Overheid moet politiekosten EK betalen

ZEIST, 21 JAN. Het betaalde voetbal voelt er niets voor een bijdrage te leveren in de politiekosten als Nederland de organisatie van het Europees kampioenschap 1996 krijgt toegewezen. Het sectiebestuur van de KNVB zal, nadat gisteravond de clubs werden geraadpleegd, dit binnen enkele dagen kenbaar maken in een gesprek met het kabinet. Het college van Martin van Rooijen vindt dat de overheid genoegen moet nemen met de BTW-heffing op de inkomsten voor de Europese voetbalunie (UEFA).

Die bedragen in Zweden komende zomer tachtig miljoen gulden. Van Rooijen: “De Zweedse overheid berekent een BTW-tarief van 25 procent en kan dus twintig miljoen incasseren. Maar de regering in Stockholm heeft laten weten geen aanspraak te willen maken op dat bedrag. Wij zouden afgezien van de twintig procent BTW ook nog eens de veiligheidskosten moeten opbrengen. Dan zijn we toch op de verkeerde weg. De Oostenrijkse regering ondersteunt de kandidatuur zelfs met een bijdrage van 130 miljoen gulden. Ook dat staat haaks op de plannen van Den Haag.”

Het sectiebestuur was via ambtelijke bronnen op de hoogte gebracht van het voornemen om de politiekosten door te berekenen. Van Rooijen: “Wij vinden dat de overheid moet zorgdragen voor de veiligheid. We vragen geen financiële bijdrage. Wel een vergunning om een inzamelingsactie te houden. Dat is in '88 in West-Duitsland ook een succes gebleken. We hopen dat de overheid nu ook eens een gebaar maakt naar het voetbal, dat het rijk geen cent subsidie kost. Maar grote cultuurpaleizen, die beperkt worden bezocht en waar heel veel geld bij moet, krijgen wel tientallen miljoenen guldens aan steun. Het EK zal het rijk trouwens ook indirect veel belasting opleveren. Denk alleen al aan de horeca. Daarnaast zijn wij bereid om een eventueel overschot in overleg met de regering aan te wenden voor creatieve bestemmingen.”

De aanwezige clubs gingen gisteravond in een buitengewone algemene ledenvergaderng unaniem akkoord met de kandidatuur voor het EK in 1996. Ook als de UEFA mocht besluiten het aantal deelnemende landen op te voeren van acht naar zestien. Ook de acht steden die de kandidatuur van de KNVB voor de eindronde van de Europese titelstrijd in 1996 steunen, hebben geen problemen met een mogelijke uitbreiding van het eindtoernooi naar zestien landen. In maart zal een vertegenwoordiging van de Europese voetbalunie een bezoek brengen aan Nederland om de accommodaties te bekijken. Het is een vereiste dat een organiserend land ten minste over twee stadions met een capaciteit van veertigduizend zitplaatsen beschikt en twee stadions van dertigduizend. Ofschoon op dit moment alleen De Kuip in aanmerking komt, is Van Rooijen in dit opzicht optimistisch. “We hebben nog vier jaar de tijd. Ik reken op Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Arnhem. Groningen hebben we als reserve achter de hand, maar zelfs Nijmegen is een heel goede mogelijkheid. Het stadion De Goffert kan zo worden gerenoveerd en ligt ten opzichte van het buitenland perfect.”

Dat de nog te bouwen voetbaltempels in Amsterdam en Arnhem het stadium van de tekentafel nauwelijks zijn gepasseerd, baart Van Rooijen evenmin zorgen. Hij noemt de realisatie van de stadions “een kwestie van een druk op de knop.” Van Rooijen: “In maart weten we of Amsterdam haalbaar is. Arnhem wacht alleen nog op een uitspraak van de Raad van State. Eindhoven is helemaal geen enkel probleem, wil zelfs nog verder gaan dan de beoogde uitbreiding naar dertigduizend zitplaatsen.”

Van Rooijen heeft het idee dat de kandidatuur van Nederland in UEFA-kringen serieus wordt genomen. Engeland en Oostenrijk zijn de concurrenten voor het EK van '96. De Britten kunnen bogen op de bakermat van het voetbal, maar hebben door het vandalisme een slecht imago gekregen. Bovendien voldoet buiten het Wembley-stadion nog geen enkele andere accommodatie aan de eisen voor 1996. Van Rooijen: “Het blijft jammer dat België is afgehaakt. Ik heb het idee dat een dubbelkandidatuur van buurlanden hoger scoort bij de UEFA. Oostenrijk heeft ons overigens mondeling meegedeeld het samen met Nederland te willen doen. Dat land is plotseling het centrum van Europa geworden en wil zich graag als zodanig profileren. Oostenrijk beschouwt het EK als een uitstekend middel van propaganda. Ik hoop dat onze regering dat ook inziet. Voor het eerst na de Olympische Spelen in 1928 zouden we weer een groot sportevenement organiseren.”