PETER BROOKE; "Upper class gent'

LONDEN, 21 JAN. De benoeming van Peter Brooke (58), in juli 1988, tot de Britse minister voor Noord-Ierland, stuitte in die verdeelde provincie op algemene waardering. Niet alleen werd Brooke beschouwd als een door en door fatsoenlijk man, maar ook werd hij gezien als “de eerste Britse politicus in lange tijd die iets van (Noord-)Ierland begrijpt”. Moeizaam en niet aflatend onderhandelend met alle partijen in het conflict, wist Brooke de verstarde verhoudingen aan weerszijden van de scheidslijn unionist-republikeins zo los te weken dat de partijleiders zich lieten verleiden tot “praten over praten”. Zelf zei Brooke dat de waardering voor zijn persoon alles te maken had met het feit dat zijn familie generaties teruggaat tot in Ierland. Dat op zichzelf vond hij al kenmerkend voor de aard van het probleem: de historische last, waarnaar partijen almaar achterom keken.

Peter Brooke is een Tory van de oude school, voortkomend uit een welvarend milieu, opgeleid op privé-scholen en in Oxford, een echte "upper class gent', die in gedrag en uiterlijk van jongs af aan al een beetje als een oude man werd beoordeeld. Brooke maakte carrière in het bedrijfsleven, als (beroeps-)aandeelhouder en uiteindelijk als hoofd van een bedrijfsadviesbureau. Het begin van zijn full-time politieke carrière viel samen met Thatchers entree in Downing Street. Via de departementen van onderwijs en financiën belandde hij in 1987, na de verkiezingen, in de (kabinets-)functie van voorzitter van de Conservatieve Partij. In de herschikking van een jaar later volgde hij Tom King (defensie) op in de post die politiek gezien als het Siberië voor regeerders wordt gezien: die van minister voor Noord-Ierland.

Ondanks de drukkende veiligheidsmaatregelen, die een minister op deze post zich ten koste van zijn privéleven moet laten welgevallen, genoot Brooke zichtbaar van zijn nieuwe baan. Het is typerend voor hem dat hij in de gewraakte televisieshow, die zijn politieke carrière in elk geval onherstelbaar heeft ondermijnd, oprechte hulde bracht aan de bevolking van Noord-Ierland, niet alleen om haar stugge doorzettingsvermogen in twintig jaar van excessief geweld, maar ook om haar warmte, hartelijkheid en gastvrijheid. Het is Brooke's ouderwetse hoofsheid, die hem ongetwijfeld deed bezwijken voor de aandrang van zijn televisie-gastheer om een liedje te zingen. Duidelijk slecht op zijn gemak en nog slechter bij stem bracht hij na lang aarzelen een mompelend "My darling Clementine' ten gehore. “Uw eer is gered”, prees de televisie-presentator de blozende Brooke na afloop. “U zult wel een hoop te verduren krijgen, dat u hier vanavond hebt gezongen.” Brooke lachte opgelucht en toen nog onbezorgd. “Dat denk ik ook wel.”