Pensioenen

Het betoog van dr. E. Lutjens: "Slapend meer pensioen' (NRC Handelsblad, 8 januari) vermeldt niet dat de wet van "gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden' ingediend is op initiatief van het D66 Tweede Kamerlid drs. E. Nypels en dat zonder zijn jaren volgehouden strijd tegen het standpunt van zowel CDA/VVD - als tegen het CDA/PvdA-kabinet deze wet er niet gekomen zou zijn.

De schrijver doet alsof dankzij deze wet zo'n 4,5 miljoen slapers (zij het met dubbeltellingen) sedert 1 januari j.l. recht op verhoging van hun pensioen krijgen (zij het op voorwaarde dat de gepensioneerden in dezelfde pensioenregeling een verhoging van hun pensioenen krijgen). Deze schijn is bedriegelijk, omdat de wet vanaf 1-1-92 van toepassing is en geen terugwerkende kracht heeft.

Degenen van die 4,5 miljoen slapers, die op 1-1-92 of eerder met pensioen zijn gegaan ontvangen dus in geen enkele vorm heling van de in hun arbeidsverleden opgelopen pensioenbreuk (en). Alleen slapers, die op 1-1-92 nog een aantal jaren arbeid hebben te verrichten totdat zij de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen gedurende dat aantal jaren recht laten gelden op toeslag op hun bevroren pensioen van vorige werkgevers.

Dat de wet niet met terugwerkende kracht van toepassing is betekent dat naar schatting de helft van de 4,5 miljoen slapers, de reeds gepensioneerden, geen reparatie van hun pensioenbreuk krijgen kunnen zien en dat dit voor de andere helft, de nog niet gepensioneerden, slechts in beperkte mate het geval zal zijn. Algehele terugwerkende kracht werd door initiatiefnemer Nypels uit zijn wetsvoorstel geschrapt omdat hiervoor geen Kamermeerderheid te voorzien viel en hij ervan is uitgegaan dat iets beter is dan niets.

Ook het huidige kabinet is tegen een wettelijke verplichting voor reparatie van ongelijke behandeling in het verleden, gezien de inhoud van de nota "Aanvullende pensioenen', die de huidige staatssecretaris E. ter Veld aan de Kamer heeft aangeboden. De nota volstaat met de opmerking, dat de sociale partners zich sterk zullen moeten maken voor het oplossen van oude pensioenbreuken. Van de sociale partners valt echter geen afdoende oplossing daarvan te verwachten omdat deze de in bedrijven aanwezige financiële ruimte bij voorrang aan de actieve deelnemers ten goede zullen laten komen.