Een fris omroep-initiatief

De Wereldomroep heeft minister d'Ancona (cultuur) om ruimere armslag gevraagd. Hij wil in de toekomst dagelijks naar Oost-Europa gaan uitzenden.

In het Nederlandse omroepbestel neemt Radio Nederland Wereldomroep een aparte en bijzondere plaats in. De organisatievorm is die van een stichting die vrijwel geheel uit de omroepmiddelen wordt gefinancierd, maar volstrekt onafhankelijk is en daar ook zorgvuldig over waakt.

De statutair vastgelegde hoofdtaak van de Wereldomroep is, kort gezegd, het verspreiden van kennis over alle aspecten van de Nederlandse samenleving in alle gebieden buiten Europa. Dat gebeurt allereerst door directe kortegolf-uitzendingen uit Nederland, mede via zogenaamde relay-stations op Bonaire en Madagascar. Daarnaast biedt de dienst Programma-Export "ingeblikte' radio- en televisieprogramma's aan honderden omroepstations over de hele wereld. Een belangrijk onderdeel van de Wereldomroep is ook het RN Training Centre, dat opleidingscursussen en technische hulp geeft aan omroepen in de derde wereld. De kosten hiervan worden grotendeels gedragen door Ontwikkelingssamenwerking.

Zonder overdrijving kan men zeggen dat de Wereldomroep het belangrijkste instrument is om onze cultuur in de breedste zin van het begrip uit te dragen. Natuurlijk wordt dat ook gedaan door een aantal van onze diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en door enkele weinige culturele instituten, maar daarbij ontbreekt het aan continuïteit, terwijl de beoogde uitstraling beperkt blijft tot de vestigingsplaatsen. Bovendien is er, ik wijs daar al sinds jaar en dag op, doordat er geen samenhangende visie en ook geen prioriteitsstelling bestaan, geen sprake van een echt Nederlands buitenlands cultureel beleid. De feitelijke situatie is deze, dat de ministeries van buitenlandse zaken, van WVC en van onderwijs en wetenschappen elk voor zich buitenlands culturele activiteiten ontwikkelen - zonder enige afstemming op elkaar. Een schandelijke vermorsing van toch al zeer beperkte financiële en personele middelen. En, wat ernstiger is, een totale veronachtzaming van het belang van onze culturele positie in het zich integrerende Europa, een positie die toch al onder zware economische en psychologische druk van onze grote partners staat.

Tegen deze achtergrond van onverschilligheid en passiviteit van onze overheid, krijgt een belangwekkend initiatief dat de Wereldomroep dezer dagen heeft genomen, extra reliëf. Het bestuur van Radio Nederland Wereldomroep heeft namelijk de minister van WVC een nota aangeboden, waarin hoogst interessante concrete voorstellen worden gedaan voor de "Europabediening'. Die bleef tot dusverre beperkt tot korte uitzendingen voor Nederlanders, elders in Europa wonend of daar als toerist aanwezig. De Wereldomroep gaat er bij haar voorstellen terecht van uit dat de nieuwe fase van politieke, economische en monetaire samenwerking in de EG de behoefte aan informatie tussen de lidstaten zal doen toenemen. Verder - dat lijkt mij het belangrijkste - stelt de Wereldomroep dat “de toenemende politieke samenwerking in Europa (...) ook vragen en bij sommigen vrees (oproept) met betrekking tot de culturele identiteit van elk van de leden-landen en de overlevingskansen daarvan binnen de nieuwe politieke samenwerking”.

In de nota wordt ook de vraag gesteld hoe zeker wij er van kunnen zijn dat in de EG op het terrein van cultuur, cultuuroverdracht en informatievoorziening geen feitelijke kartelvorming zal plaatsvinden. “Wat te doen als in de praktijk de macht van enkele grote conglomeraties op mediagebied zal leiden tot feitelijke overheersing op de markt?” Als wij niet voor onszelf opkomen in de Europese informatiemarkt, zullen anderen die taak niet overnemen, zo wordt, opnieuw terecht, gesteld.

De Wereldomroep toont ook oog te hebben voor de uitdaging van de ontwikkelingen in Oost-Europa. “De revolutionaire veranderingen die nu plaatsgrijpen, werpen de vraag op of deze betrekkelijke passiviteit moet blijven bestaan. Nederland heeft wel het een en ander te bieden op het terrein van de vrije meningsuiting, het gebruik van de media en de overdracht van kennis.” Het verwijt van passiviteit, niet alleen in het verleden, maar ook vandaag de dag nog, snijdt hout. Gaf Ritzen niet vorig jaar het fantastische bedrag van vijfendertigduizend gulden extra om de Neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa te bevorderen? Wat de Wereldomroep voor ogen staat is het volgende: in samenwerking met de binnenlandse omroepen, de regionale omroepen en de Nederlandstalige Belgische omroep, wil hij via een bestaande communicatie-satelliet en, zo mogelijk, middengolfzenders, vanaf de herfst van dit jaar dagelijks tussen zeven uur 's morgens en middernacht een breed informatief/cultureel programma, gericht op geheel Europa, uitzenden. In het begin in het Nederlands en het Engels, later ook in andere talen. Het programma zal worden ingebed in een voor een ruim publiek geschikte muziek, met een accent op Nederlandse produkties. Het nieuws zal op professionele manier gebracht worden zoals dat bij de Wereldomroep en de binnenlandse omroepen gebruikelijk is terwijl de Wereldomroep de eindverantwoordelijkheid voor het programma wil blijven houden.

De nota besteedt ruime aandacht aan de technische mogelijkheden. Door eliminatie van minder geschikte of te dure technieken is de Wereldomroep gekomen tot de voorgestelde uitzendingen per satelliet, eventueel aangevuld met middengolfzenders. De satellietsignalen kunnen de eerste jaren alleen nog met schotels opgevangen worden, om daarna via kabelnetten gedistribueerd te worden. Op deze manier zijn nu al op het Amsterdamse kabelnet de BBC-Worldservice, de Voice of America, de Deutschlandfunk en Radio France International te beluisteren. De Duitse Wereldomroep, de Deutsche Welle heeft te kennen gegeven hetzelfde te willen.

Maar nu al houdt de Wereldomroep het oog gericht op de volgende stap in de satelliettechniek, de directe ontvangst op draagbare radio's. (Direct broadcasting system, DBS). Op dat terrein gaat de ontwikkelinmg in zo'n hoog tempo dat het mogelijk over enkele jaren op deze techniek over te stappen. Wel zal voordien de lastige kwestie van de frequentieverdeling moeten worden opgelost. De plannen van de Wereldomroep betekenen het definitieve einde van het al lang in de ijskast staande Nederlands-Vlaamse Delta-project dat van een lange-golfzender gebruik wilde maken. Te duur en technisch achterhaald.

In de troosteloze woestijn van onze buitenlandse culturele betrekkingen biedt het initiatief van de Wereldomroep uitzicht op een vruchtbare oase. Men kan alleen maar hopen dat regering, parlement en de beoogde omroeppartners zich positief zullen opstellen.