Notities Adam Smith theoretisch; Sociale dienstplicht kan wèl belang van de markt dienen

In het kader van de discussie over de toekomst van militaire dienstplicht in Nederland wijzen Eddy Habben Jansen en Jan Kees Martijn vervangende sociale dienstplicht af (NRC Handelsblad, 7 januari). Zij ondersteunen hun standpunt met een economisch argument; aan de hand van de klassiek econoom Adam Smith betogen zij dat het invoeren van sociale dienstplicht een optimaal gebruik van human resources negatief beïnvloedt. In andere bewoordingen: een computerprogrammeur moet programmeren en een voetbaltalent dient op het gras te blijven. Als iedere schoenmaker zich bij z'n leest houdt, is het collectief het meest erbij gebaat. Kortom, sociale dienstplicht is niet in het belang van marktmechanisme.

Dit is zo maar een conservatieve stellingname. Het is onverantwoord om de discussie over de toekomst van militaire dienstplicht, een belangrijk politiek onderwerp met gevolgen voor vele jonge mensen, te voeren op basis van een wereldbeeld van omstreeks 1800. De economische wetenschap heeft inmiddels inzichten geleverd waarmee sociale dienstplicht zeer wel te verdedigen is en zelfs in het belang van de markt kan zijn.

Daarnaast is een puur economische argumentatie bij dergelijke vraagstukken ongewenst: wij leveren ons daarmee uit aan de calculerende burger en zeggen onze ideologische abonnementen op.

Ver na Adam Smith (in 1967) introduceerde William Baumol het "cost disease' -verschijnsel. Kort gezegd houdt dit concept in dat een toenemend deel van de banen gegenereerd wordt in sectoren waar de produktiviteit moeizaam stijgt. Lage lonen zijn derhalve wenselijk om dergelijke sectoren, meestal diensten, in stand te houden. Voorbeelden zijn gemeentelijke diensten die stedelijke voorzieningen in stand houden en de gezondheidszorg. Loonkostenstijgingen in lijn met produktiviteitsverbeteringen in de industrie zet de rentabiliteit van diensten onder druk ("cost disease') en brengen zo de leverantie van dergelijke maatschappelijke diensten in gevaar.

Juist in dergelijke sectoren kunnen vele jongeren werkervaring opdoen en tevens de levering van deze categorie diensten mede veilig stellen. Men kan, zoals industriële goederen, deze diensten nu eenmaal niet uit lage-lonenlanden betrekken. Het aanwenden van een goedkoop arbeidsreservoir ten bate van de gezondheidszorg lijkt beter dan het in stand houden van een militair apparaat. Men creëert goedkope arbeid voor dure diensten.

Daarnaast is de praktijk van de arbeidsmarkt anders dan Habben Jansen en Martijn suggereren. Wie als economisch onderzoeker naar buiten kijkt, weet dat programmeurs niet hun hele leven programmeren en voetballers evenmin altijd voetballen. Voetballers doen na hun actieve loopbaan vaak heel andere dingen (sigarenzaak), maar ook kan gewezen worden op studies over de Amsterdamse informaticasector. Ondernemers in die sector zijn afkomstig uit vele branches; hun wisselend arbeidsmarktverleden draagt vaak bij aan het succes van de onderneming. Dergelijke kruisbestuivingen zijn bevorderlijk voor een bloeiende regionale economie en relativeren de theoretische noties van Adam Smith. Zo kunnen programmeurs in spe tijdens een sociale dienstplicht in een ziekenhuis uitstekend werk verrichten en connecties onderhouden die in latere werkkringen van pas komen. Habben Jansen en Martijn scheppen onterecht een eenvoudig beeld dat dienstplichtigen allemaal tegen hun zin stofzuigers ter hand nemen. Zo zijn er vele voorbeelden.

Niet-economische argumenten spelen ook een rol. De huidige ongelijkheid die militaire dienstplicht tussen mannen en vrouwen schept is door geen enkele ideologie of economische theorie te rechtvaardigen. Eveneens is er ernstige ongelijkheid tussen hen die in dienst moeten en zij die eraan weten te ontsnappen; de Wet Gewetensbezwaarden creëert veel ongelijke situaties. Sociale dienstplicht beëindigt dit. Vele jongeren zullen de kans niet krijgen langdurig werkloos te worden. Veel carrière-gerichte vrouwen raken hun voordeel ten opzichte van hun mannelijke tegenstrevers kwijt. En vooral zullen vele diensten geleverd kunnen blijven worden die de vrije markt beslist niet en de overheid slechts tegen hoge kosten zou kunnen aanbieden.

Bovenstaande argumenten dienen mee te wegen in de discussie omtrent de toekomst van militaire dienst en een eventuele invoering van sociale dienstplicht.

Economische argumentatie geeft aan dat sociale dienstplicht optimaal gebruik van goedkope arbeid kan inhouden. We moeten echter ook voor ogen houden dat sociale dienstplicht ook niet-economische argumenten heeft. Anders gaat de calculerende burger overheersen en worden economen de vijanden van het volk.