Ierse premier raakt opnieuw in opspraak

LONDEN, 22 JAN. Ierlands premier, Charles Haughey, is opnieuw, en dit keer mogelijk fataal, in opspraak gekomen. Een voormalige minister van justitie en partijgenoot van Haughey, Sean Doherty, maakte gisteravond bekend dat Haughey tien jaar geleden als premier persoonlijk betrokken is geweest bij het telefonisch afluisteren van twee vooraanstaande Ierse journalisten. Haughey heeft zijn betrokkenheid bij dit "Liffey-gate'-schandaal altijd ontkend. Zijn woordvoerder zei in een eerste reactie dat Doherty's onthulling “afwijkt van de waarheid”, maar de premier geeft vandaag een persconferentie ter nadere opheldering.

Aller ogen zijn ondertussen gericht op de Progressieve Democraten, de coalitiepartner van Haughey in de zittende regering van Fianna Fal en Progressieve Democraten. Als de PD's hun steun opzeggen, valt het kabinet en Haughey vrijwel zeker ook.

De verbijsterende onthulling van Doherty komt aan de vooravond van een debat in het Ierse parlement over een wet die bescherming moet bieden tegen het afluisteren van de telefoon. Doherty zei te voorzien dat in het debat de hele afluisterkwestie van tien jaar gelden weer opgehaald zou worden en dat hij daarin opnieuw als de schuldige zou worden afgeschilderd. Dat vooruitzicht maakte een einde aan zijn “loyaliteit” jegens Charlie Haughey, voor wie hij tien jaar “gelogen” had teneinde diens politieke carrière te beschermen.

Doherty onthulde dat hij in 1982 als minister van justitie afschriften van de afgeluisterde gesprekken persoonlijk had overhandigd aan Haughey. Haughey was “volledig op de hoogte” en had “op geen enkel moment bezwaar gemaakt”. Het afluisteren van de journalisten was er destijds op gericht geweest om te achterhalen of leden van het kabinet vertrouwelijke informatie doorspeelden aan journalisten. De affaire kwam aan het licht onder een volgende regering, die werd geleid door de tegen Fianna Fal opponerende Fine Gael. Haughey, toen in de oppositie, hield vol dat hij het afluisteren van telefoons als “machtsmisbruik” beschouwde en “onaanvaardbaar” zou hebben gevonden zo hij ervan geweten zou hebben.

Haughey wordt met deze onthulling ingehaald door een schandaal, dat de serie onverkwikkelijkheden waarin hij in zijn politieke carrière betrokken is geweest, opnieuw groter maakt. Van de beschuldiging van betrokkenheid bij wapenleveranties aan de IRA, tot de implicatie dat hij persoonlijke belangen had gediend bij het begunstigen van een aantal grote bedrijven in Ierland, in de loop van vorig jaar.

Haughey heeft tot nu toe alle stormen getrotseerd. In november van het afgelopen jaar kreeg de Fianna Fal-leider opnieuw in meerderheid het vertrouwen van zijn partij, naar wordt aangenomen echter op de uitdrukkelijke voorwaarde van de kant van de partijleiding dat Haughey in de loop van 1992 zou gaan. Maar de man die “de Houdini van de Ierse politiek” wordt genoemd leek die voorwaarde alweer te zijn vergeten. In de afgelopen weken ging hij er volgens de Ierse pers prat op, dat hij in zo grote meerderheid de steun van zijn partij gekregen had en liet hij doorschemeren dat hij nog lang niet aan aftreden dacht.