Bobby Robson

Indien hij gisteren goed is geciteerd, wordt het inderdaad de hoogste tijd dat Bobby Robson PSV en Nederland verlaat om voor mijn part op eigen Britse grond het laag spelende Fulham te gaan coachen.

Fulham: dan denk ik aan Johnny Haynes, een zeer getalenteerde, opbouwende middenvelder die tussen 1954 en 1962 niet minder dan 56 maal in de nationale Engelse ploeg uitkwam, waarvan 22 keer als aanvoerder. Het is een klein gedoetje bij Fulham en Bobby Robson verdient dat. Hij komt altijd over als een aardige, sportieve kerel; een typische, in simpele bewoordingen over voetbal pratende Engelsman. Hij speelde twintig interlands en voetbalde voor West-Bromwich-Albion en verloor tenslotte zijn plaats aan Bobby Moore, die nog iets beter was.

Hoe was hij als coach van Engeland? Dat hij het acht jaar volhield duidt op kwaliteit, maar een Engelse voetbalbijbel, welke ik raadpleegde, sprak het volgende vage oordeel uit: “De jury zal waarschijnlijk nooit tot een uitspraak komen.” Nu hebben wij anno 1992 met Robsons verleden uiteraard weinig te maken. Maar zoals hij PSV tegen Ajax eergisteren liet voetballen is wel degelijk ook onze zaak. Welnu: Robson maakte de indruk voor zijn verantwoordelijkheden op de loop te zijn gegaan. “Het woord was aan Ajax”, zei hij. En even verder: “Een gelijkspel zou voor ons een fantastisch resultaat zijn geweest.” Hoezo "fantastisch'? Ajax stond vijf punten achter. Door te winnen zou PSV op de gigantische voorsprong van zeven punten zijn gekomen en zou men de bloemen voor de titel in Eindhoven al hebben kunnen klaarleggen. Nog een citaat van de gemakzuchtige Brit. “Wij spelen een uitwedstrijd en zijn dus tevreden met een gelijkspel.”

Een Britse voetbalman als rekenmeester. Spelen tegen een Ajax zonder Van 't Schip en met een ternauwernood fit verklaarde Bergkamp durft Robson zijn aanvallende sterren Romario en Kieft niet voluit te ondersteunen en geeft hij al voordat de bal ook maar een enkele omwenteling heeft gemaakt in gedachten de winst al uit handen. 0-0 Lijkt hem fantastisch. Indien Valencia er tegen Real Madrid net zo over had gedacht, zou het 1-0 voor de Madrilenen zijn gebleven. Gelukkig voor Guus Hiddink dachten zijn spelers er anders over. Misschien speelde het geluk hierbij een rol. Best mogelijk, dat Hiddink in zijn hart met een eventuele remise ook dik tevreden zou zijn geweest. Maar Valencia staat niet bovenaan, PSV gaat op kop en wordt geacht zich daarnaar te gedragen.

Mentaal gesproken is een ploeg reeds half verslagen wanneer de leiding ervan uitgaat dat remise een prima resultaat is. Ik heb Ruud Gullit na een gelijkspel tegen Griekenland eens horen zeggen, dat hij halverwege die interland al wist dat er niet meer dan een puntenverdeling inzat. Hoezo? Met nog 45 minuten te gaan moest er toch nog alles mogelijk zijn? Het was een wedstrijd van 25 maart 1987, in Rotterdam gespeeld. Oranje kwam al na vijf minuten op achterstand en maakte via Marco van Basten in de 56ste minuut gelijk. Gullit wist het toen heel zeker: meer zat er niet in. In zijn beste momenten barst hij van de creativiteit, maar op wankelmoedige ogenblikken ziet hij leeuwen en beren op zijn weg en tekent hij haastig voor een onbeslist. Het Nederlands elftal krijgt in Zweden straks met de Duitsers te maken. Een coach als Berti Vogts is eveneens geen liefhebber van grote risico's, maar ik zie de Duitsers er voor aan dat ze op winst zullen spelen tot ze er desnoods bij neervallen. Niet door alle tien als gekken naar voren te rennen, maar om voetbal met het hart te spelen, dat wil zeggen strevend naar winst.