Lange calls niet altijd voordelig

De Dow Jones lijkt van elastiek. Sterke krachten testen het gemiddelde om te kijken hoe ver ze het nieuwe record kunnen oprekken en hoe gek ze beleggers kunnen maken. En waarom? Dat weet niemand precies, maar het is in ieder geval goed voor de omzetten (en inkomsten) van de handelaren en de beursstemming.

Ondanks de records krijgen beleggers nog steeds van analisten het advies om aandelen te kopen, omdat onder meer de rente op spaargelden daar zo laag is. Je hoort ze zelden adviseren om te verkopen. Die analisten vertellen even smakelijk dat de kleine belegger het vaak fout doet: hij koopt pas als de koers te hoog is om nog winst te maken en verkoopt weer als de koers op een dieptepunt staat en er een gunstige ommekeer inzit.

De grote internationale beurzen blijven niet achter bij die aanhoudende explosie op Wall Street. Dat is merkwaardig, want de omstandigheden bij ons verschillen van die in de Verenigde Staten. Zo is de spaarrente bij enkele instellingen nog rond de 7,5 procent per jaar en dat moet je op dit moment nog maar zien te maken met aandelen, nog afgezien van het neerwaartse koersrisico en de fiscale aspecten.

Wie nu voor de middellange termijn in aandelen wil beleggen moet dus, net als altijd, goed rekening houden met de markt. Een voorbeeld.

Midden vorig jaar stond in deze rubriek de volgende eenzijdige portefeuille met 300 financiële aandelen: 100 ABN Amro (koers 38,30), 100 Aegon (119,40) en 100 ING (51,40). Samen 20.910 gulden, zonder rekening te houden met kosten. De markt zag er toen zo uit: een doodstille beurs, index Optiebeurs op 280,18 (nu 291,31), dollar 2,03 (1,78), Dow Jones 2913 (3257) en de olieprijs in Londen 18,39 $/barrel (18,50); in guldens 37,33 en 32,93. De Dow Jones (alsof het een fictief aandeel is) in guldens: 5913 toen en 5797 nu. De record-Dow heeft de lagere dollar (Amerikaanse beleggingen zijn daardoor in gulden minder waard!) nog niet helemaal gecompenseerd.

De waarde van het financiële mandje was maandag 1.250 gulden of 6 procent hoger op 22.160. Daarbij komen nog 2,4 procent aan interim dividenden over 1991 en over een paar maanden de slotdividenden. De suggestie vorig jaar was voor 4300 gulden aan januari 1994 call-opties te kopen in plaats van aandelen en het niet-belegde bedrag op een renterekening te zetten. Tegenover het voordeel van die lagere investering staan twee nadelen: de looptijd van de opties is beperkt en ze keren geen dividend uit. Het tweede punt wordt ondervangen door de rente die voor het hele mandje per jaar uitkomt op 1170 gulden of circa 5,6 procent, bij een rente van 7 procent. Hoeveel gingen de opties omhoog of omlaag? De ABN AMRO uitoefenprijs 32,50 klom van 8 naar 13 gulden, de Aegon 110 daalde van 26 naar 22 en de ING 47,80 van 9,00 naar 6 gulden. De optie-investering van 4300 gulden daalde in een half jaar tijd met 200 gulden naar 4100. Op het totaal van de beoogde portefeuille (20.910 gulden) is dat slechts 1 procent.

Uit het voorbeeld blijkt dat meerjarige calls, als alternatief voor aandelen, bij oplopende koersen minder opleveren aan niet belaste koerswinst dan de onbelaste koerswinst op de aandelen plus het (voor een deel onbelaste) dividend op die aandelen. Helemaal niet beleggen, alles op rente, levert in dit geval ook minder op dan alles beleggen in aandelen.

Gisteren heeft de Optiebeurs het assortiment meerjarige opties uitgebreid met de januari 1995'ers (looptijd 3 jaar) met uitoefenprijzen: ABN AMRO 45 gulden, Aegon 130, DSM 100 en ING 47,50 gulden.

De call ABN AMRO 45 deed 5 gulden, aandeel 45,60, en de put 3 gulden. Wie de rit van 38,30 (of nog lager) geduldig en zonder opties heeft uitgezeten, zit nu op een papieren koerswinst van zo'n 20 procent. Door de koop van de put 1993 45 voor 3 gulden (6,6 procent van de koers) wordt de koerswinst voor drie jaar vastgelegd op 45 gulden, de uitoefenprijs van de optie. Dat is 2,2 procent per jaar aan verzekeringspremie, zonder eventuele hogere koersen af te remmen. Voor Aegon en ING kan een zelfde bescherming gekocht worden.

Zuinige beleggers vinden zo'n bescherming te duur, want zeggen zij als je lagere koersen verwacht, waarom dan niet de stukken verkopen? Of deep-in-the-money calls schrijven/verkopen? De tweede benadering levert geld op en geeft tevens bescherming tegen lagere koersen. De eerder beschreven januari 1994 calls zouden nu verkocht kunnen worden voor (onbelast) 4100 gulden. Op de totale waarde van het mandje (22.160 gulden) geeft dat een dekking van bijna 20 procent. De kans dat de aandelen worden opgevraagd is niet zo groot. Op deze manier zijn de lange calls in zekere zin wèl voordelig.