FNV: arbeidsvoorziening en uitkeringen in één organisatie

AMSTERDAM, 21 JAN. De huidige, sterke scheiding tussen uitvoering van de sociale zekerheid en de arbeidsvoorziening moet op de helling. Er moet één uitvoeringsorganisatie komen, met de bedrijfsverenigingen als werkorganisaties binnen de richtlijnen van het centrale bestuur. Dit staat in de discussienota 'Met zekerheid aan het werk' die de Federatie Nederlandse Vakbeweging vanmiddag heeft gepubliceerd.

Het nieuwe uitvoeringsorgaan moet volgens de FNV zowel landelijk als regionaal een 'tripartite'bestuur krijgen, waarin werkgevers, werknemers en overheid zijn vertegenwoordigd. In de uitvoeringsorganisatie moeten, op termijn, niet alleen het GAK, de GMD, de bedrijfsverenigingen en de sociale diensten opgaan, maar ook de arbeidsbureaus en de bedrijfsgezondheidszorg.

De FNV pleit tevens voor een kaderwet die ervoor moet zorgen dat meer mensen gaan werken. Deze "participatiewet' zorgt ervoor dat aan iedere werkloze, zieke of arbeidsongeschikte werknemer na een beoordelingsperiode een arbeidsplaats, scholing of een terugkeerplan wordt aangeboden. Iedere 'onvrijwillig niet-actieve' krijgt volgens deze wet gedurende drie jaar recht op een Ziektewet-, WW-, WAO- of Bijstanduitkering. Weigeren uitkeringsgerechtigden mee te werken, dan volgt een korting op hun uitkering. Maar als ze niet voor een arbeidsplaats of scholing in aanmerking komen, blijft hun uitkering gehandhaafd.

Daarnaast wil de FNV een volksverzekering tegen werkloosheid (AVW). De vakcentrale gaat ervan uit dat door herverdeling van arbeid en gerichte arbeidsvoorzienings- en scholingsmaatregelen het toenemen van de werkloosheid kan worden voorkomen. Dat zou tot 1996 een besparing van 1,5 miljard gulden opleveren. Een beperkte daling van de aanspraken op de Ziektewet en de WAO/AAW zou 1,9 miljard gulden opleveren.

De FNV stelt nadrukkelijk dat deze totale besparing van 3,4 miljard gulden moet worden aangewend binnen het stelsel van sociale zekerheid, voor het bevorderen van de arbeidsparticipatie en voor het op peil houden van uitkeringen. Het geld zou moeten worden besteed aan:

het repareren van de WAO (kosten 800 miljoen);

de driejarige uitkering tijdens de participatieperiode moet 70 procent van het laatstverdiende loon bedragen (kosten 400 miljoen);

de verlenging van uitkeringen tot drie jaar, en van de vervolguitkering in de WW tot 65 jaar (kosten 700 miljoen);

investeringen ter bevordering van de arbeidsparticipatie (kosten 1 miljard);

verzelfstandiging van de uitkeringsrechten in de bijstand en het omzetten van de extra basisaftrek in een negatieve belastingheffing (kosten 500 miljoen).