Kongo; Democratie is nog kasplantje

Voor de tweede keer in korte tijd tracht in Afrika een leger met geweld een eind te maken aan de democratisering. Na de recente coup tegen de Togolese premier Koffigoh is sinds dit weekeinde in Brazzaville de Kongolese premier André Milongo het doelwit van ontevreden militairen, die met de democratisering hun traditionele machtspositie en hun privileges verloren zien gaan.

Het afgelopen jaar is de democratisering in een groot aantal landen van zwart Afrika voortvarend ter hand genomen. Kongo - sinds 1968 een marxistische dictauur, sinds 1979 geleid door kolonel Denis Sassou-Nguesso - beet daarbij met Benin het spits af. Tijdens de recente top van fracofone landen noemde de Franse president Mitterrand Kongo een model voor de democratisering van Afrika, vooral omdat het die democratisering verwezenlijkte met een Nationale Conferentie, waarop de verschillende politieke, sociale en kerkelijke organisaties rond de tafel plaatsnamen om de overgang van dictatuur naar democratie te bespreken.

De Kongolese Nationale Conferentie, voorgezeten door de aartsbisschop van Brazzaville en rechtstreeks op de televisie uitgezonden, liep tot niet geringe verwondering van het Kongolese kiezersvolk uit op een vergaande democratisering van het openbare leven. Er werd een overgangsregering onder premier Milongo gevormd, die van Kongo een meerpartijenstaat moet maken en vóór juni van dit jaar democratische parlements- en presidentsverkiezingen moet voorbereiden. President Sassou-Nguesso raakte vrijwel al zijn macht en zelfs zijn paspoort kwijt - en dat zonder zich noemenswaardig te verzetten. Integendeel, hij leek in te stemmen met zijn eigen marginalisering en heeft sinds het eind van de Nationale Conferentie in augustus niet veel meer van zich laten horen.

Twee instellingen hebben zich sinds augustus echter met kracht tegen de democratisering verzet: het parlement, dat premier Milongo het leven danig zuur heeft gemaakt, en het leger, dat bij een democratisering van het land veel van de onder de dictatuur opgebouwde machtsposities dreigt te verliezen. Bovendien spelen tribale tradities mee. Zoals in veel Afrikaanse landen is ook in Kongo het nationale leger vooral opgebouwd op basis van tribale loyaliteit. Sassou-Nguesso, aan de macht sinds 1979, is afkomstig uit de regio La Cuvette. Veel van de officieren van het leger komen eveneens uit die streek.

Al in de herfst was duidelijk dat het leger zich niet voetstoots zou neerleggen bij de introductie van de parlementaire democratie. In Brazzaville deden bij voortduring geruchten de ronde over een militaire staatsgreep en er werden wapenvondsten gedaan die duidelijk maakten dat het niet altijd loze geruchten waren. Vooral Milongo, die tevens minister van defensie is, en zijn onderminister, Michel Gangouo, hadden het bij het leger verbruid wegens hun benoemingenbeleid in de leiding van de strijdkrachten, een beleid dat uitdrukkelijk werd gepresenteerd als een poging het bestaande tribale monopolie van officieren uit La Cuvette te breken.

Midden vorige week trad het conflict openlijk aan de oppervlakte naar aanleiding van een aantal nieuwe benoemingen en ontslagen in de legerleiding. Militairen bezetten het televisiestation in Brazzaville en eisten voor het eerst openlijk veranderingen: Gangouo moest worden ontslagen en een aantal recente benoemingen moest ongedaan worden gemaakt. Ze eisten verder de betaling van soldij, die sinds november niet was uitgekeerd. Milongo weigerde in te gaan op de eisen. Ook soldij kon niet worden betaald, want, aldus de premier, de staatskas is leeg en het land zit aan de grond.

Hoe sterk de rebellen staan is onduidelijk. Volgens sommige berichten (en volgens Milongo) zijn bij de staatsgreep maar drie regimenten betrokken. Eevenmin is duidelijk of de legerleiding van plan is de resultaten van de Nationale Conferentie in hun geheel terug te draaien of alleen maar uit is op de handhaving van de persoonlijke machtspositie. De legerleiding heeft zich de afgelopen dagen voor de democratie uitgesproken en gezegd geen deel te willen nemen aan een nieuwe burgerregering. Maar een democratie bij de gratie van de generaals roept toch de nodige vraagtekens op. Onduidelijk is ten slotte of Sassou-Nguesso achter de poging tot staatsgreep zit. Hij heeft zich wijselijk niet uitgelaten over de gebeurtenissen, net zo min als zijn Togolese collega Eyadema dat onlangs deed toen het leger tegen premier Koffigoh opstond.

Duidelijk is wel dat de coup in Kongo, net zo min als die in Togo, een "gewone' Afrikaanse staatsgreep is. Het gaat ditmaal om meer. De poging van het leger, de macht te grijpen, illustreert hoe kwetsbaar het overal in Afrika ingezette democratiseringsproces is en hoe moeilijk het is die democratisering te verwezenlijken. Dictators als Eyadema en Sassou-Nguesso kan hun macht worden ontnomen. Maar zolang de werkelijke macht niet is verslagen kan de trend worden omgebogen. En die werkelijke macht ligt niet uitsluitend bij de dictators, die ligt mede bij het leger.