Plan voor ketenbeheer bij chemische produkten

DEN HAAG, 21 JAN. Het adviesbureau Mckinsey heeft een "beoordelingsmethode voor integraal ketenbeheer van chemische produkten' opgesteld om zorgvuldiger in te grijpen in de kringloop van produkten.

Voormalig minister van milieubeheer, dr. P. Winsemius, heeft het rapport vanmiddag gepresenteerd. Het gaat om een model, waarin partijen met verschillende belangen voorstellen en alternatieven kunnen aandragen bij de produktie van materiaal dat chemische stoffen bevat.

Het bureau heeft bij het opstellen van de methode samengewerkt met de Economische Zaken en VROM, de Vereniging van Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) en de universiteit van Amsterdam, die de Stichting Natuur en Milieu en de Vereniging Milieudefensie vertegenwoordigt. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne en het Centrum Milieukunde Leiden waren bij de studie betrokken. In het rapport wordt als voorbeeld chloor genomen, zoals dat in drie toepassingen die in de industrie wordt gebruikt: de koelvloeistof HCFC-22, het oplosmiddel DCM en polycarbonaten, die voor het maken van transparante bouwelementen worden gebruikt. Chloor wordt toegepast in onder andere koelsystemen, glasvervanging, CD-plaatjes, geneesmiddelen, PVC, papier en huishoudmiddelen. Het model gaat er van uit dat zoveel mogelijk informatie wordt vergaard over het produkt, van het ontstaan tot en met het afvalstadium. Voorts moet in kaart worden gebracht wat de belangrijkste gevolgen van een dergelijke kringloop voor het milieu zijn. Dan moet worden gekeken naar eventuele alternatieven voor al die fasen. Vervolgens worden de kosten van die maatregelen berekend en afgezet tegen het milieu-rendement. In een open discussie tussen industrie, overheid en milieubeweging zou dan kunnen worden gekozen voor een produktiemethode die zoveel mogelijk door alle partijen wordt gedragen.

Het Nationaal Milieu Beleidsplan, dat in 1989 werd gepubliceerd, draagt de chemische industrie onder meer op de verwerking van chloor te beperken en ten minste beheersbaar te maken. Globaal kan er dan sprake zijn van drie opties: van de stof wordt niet afgezien, maar wel wordt gekozen voor een andere produktie; van de stof wordt niet afgezien, maar besloten wordt aan het eind van de cyclus het afval in te zamelen en te recyclen, of: van de stof wordt afgezien en er wordt gekeken naar een alternatief.

“Het model moet worden gezien als een soort spoorboekje”, zegt ir. E.J. Vles van de VNCI. “De volgende stap is dit in de praktijk te brengen. Wij zullen daar bij de leden sterk op gaan aandringen.”

De Stichting Natuur en Milieu heeft al laten weten dat er een aantal ernstige tekortkomingen in het model zitten. Milieuorganisaties pleiten voor maatregelen die leiden tot algehele stopzetting van de chloorchemie, die voor het grootste deel plaatsheeft bij Akzo in Delfzijl en Shell in het Rijnmondgebied.