KGB nog lang niet toe aan kritisch zelfonderzoek; Ex-KGB-chef wacht in datsja op dingen die komen gaan; "KGB werkt alsof er niets is veranderd'

MOSKOU, 21 JAN. De naam is veranderd in "Russische veiligheidsdienst', maar verder functioneert de KGB, de staatsveiligheidsdienst van de Sovjet-Unie, schijnbaar ongestoord verder, kennelijk veilig tegen pogingen van de Russische overheid om deze organisatie, die bij de couppoging in augustus een tot op heden onopgehelderde rol heeft gespeeld, te reorganiseren.

Dat is de mening van Vladimir Bakatin, de man die na de couppoging was aangesteld om de KGB te hervormen. Bakatin, afkomstig uit het traditioneel met de KGB rivaliserende apparaat van het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken, heeft die poging met een lastercampagne tegen zijn persoon in de Russische pers moeten bekopen. Hij zit nu in zijn datsja bij Moskou, met bijzonder verlof wachtend totdat de Russische president Boris Jeltsin voor hem een opvolger benoemt.

Jeltsin zelf vergaat het in zijn verhouding tot de vroegere KGB nauwelijks beter. Het Russische Constitutionele Hof verklaarde vorige week een presidentieel decreet waarbij de "Russische veiligheidsdienst' en het Russische ministerie van binnenlandse zaken tot één nieuwe organisatie werden samengevoegd, tot "ongrondwettig' en vernietigde de beslissing. Een woordvoerder van Jeltsin mopperde, dat het Hof “meer op politieke, dan op jurdische gronden geoordeeld heeft”. Maar naar verluidt legt de president zich voorlopig bij de voldongen feiten neer en zal binnenkort opnieuw een ambtenaar uit de sfeer van binnenlandse zaken (in feite het ministerie van politiezaken) over de "Russische veiligheidsdienst' als chef worden aangesteld.

Het hoofdkantoor van Intoerist, 's morgens om tien uur: vijf buitenlanders hebben elk dertig dollar betaald voor een rondleiding door de Loebjanka, het gebouw in Moskou dat in 1922 van hoofdkantoor van een verzekeringsmaatschappij werd tot hoofdkwartier van Lenins veiligheidsdienst, de Tsjeka. Sindsdien heeft het gebouw deze functie behouden, ook nadat na de mislukte coup vorig jaar demonstranten het standbeeld van Feliks Dzerzjinski, de eerste chef van de Tsjeka, hadden neergehaald.

Het bezoek aan het heilige der heilige blijft beperkt tot een kijkje in de werkkamer van Joeri Andropov, de KGB-chef die het in 1983 tot partijleider van de Sovjet-Unie bracht, destijds de belangrijkste functie in het politiek bestel. Behalve een werktafel en stoelen is er niet veel te zien in die werkkamer. Van belang is hoogstens nog een blik op de binnenplaats van de Loebjanka, naar verluidt de plaats van grootscheepse executies in de jaren dertig. De gidsen, twee medewerkers van de bezochte instelling, ontkennen dat overigens. Zij wijzen wel bereidwillig het op de binnenplaats gebouwde huis van bewaring aan, dat inmiddels de functie van bedrijfsrestaurant vervult. Geruchten over onderaardse martelkelders verwijzen zij naar het rijk der fabelen. Het martelen, zeggen ze, vond in de jaren dertig in de kantoren van de verhoorders plaats.

Slechts dertig minuten van de drie uur durende rondleiding vinden plaats in de Loebjanka zelf, het grootste deel van de tijd brengen de bezoekers door in het Cultuurpaleis van de KGB erachter - bijna alle gebouwen in deze oude wijk van Moskou zijn in gebruik bij de staatsveiligheidsdienst. In een tot voor kort voor buitenstaanders gesloten tentoonstelling blijkt dat de dienst nog niet echt aan de herwaardering van het eigen verleden is toegekomen. De terreur van de jaren dertig komt alleen in bedekte termen aan de orde in de vitrines, en dan nog voornamelijk om aan te geven dat ook de ambtenaren van de dienst er in groten getale bij om het leven zijn gekomen.

