Hoogleraar: econoom moet geen politicus spelen

DEN HAAG, 21 JAN. Niet de econoom, maar de politicus en de lobbyist zijn de vijand van het volk. In zijn inaugurele rede "Is de econoom een vijand van het volk?' - waarmee prof. dr. Rick van der Ploeg vanmiddag zijn leeropdracht "macro-economie' aan de Universiteit van Amsterdam officieel heeft aanvaard - verdedigde hij zich tegen het verwijt dat er te veel naar economen wordt geluisterd.

De prominente PvdA-econoom stak de hand in eigen boezem; veel economen zetten “graag het hoedje op van de politicus” en verwerken in hun advies graag de eigen prioriteiten. “Dat is misbruik van het hoogleraarambt en niet zo netjes”, zei Van der Ploeg (één van de samenstellers van het PvdA-rapport "Niemand aan de kant' van de commissie-Wolfson) “tenzij het precies duidelijk is wat de politieke preferenties van de desbetreffende econoom zijn”. Van der Ploeg rekent zich tot de economen, zoals Eduard Bomhoff en Flip de Kam, met een ruwe bolster (rechtse modellen) en een blanke pit (linkse preferenties).

In zijn rede geeft de 35-jarige Van der Ploeg aan onder welke omstandigheden de overheid zou moeten ingrijpen in de werking van de markt en onder welke omstandigheden de overheid hard zou moeten optreden om het marktmechanisme zijn gang te laten gaan.

Om de vervuilig van het leefmilieu tegen te gaan moet de overheid “hard optreden”. Van der Ploeg oppert het idee om een markt tot stand te brengen waarop "vervuiling' via emmisie-rechten (bijvoorbeeld voor ammoniak) wordt verhandeld. Maar de overheid moet zich afzijdig houden bij het ingrijpen in de hoogte van de lonen. Het minimumloon verschaft de mensen die werken een redelijk bestaansniveau, meent Van der Ploeg, maar tegelijkertijd wordt werklozen verboden te werken tegen een tarief dat beneden het minimumloon ligt. “Eerlijk verdelen van inkomen betekent oneerlijk verdelen van de baantjes. Het vlees en bloed geven aan de leuze "participatie boven inkomen' betekent dan ook de afschaffing van minimumlonen en wellicht zelfs verlaging van de uitkeringen”, aldus Van der Ploeg. Zowel de PvdA als de commissie-Wolfson zijn tegen een verlaging zijn van het minimumloon.

De overheid moet soms hard ingrijpen om de “tucht van de markt” haar werk te laten doen. Er is geen land in Europa waar zoveel prijsafspraken worden gemaakt als in Nederland, hield Van der Ploeg zijn gehoor voor. “In Madurodam houden we alles graag netjes, dus liever niet teveeel concurrentie. (-) Den Haag gooit er met de pet naar en laat zich om de tuin leiden door een tirannie van gevestigde deelbelangen.”

Als voorbeeld haalde Van der Ploeg “die arme staatssecretaris Simons” van volksgezondheid aan. De medicijnen worden sinds 1 januari door “vadertje staat” betaald, maar de ziektekostenverzekeraars weigeren “botweg” de premies te verlagen. Volgens Van der Ploeg moet de overheid in al deze gevallen met harde hand de kartelafspraken de kop indrukken. “Misschien helpt het indien de post van minister van economische zaken eens een keertje door een Ombudsman in plaats van door een belangenvertegenwoordiger van het Nederlandse bedrijfsleven wordt bezet. Daar betalen wij die minister toch voor?”