,5 inches boven de grond uitsteekt. Precies in de oost-west lijn met het Lincoln Memorial en het Capitool, zoals ook in Parijs de historisch belangrijkste gebouwen op een rechte lijn liggen.

Ook hier weer dat element van imiteren. Het heeft iets kinderlijks, alsof men erbij wil horen, bij de wereld die men verlaten en verstoten heeft. De oorspronkelijk door Washington aangezochte stadsarchitect was een Franse majoor die in de Onafhankelijkheidsoorlog aan de kant van de Amerikanen vocht, luisterend naar de naam l'Enfant.

Ik kijk weer omhoog naar het monument en meteen zegt ze: “Ik weet wat je wilt zeggen. Een fallus. Oké, maar het is toch mooi.”

“Ongetwijfeld. Vertel me, wat zijn toch die twee knipperende rode lampjes in de top?”

“Dat is voor de vliegtuigen”, zegt ze.

“Ja, dat denk jij, maar ik denk dat het plaatsen van rode lichten op die plek echt alleen maar door jullie bedacht kan worden.”