Klacht tegen strafpleiter afgewezen

DEN HAAG, 21 JAN. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie, mr. C. van Steenderen, heeft de tuchtrechtelijke procedure die hij had aangespannen tegen de Haagse strafpleiter mr. G. Spong verloren.

De klacht die het openbaar ministerie in oktober 1990 had ingediend tegen Spong werd gisteren door de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten in Den Haag om formele redenen terzijde gelegd. Van Steenderen werd niet ontvankelijk verklaard omdat zijn klacht volgens de Raad gebaseerd is op onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal.

De hoofdofficier van justitie verweet Spong een wegens handel in cocaïne vastzittende Colombiaan in diens cel een briefje te hebben toegespeeld van zijn vader. Het briefje, met daarop de tekst: De dikke (een inmiddels veroordeelde Braziliaanse medeverdachte, red.) moet betalen, had volgens het openbaar ministerie niet gegeven mogen worden omdat de Colombiaan in zogeheten volledige beperking zat en verdachten dan geen contact met de buitenwereld mogen onderhouden.

Het openbaar ministerie vernam van het briefje in een telefoongesprek dat Justitie afluisterde tussen Spong en een Antilliaan die vanuit Alphen aan de Rijn bemiddelde tussen de in Venezuela wonende vader van de Colombiaan en de gedetineerde. De afgeluisterde gesprekken die de Antilliaan voerde werden in het proces-verbaal van de strafzaak opgenomen.

Spong heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat Justitie de afgeluisterde telefoongesprekken voor zover verdachten die met hem voerden niet als bewijsmateriaal had mogen gebruiken omdat gesprekken met een advocaat niet mogen worden afgeluisterd. De Raad van Discipline oordeelde gisteren dat de advocaat inderdaad een "geheimhouder' is in de zin van het Wetboek van Strafvordering hetgeen betekent dat mensen die hem om bijstand vragen erop moeten kunnen vertrouwen dat die gesprekken vertrouwelijk blijven.

Een woordvoerster van het Amsterdamse OM kon nog niet zeggen of tegen de uitspraak van de Raad van Discipline in beroep zal worden gegaan.