Inflatie laag, werkloosheid hoog

“Een heel goed resultaat voor het land en niet alleen voor de regering”. Met deze woorden feliciteerde de Franse minister van economie en financiën, Pierre Bérégovoy, zichzelf onlangs naar aanleiding van het laatste Franse inflatiecijfer: 0,1 procent over december 1991. Over het gehele jaar 1991 gerekend bedroeg de inflatie in Frankrijk 3,1 procent, dat is maar liefst 1,1 procentpunt lager dan in Duitsland. Voor Bérégevoy is dit “heel goede resultaat” een bevestiging van het succes van zijn beleid van “competitieve desinflatie” dat hij sinds zijn aantreden als minister in 1988 heeft gevoerd.

Sinds l985 heeft de Franse economie door de lagere inflatie een cumulatief voordeel van zeven punten verkregen ten opzichte van de overige landen van de Europese Gemeenschap. Dat is niet alleen voordelig voor de regering, maar ook voor het Franse bedrijfsleven. “Het is weer rendabel geworden om in Frankrijk te produceren”, zei een Franse industrieel onlangs.

De lage inflatie in Frankrijk kan overigens niet los gezien worden van de recessie in de Verenigde Staten en Groot-Brittannie en de lagere economische groei in de gehele wereld. In de VS en het Verenigd Koninkrijk nam de inflatie ook gevoelig af. Het verschil in inflatie tussen Frankrijk en zijn negen belangrijkste handelspartners daalde van l,7 in 1990 tot 1,4 punt in 1991 (ten voordele van Frankrijk). Ten opzichte van de Europese Gemeenschap is er eveneens sprake van een reductie: van 2,3 procent in december 1990 tot 1,8 procent in december 1991. Dit laatste cijfer zou bovendien aanmerkelijk lager uitvallen als men de Duitse inflatie (4,2 procent in 1991) niet zou meerekenen.

Tegenover de beheersing van de inflatie staan twee ongunstige ontwikkelingen in de Franse economie: de grote werkloosheid die 9,8 procent van de Franse beroepsbevolking ofwel bijna drie miljoen mensen omvat en de hoge rente, die met bijna 10,5 procent voor korte termijn-leningen en bijna 9 procent voor leningen met een looptijd van tien jaar nieuwe investeringen sterk afremt. Om de franc "hard' te houden - de belangrijkste politiek-economische doelstelling van minister Bérégovoy - moet de Franse rente, gegeven de mechanismen binnen het Europese Monetaire Stelsel, de rente-ontwikkeling in Duitsland bijna onverbiddelijk volgen. Bérégevoy erkent de bezwaren, maar hij kan behalve op het lage inflatiecijfer wijzen op andere gunstige resultaten.

De Franse handelsbalans gaf vorig jaar een aanmerkelijke verbetering te zien in vergelijking tot voorgaande jaren. Het tekort daalde tot 35 miljard franc, aanzienlijk minder dan de 50 miljard franc in l990. In de handel met de Europese Gemeenschap boekte Frankrijk in 1991 voor het eerst in meer dan tien jaar zelfs een klein positief saldo (4 miljard franc). Deze verrassing is te danken aan de grote toename van de Franse export naar Duitsland. In 1990 bedroeg het Franse tekort op de handelsbalans met Duitsland maandelijks gemiddeld 3,5 miljard franc. In september, oktober en november was het Franse tekort telkens nauwelijks 300 miljoen franc.

De toeneming van de werkloosheid - er kwamen in 1991 300.000 werkzoekenden bij - wordt geweten aan de geringe economische groei, 1,3 procent tegen 2,7 procent in 1990. De Franse "bijna-recessie' manifesteerde zich het sterkst - zoals altijd in tijden van laagconjunctuur - in de sector industrie. De industriële produktie daalde met 0,6 procent in vergelijking tot die in 1990. De daling was het grootst in het laatste kwartaal. Franse deskundigen menen dat het zeker een half jaar zal duren voordat de economische groei aantrekt, hetgeen vooral afhankelijk van de ontwikkeling in de Verenigde Staten. De permanente herstructurering in de Franse industrie en het verlies van arbeidsplaatsen in bepaalde sectoren, zoals de wapenproduktie, zullen er toe leiden dat binnenkort de mijlpaal van drie miljoen werklozen zal worden bereikt - een onaangenaam vooruitzicht voor de socialistische regering die in maart (regionale) en volgend jaar (algemene) verkiezingen tegemoet gaat.

De regering heeft weinig financiele mogelijkheden om de Franse kiezers met leuke cadeautjes te paaien. Het tekort op de overheidsuitgaven steeg vorig jaar van de begrote 80,7 miljard franc tot 100,2 miljard franc. De grotere uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen nopen tot aanpassingen in de vorm van hogere sociale premies hetgeen komend najaar tot moeilijke onderhandelingen met de sociale partners zal leiden. De regering wordt bovendien geconfronteerd met een onverwacht snelle stijging van de uitgaven van gezondheid: maar liefst 7,1 procent in 1991. Volgens een studie van de OESO, de club van 24 rijke industrielanden, heeft Frankrijk de hoogste uitgaven aan gezondheidszorg per hoofd van de bevolking (9500 franc in 1990).

Minister Bérégovoy houdt echter onverbiddelijk vast aan zijn zuinige koers. De enkeling die na de jaarwisseling pleitte voor devaluatie van de franc “om de Franse economie lucht te geven” diende hij in een artikel in Le Figaro (8 januari) als volgt van repliek: “Voor de welvaart van ons land, en voor zijn invloed in Europa is het van vitaal belang dat er over de stabiliteit van de franc een algemeen akkoord bestaat. De Franse en internationale opinie weten dat er geen devaluatie van de franc noch een terugkeer van de inflatie zal komen zolang ik minister van financiën zal zijn.”