EG-rapport: driekwart van de hulp komt uit de EG-landen

BRUSSEL, 22 JAN. De conferentie in Washington biedt de Europese Gemeenschap de gelegenheid nog eens duidelijk te laten zien hoe groot haar bijdrage en dat van haar lidstaten is bij het lenigen van de nood in de voormalige Sovjet-Unie.

Dat de Amerikanen het voortouw namen bij het organiseren van de hulpconferentie heeft in Europa wrevel gewekt, maar op instructie van de lidstaten is Brussel hard op weg de publicitaire achterstand in te halen. Aan de vooravond van de conferentie hebben ambtenaren van de Europese Commissie een inventarisatie gemaakt van de hulpstromen naar de staten van oude Sovjet-Unie sinds september 1990. Uit deze naar buiten gebrachte "schattingen' blijkt dat de EG en haar lidstaten driekwart van de hulp voor hun rekening nemen. Duitsland neemt met 57,45 procent de absolute leiding. De VS komen niet verder dan 5,7 procent en Japan blijft steken op 3,1 procent. Voor Nederland is het percentage aan toegezegde hulp 0,69 procent (overeenkomend met 430 miljoen ecu, 990 miljoen gulden).

In totaal komen de ambtenaren van de EG op een bedrag van 62,4 miljard ecu (ongeveer 143,5 miljard gulden) aan overheidshulp die sinds september 1990 is toegezegd. Ze hebben daarbij alle vormen van hulp bij elkaar opgeteld, zoals noodhulp (verstrekking van voedsel en medicijnen), technische assistentie, betalingsbalanssteun, exportkredieten en kredietgaranties.

Kwijtschelding van (overheids)-schulden hebben de ambtenaren niet meegeteld. Particuliere hulp is ook niet meegeteld, maar in het overzicht staan wel twee aparte cijfers over de omvang van die hulp: 20 miljoen ecu (46 miljoen gulden) opgebracht door Amerikaanse burgers tegenover 400 miljoen ecu (920 miljoen gulden) via particuliere inzamelingsacties in Duitsland.

Het leeuwedeel van de toegezegde hulp, bijna de helft, wordt gegeven in de vorm van exportkredieten en kredietgaranties. Die bedragen zijn bedoeld om de republieken van de voormalige Sovjet-Unie in staat te stellen voedsel op de wereldmarkt te kopen, dat wil zeggen: vooral in de VS en de EG.

Ook zogenoemde betalingsbalanssteun, rechtstreekse financiële steun van overheid aan overheid, en andere vormen van kredietverlening spelen een belangrijke rol. Vergeleken bij de bedragen die daarvoor in de diverse begrotingen zijn opgenomen, is de omvang van directe humanitaire hulp (voedsel en medicijnen) financieel gezien slechts van marginale betekenis. In totaal gaat het om een bedrag van ruim 2 miljard ecu (4,6 miljard gulden), waarvan Duitsland 60 procent voor zijn rekening neemt.

Opvallend op de Duitse lijst is ook de post "strategische assistentie' voor een bedrag van bijna 8,4 miljard ecu (19,3 miljard gulden). Onder die post vallen het huisvestingsprogramma dat de Duitsers hebben opgezet voor naar huis terugkerende Sovjet-militairen uit het voormalige Oost-Duitsland en de hulp van deskundigen bij het ontmantelen van gevaarlijke kerncentrale op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie.