Europese bossen raken kleur en bladeren kwijt

BRUSSEL, 21 JAN. De toestand van de Europese bossen is in 1990 verslechterd als gevolg van een combinatie van luchtvervuiling, ongunstig weer, insecten, bosbranden en schimmelvorming. Dit staat in het gisteren in Brussel gepubliceerde jaarverslag over de bossen in Europa.

In de EG-landen, met name Schotland, Portugal en Duitsland, leed gemiddeld circa 15 procent van de bomen aan blad- en kleurverlies, tegen 9,9 procent in 1989. Maar dat viel nog mee vergeleken met Tsjechoslowakije, Polen, Hongarije, Oostenrijk en Zwitserland, die voor het eerst bij het onderzoek werden betrokken. Daar bleek het aandeel van de beschadigde bomen (meer dan 25 procent blad- en naaldverlies) maar liefst 35,3 procent.

Tsjechoslowakije en Polen, die als gevolg van een ouderwetse industrie kampen met ernstige luchtverontreiniging, scoorden het slechtst. In de Gemeenschap wordt de luchtvervuiling meer gezien als een bepalende factor die bomen gevoeliger maakt voor ziektes.

In Nederland hadden de stormen en de late vorst in de winter van 1989/1990 nadelige gevolgen voor het bomenbestand. Daarbij kwam het droge, relatief zachte zomerweer plus insectenplagen, die echter minder ernstig waren dan voorheen. Schimmelziekten kwamen ook al minder voor dankzij de milde winter en droogteperiodes.

Uit het onderzoek bleek verder dat van de in de EG meest voorkomende bomen - sparren, dennebomen, eiken en beuken - in 1990 tien tot vijftien procent is beschadigd. De eucalyptussoorten waren het minst aangetast, de kurkeiken daarentegen het meest. In totaal werden voor het jaarverslag ruim 67.000 bomen op bijna 2.900 plaatsen onderzocht. (ANP)