Relatie China en Israel hoogtepunt van lang proces; Huidige doorbraak vloeit voort uit Pekings verlangen naar rol in vredesproces

PEKING, 21 JAN. De Israelische minister van buitenlandse zaken, David Levy, arriveert morgen voor een historisch bezoek aan China. Hoogtepunt van dit bezoek zal het vestigen van diplomatieke betrekkingen zijn en de opening van een Israelische ambassade in Peking. Het is het eerste bezoek van een Israelische minister van buitenlandse zaken aan China, maar minister van defensie Mosje Arens is hem enige maanden geleden voor geweest.

Hiermee culmineert een al enige jaren durend toenaderingsproces, dat steeds is bemoeilijkt door China's "revolutionaire Derde-wereldsolidariteit' met de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) en de islamitische wereld. Wat nu de doorslag heeft gegeven is dat China de zichzelf toegedachte rol als grote mogendheid in het vredesproces niet kan spelen zonder officiele relaties met Israel. Door het zogenaamd principieel schuwen van Israel had China zich gediskwalificeerd voor de Madrid-ronde van het Middenoosterse vredesoverleg, maar het wil als die conferentie doorgaat per se in Moskou aanwezig zijn.

China heeft als het ware op het fiat van PLO-leider Yasser Arafat gewacht, die frequent in Peking als "president van de staat Palestina' wordt ontvangen en wiens kantoor in Peking sinds de PLO zich tot staat uitriep de status van ambassade heeft. Arafat was laatstelijk in december in Peking en stemde toen in met China's erkenning van Israel in de hoop dat China het Palestijnse belang tegenover Israel tijdens de vredesbesprekingen zou dienen. Premier Li Peng maakte Arafat duidelijk dat terwijl China de Palestijnen steunt “de soevereiniteit en veiligheid van alle landen in het Midden-Oosten, inclusief Israel moet worden gerespecteerd en gegarandeerd”. Het bezoek van Arafat aan Peking viel samen met een discrete visite aan Jeruzalem van een Chinese vice-minister van buitenlandse zaken, Yang Fucheng, ter voorbereiding van Levy's reis naar China. Gelijktijdig was een delegatie van de Israelische Communistische Partij te gast in China.

Israel heeft vanaf 1949 naar officiele banden met China gestreefd om zo een bredere basis voor relaties met de hele Derde wereld te creeren. Israel was een van de eerste landen die de Volksrepubliek erkenden, maar China had wegens de Koreaanse oorlog geen belangstelling. Pekings banden met Nassers regime in Egypte (vanaf 1954) en met andere revolutionaire Arabische regimes stonden elke vorm van relatie tientallen jaren in de weg. Israel bleef in de Verenigde Naties echter voor de toelating van China (uiteindelijk in 1971) stemmen en zelfs op het dieptepunt van zijn isolement is het nooit tot officiele betrekkingen met Taiwan gekomen, mede omdat Taiwan prioriteit gaf aan zijn diplomatieke betrekkingen met Saoedi-Arabie.

Israels superioriteit op het gebied van militaire elektronica werd begin jaren tachtig de basis voor nieuwe contacten met China, zij het in het diepste geheim.

Israel zweeg er volledig over en China ontkende reflexmatig dat het raket- en artilleriegeleidingssystemen etcetera van Israel betrok. Na het ingaan van Westerse sancties, met name op levering van Amerikaanse militaire technologie aan China wegens het bloedbad van juni 1989, werd Israel volgens Amerikaanse regeringsfunctionarissen de grootste militaire leverancier van China.

De leveranties sloegen echter als een boemerang terug, want terwijl Israel China raket-technologie leverde, verkocht China raketten aan Israels gevaarlijkste vijanden, waaronder Iran en Irak, maar ook aan Saoedi-Arabie. De Amerikanen verzetten zich niet al te krachtig tegen de militaire connectie Jeruzalem-Peking, omdat Israel zo kostbare inlichtingen over de stand van de Chinese bewapening verkreeg en een zekere invloed op de Chinese wapenhandel verwierf. Met andere woorden: wij (Israel) willen jullie (China) systeem A leveren als je systeem B, dat wij twee jaar geleden leverden, niet naar Syrie en Libie doorstuurt. Volgens Lillian Craig Harris, een voormalige hoofdambtenaar op het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en nu journaliste in Kairo, is minister Arens in november vorig jaar juist voor dat doel in Peking geweest.

De Chinees-Israelische relaties kregen in de zomer van 1990 een operationele basis, toen Israel werd toegestaan in een hotel in Peking een vertegenwoordigend kantoor van de "Academie van Wetenschappen en Humaniora' te openen en China in Tel Aviv een "reisbureau' opzette. Directeur van het Israelische kantoor werd een agronoom, die studies voor gezamenlijke landbouwprojecten, met name irrigatie en landwinning in woestijnen, entameerde, maar overige stafleden kwamen van het ministerie van buitenlandse zaken. Onlangs werd Zev Sufott, voormalig Israelisch ambassadeur in Den Haag, tot adviseur van het kantoor benoemd, dat inmiddels een halve verdieping in het Wereldhandelscentrum bezet. Hij is voorbestemd om Israels eerste ambassadeur in China te worden.

Het vestigen van diplomatieke betrekkingen heft nu alle belemmeringen op tegen uitwisselingen op alle fronten. De (civiele) handel was tot dusver minimaal (35 miljoen dollar in 1991) en liep via Hongkong of andere derde landen. Een delegatie van Israels top-industrielen, zowel in de civiele als militaire sector zal spoedig China bezoeken. In de delegatie zullen onder anderen zitting hebben de presidenten van Koor Industries, Tadiran en Telrad.