Weer twee Opec-landen krimpen produktie in

ROTTERDAM, 21 JAN. Behalve Venezuela, Libië en Nigeria hebben nu ook Iran en Algerije besloten hun olieproduktie met te verminderen om de prijs voor Opec-olie (Organisatie van olie exporterende landen) op te drijven. De Iraanse olieminister Aquazedeh kondigde gisteren een vermindering van de produktie met 50.000 vaten aan en Algerije verklaarde gisteren 20.000 vaten per dag minder te zullen pompen.

Experts in de oliehandel verwachten dat ook Indonesië, dat al eerder een produktievermindering verdedigde, dezer dagen het beleid van de vijf Opec-landen zal volgen. In totaal worden nu 200.000 vaten per dag minder op de markt gebracht, op een totale Opec-produktie van 24,2 miljoen vaten per dag.

Vooral de kleinere Opec-landen maken zich ernstige zorgen over de aanhoudend lage prijs voor hun produkt. Vorige week was de gemiddelde prijs voor zeven soorten olie uit de Opec-landen 16,66 dollar per vat van 159 liter, terwijl de minimum-richtprijs van het kartel al twee jaar op 21 dollar staat.

De kleinere Opec-producenten proberen met hun actie druk uit te oefenen op Saoedi-Arabië, dat bijna een derde van de totale Opec-export voor zijn rekening neemt, om tijdens de vergadering van de olie-ministers volgende maand akkoord te gaan met een algemene produktievermindering. Iran, een van de grootste Opec-producenten na Saoedi-Arabië, staat traditioneel consequent aan de kant van de landen die een hogere prijs nastreven.

Sinds Venezuela op 10 januari een produktievermindering met 50.000 vaten per dag aankondigde, is de prijs voor lichte, dure oliesoorten met ongeveer 2 dollar per vat gestegen. Toch menen olie-analisten dat Opec de totale produktie met zeker 5 procent zou moeten verminderen (ruim 1,2 miljoen vaten per dag) om voldoende effect te bereiken. Daarvoor is de medewerking van Saoedi-Arabië onontbeerlijk.