“Wie zegt dat hij weet wat er allemaal omgaat in de KGB, die zou ik niet geloven”, zegt de op non-actief geplaatste chef Bakatin in een van de interviews die hij na zijn "val' aan Russische media heeft gegeven. In een televisiegesprek suggereerde hij overigens het slachtoffer te zijn geworden van de greep van de voormalige KGB op de media. Eind vorig jaar was Bakatin in een aantal kranten voor "landverrader' uitgemaakt, omdat hij de schematische tekeningen van de in de nieuwe Amerikaanse ambassade in Moskou aangebrachte afluisterapparatuur aan de Amerikaanse ambassadeur Robert Strauss had gegeven.

Bakatin zegt in overleg met ex-Sovjet-president Gorbatsjov en de Russische president Jeltsin te hebben gehandeld. De Amerikanen, zegt hij, hebben bovendien alle afluisterappartuur in hun in de jaren tachtig gebouwde, maar tot op heden niet in gebruik genomen ambassade, zelf al opgespoord en verwijderd. De tekeningen waren geen staats- maar slechts ambtsgeheim, meent de op een zijspoor gezette veiligheidschef. “Het was een weloverwogen stap, om het vertrouwen tussen ons en de Amerikanen te vergroten”, zegt Bakatin. En het stoort hem zeer dat, met uitzondering van de Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, geen enkele andere staatsman het na de campagne in de pers voor hem heeft opgenomen.

“Ook in de KGB zijn er stromingen”, meent Bakatin. “Ofschoon ik hun gevoel voor eigenwaarde en hun ideologie niet deelde, heb ik er in de maanden dat ik er werkte, wel degelijk ook medestanders gevonden.” Dit complexe beeld van de organisatie bestaat al langer: naast de betrokkenheid van de KGB bij de mislukte couppoging van vorig jaar, staat bijvoorbeeld een actieve rol van KGB-personeel bij het proces van "perestrojka' en "glasnost' na 1985. De organisatie lijkt haar gesloten karakter echter boven alles te willen bewaren. Slechts mondjesmaat zijn archiefstukken ter inzage gegeven aan slachtoffers van de terreur en van de latere vervolging van dissidenten. Een rapport van een commissie van de (nu opgeheven) Opperste Sovjet van de Sovjet-Unie over de rol van de veiligheidsdienst bij de couppoging is op 19 september wel bij president Jeltsin op tafel gedeponeerd, maar sindsdien kennelijk diep in een la verdwenen.

Bekendgemaakt zijn inmiddels wel de organisatieschema's van de voormalige KGB, een zeer grote, op militaire leest geschoeide organisatie met tal van taken: inlichtingendienst, dienst voor spionage en contraspionage, geheime dienst voor controle over de eigen bevolking (een taak die nu, althans officieel, tot het verleden behoort). Tot voor kort ressorteerden ook de grenstroepen onder de KGB. In de jaren van perestrojka heeft de KGB zich, kennelijk op zoek naar respectabiliteit in de burgermaatschappij, ook voorzien van een afdeling ter bestrijding van zware criminaliteit. Die rivaliseert direct met soortgelijke organen van het ministerie van binnenlandse zaken, en boekte eerder deze maand nog een aardig succesje met de opsporing van een Australische zakenman, die op het internationale vliegveld van Moskou was ontvoerd en voor wie 1,5 miljoen dollar losgeld was geëist.

“Niemand hoeft meer bang te zijn, dat hij door de KGB wordt afgeluisterd”, zei Bakatin in een televisie-interview op de vraag of er dan helemaal niets veranderd was. “Tenzij hij natuurlijk een misdadiger is.” Het is overigens nog volstrekt onbekend of en hoe de KGB-organisatie zal worden opgesplitst over de verschillende republieken van het Gemenebest. Massaal ontslag van KGB-ambtenaren ligt niet in de bedoeling van de Russische regering. Hangen deze aarzelingen wellicht samen met de vrees voor grote onrust onder de bevolking van Rusland in de naaste toekomst, met zijn prijsstijgingen en economische omschakeling?, vroeg de Russische televisie aan Bakatin. “Tegen die onrust helpt geen geheime dienst”, meende deze.