Bonn wil verdrag met Praag niet wijzigen

BONN, 22 JAN. Na maanden touwtrekken heeft de Duitse regeringscoalitie besloten dat het 7 oktober 1991 al geparafeerde vriendschapsverdrag met Tsjechoslowakije volgende maand onveranderd zal worden getekend. Ook zal er, net als vorig jaar bij het Pools-Duitse vriendschapsverdrag, een brief worden toegevoegd waarin de Duitse regering haar interpretatie van het verdrag weergeeft. Voorts, zo heeft de Beierse CSU gisteren in een coalitie-topgesprek onder leiding van kanselier Helmut Kohl eveneens afgedwongen, zal de Bondsdag zich dan in een resolutie uitspreken over die interpretatie.

De problemen in Bonn rond de vertraagde tekening van het verdrag zijn daarmee nog niet verdwenen. De liberale FDP, in zulke kwesties steeds de natuurlijke tegenpool van de CSU, wil de begeleidende brief en een Bondsdagresolutie alleen voor haar rekening nemen als die passen bij de “geest en inhoud” van het verdrag. De Duitse coalitietwist heeft er de afgelopen maanden al toe geleid dat de term "vriendschapsverdrag' in Bonn én Praag inmiddels met een korrel zout wordt genomen. In Praag telt ook dat de voortvarendheid waarmee Duitse bedrijven economisch actief worden in Tsjechoslowakije (zoals Volkswagen en Daimler-Benz) schril afsteekt tegen de ontwikkeling van de politieke relaties.

In Tsjechoslowakije, waar de kwestie een rol gaat spelen in de verkiezingen van juni aanstaande, is de vertraagde ondertekening en ratificatie van het verdrag scherp gekritiseerd. Vorige week verweet minister van buitenlandse zaken Jiri Dienstbier de CSU al dat zij “schaamteloze extra eisen” stelt. Premier Peter Pithart had er al mee gedreigd om, als Bonn niet snel een besluit neemt, desnoods nieuwe onderhandelingen te verlangen.

Het Duitse touwtrekken in de coalite gaat vooral over de vraag of het verdrag van München van 1938 tussen nazi-Duitsland, Tsjechoslowakije, Groot-Brittannië en Frankrijk van het begin af aan nietig is geweest of pas in 1945, bij het einde van de Tweede Wereldoorlog, nietig werd. In dat verdrag, dat een einde maakte aan de in 1918 onstane Tsjechoslowaakse democratie, werd onder grote druk van Hitler-Duitsland, en met toestemming van Parijs en Londen, ruimte gemaakt voor de Duitse bezetting van stukken van Bohemen en Moravië.

Aan het einde van de oorlog zijn circa 2,5 miljoen zogenoemde Sudeten-Duitsers verdreven. Hun nabestaanden wonen nu veelal in Beieren, en hebben in de conservatieve CSU een spreekbuis en belangenbehartiger gevonden. Het tijdstip waarop het verdrag van München ongeldig werd is voor hen van juridisch belang. Anders gezegd, de vraag of zij aanspraak kunnen maken op schadeloosstelling wegens verlies van vroegere eigendommen, of ten minste op een voorkeursrecht om vroegere eigendommen te verwerven, hangt samen met de vraag of de Duitse nationaliteit gold sinds 1938, volgens het akkoord van München, of niet. In Tsjechoslowakije loopt tot woede van de Sudeten-Duitsers al een privatiseringsprogramma waarin ook onteigende eigendommen van Sudeten-Duitsers worden geveild.

Het al geparafeerde vriendschapsverdrag laat, net als een overeenkomst die de toenmalige Bondsrepubliek en de Tsjechoslowaakse volksrepubliek in 1973 sloten, in het midden sinds wanneer het akkoord van München ongeldig was. Dat had en heeft ook te maken met het bestaan in de Tweede Wereldoorlog van een exclusief op nazi-Duitsland georiënteerde republiek Slowakije. Dat maakt de kwestie extra gevoelig nu er tegenwoordig in Slowakije een actieve afscheidingsbeweging is die per referendum over een eigen republiek wil laten beslissen.

In 1990 brak de Tsjechoslowaakse president Václav Havel het ijs tussen Bonn en Praag met een openlijke spijtbetuiging voor wat de Sudeten-Duitsers in 1945 bij hun verdrijving was aangedaan. Na anderhalf jaar soms niettemin pijnlijke onderhandelingen besloten de ministers van buitenlandse zaken Jiri Dienstbier en Hans-Dietrich Genscher (FDP) vorig najaar vervolgens om een aantal botsende eisen tegen elkaar weg te strepen. Dat gold onder meer voor Tsjechoslowaakse schadeclaims wegens nazi-misdaden en de eisen van de Sudeten-Duitsers dat misdaden bij hun verdrijving in '45 alsnog zouden worden vervolgd en hun eigendomsrechten in enige vorm zouden worden erkend. Per saldo mag de FDP erop rekenen dat een grote meerderheid in de Bondsdag (CDU, SPD en FDP) de CSU met haar (alsnog) aanvullende eisen een blauwtje zal laten lopen.