Gerechtshof maakt korte metten met Jeltsins decreet

MOSKOU, 21 JAN. De zaal van het Russische Constitutionele Gerechtshof zat stampvol met parlementsleden, getuigen, KGB'ers, MVD'ers (van het ministerie van binnenlandse zaken), journalisten. De eerste zitting van het gloednieuwe Hof was gewijd aan een zaak van gewicht. In opdracht van het Russische parlement moesten de rechters een uitspraak doen over Jeltsins decreet nummer 289 over de samenvoeging van KGB en ministerie van binnenlandse zaken tot een groot monsterministerie, het ministerie van veiligheid en binnenlandse zaken van Rusland.

Dat decreet, op 19 december uitgevaardigd, heeft veel stof doen opwaaien. Veel te goed herinnert men zich nog de almacht van het NKVD-apparaat uit de jaren dertig. Samenvoeging van spionage en contra-spionage, terrorismebestrijding en politie-apparaat is een gevaarlijke machtsconcentratie in de handen van de bedenker van het plan, Viktor Barannikov, die door Jeltsin vervolgens ook tot hoofd van het nieuwe ministerie werd benoemd.

De verdediging van Jeltsins juridisch adviseur, Sergej Sjachraj, werd met gemak aan flarden geschoten door aanklager Michail Mitjoekov, voorzitter van de parlementscommissie voor wetgeving. Sjachraj maakte een weinig overtuigende indruk. Gewezen op de gevaren van zo'n machtsmonopolie in een land met een totalitaire traditie en een nog niet totaal ontmantelde veiligheidspolitie, zei hij slechts dat de toekomst zou uitwijzen of die vrees gegrond was. Als officieel argument voor de samenvoeging werd gegeven dat het repressie-apparaat efficiënter moet gaan werken tijdens de overgang naar de markteconomie, omdat de criminaliteit zal stijgen en sociale onrust bijna onvermijdelijk blijkt. Barannikov had onmiddellijk een "korps voor bliksemreacties' opgericht om de staatsveiligheid te garanderen en de openbare orde te handhaven.

Jeltsin baseerde zijn decreet op de brede volmachten die hem in november door het parlement zijn verstrekt voor de overgangsperiode naar de markteconomie. In die tijd mag hij, zo besliste het parlement, zelfstandig de hoogste machtsorganen hervormen, voor zover dat voor het doorvoeren van de economische hervormingen van belang is. De vraag was nu of Jeltsins volmacht ook betrekking had op het repressie-apparaat. Het Constitutioneel Gerechtshof kwam na een dag heftig palaveren unaniem tot de conclusie van niet. Het gewraakte decreet botste, aldus het Hof, met “de in de Russische federatie bestaande scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, evenals met de in de constitutie van de RSFSR vastgelegde afbakening van competenties tussen de hoogste organen van de staatsmacht en staatsbestuur”.

Het decreet is inmiddels herroepen. Jeltsin is op zijn vingers getikt en Barannikov kan naar de militia fluiten. Hij blijft overigens chef van de Russische KGB, die tegenwoordig Agentschap voor Federale Staatsveiligheid heet.

Wat nu betekent dit alles? In de eerste plaats dat het onduidelijk is door wie Jeltsin zich laat sturen. Het decreet kwam voor iedereen uit de lucht vallen, zelfs voor zijn juridisch adviseur Sjachraj, die tijdens de rechtszitting schoorvoetend toegaf dat het waarschijnlijk geheel en al uit de koker van Barannikov zelf kwam, die zo voor zichzelf een prachtige functie creëerde. In de wandelgangen werd beweerd dat Barannikov Jeltsin deze beslissing heeft laten nemen met het argument dat hij dan zijn handen vrij zou hebben om drastische personele wijzigingen in de oude KGB door te voeren. In dat geval gaat het uitsluitend om een politieke machtsstrijd binnen de resten van een organisatie die bewezen heeft gevaarlijk te kunnen zijn. Al heeft Vadim Bakatin, die na de val van Vladimir Krjoetsjkov drie maanden KGB-chef is geweest, zijn best gedaan de oude, centrale KGB definitief te ontmantelen, de angst dat zich in de Russische federatie een nieuwe staat in de staat zal vormen, is niet ongegrond.

In de tweede plaats heeft het Hof met zijn eerste zitting getoond niet bereid te zijn alle beslissingen van de president te accepteren. Tegelijkertijd lijkt de uitspraak toch enigszins arbitrair. De nieuwe grondwet van de Russische federatie was namelijk bij aanvaarding al een verouderde lappendeken, die aan grondige herziening toe is. De voorzitter van het Constitutioneel Gerechtshof, Valeri Zorkin, zei het in een interview in de Komsolskaja Pravda als volgt: “Onze constitutie is tegenstrijdig en incompleet. Zij oogt vreemd - de ene mouw behoort toe aan een middeleeuwse kaftan en de andere is van het pak van een moderne zakenman.” Met zo'n grondwet in de hand kun je dus veel kanten op.

De unanieme uitspraak van het Hof laat veeleer zien dat er inmiddels weinig waardering bestaat voor de manier waarop Jeltsin en zijn directe omgeving "couloir-politiek' bedrijven. Het Hof beknorde Jeltsin, omdat hij in het geheel niet op de zaak heeft gereageerd en beschuldigde zijn medewerkers ervan het materiaal over de kwestie pas de avond voor de zitting ter beschikking te hebben gesteld. Barannikov kwam ter zitting niet opdagen en stuurde zijn plaatsvervanger, die een onnozele indruk maakte.

De KGB en de politie hebben in de USSR traditioneel een verhouding van kat en hond. De als onomkoopbaar geldende KGB werd wel gebruikt om de corrupte militie te schaduwen. De rivaliteit had zijn voordelen. Nu Jeltsin in feite de meeste instellingen van de oude Sovjet-Unie heeft overgenomen is het zaak dat parlement en pers controleren dat hij ze niet gewoon in al hun corruptheid laat voortbestaan. Er is nog veel te veel mest in de Augiasstal.