Overleg over CAO in bouw raakt in slop

ROTTERDAM, 21 JAN. Het overleg over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de 200.000 werknemers in de bouwnijverheid is gisteren vastgelopen op de aanpak van het ziekteverzuim. De bonden gaan niet akkoord met het inleveren van geld en vrije dagen door zieke bouwvakkers.

De bouwwerkgevers, verenigd in het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), overleggen deze week of nog concessies aan de bonden worden gedaan. Onderhandelaar C. de Fouw betwijfelde gisteren of zijn achterban daartoe bereid is. Komen er geen concessies, dan zullen de bonden acties voorbereiden, zo liet onderhandelaar R. de Vries van de Bouw- en Houtbond FNV na afloop van het vastgelopen overleg weten.

De bouwwerkgevers zwakten gisteren hun oorspronkelijke eisen af. Aanvankelijk wilden ze dat bouwvakkers per ziekmelding vrije dagen zouden inleveren tot een maximum van acht dagen per jaar. Bovendien wilden ze de bestaande aanvulling op het ziekengeld boven het wettelijk niveau van 70 procent helemaal schrappen. Gisteren stelde het AVBB voor zieke bouwvakkers maximaal vier vrije dagen in te laten leveren en de aanvulling op het ziekengeld alleen in de eerste zes weken te beperken (tot 80 procent).

De bonden gingen deze tegemoetkomingen niet ver genoeg. De bonden verwerpen het inleveren van geld en vrije tijd door zieke bouwvakkers. Volgens De Vries gaat daarvan “geen enkele arbeidsvoorwaardelijke stimulans” uit om weer aan het werk te gaan. De bonden willen het ziekteverzuim, dat in de bouw met 12 procent ruim boven het landelijk gemiddelde ligt, bestrijden door verbetering van arbeidsomstandigheden en veiligheid in de bouw en intensivering van de begeleiding van zieke of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers.

Onderhandelaar De Fouw van de bouwwerkgevers verwijt de bonden een halsstarrige opstelling. “Wij hebben onze inzet fors afgezwakt, maar wij vinden dat preventie, reïntegratie en arbeidsvoorwaardelijke stimulansen bij elkaar horen. Dat is een drie-eenheid.”. Volgens hem lappen de bouwbonden de aanbeveling aan hun laars, die in oktober tussen de centrale organisaties van werkegevers en werknemers werd overeengekomen.