Autoverkoop naar record in Europa

LONDEN, 21 JAN. In West-Europa zijn in het afgelopen jaar in totaal 13,53 miljoen nieuwe personenwagens verkocht, een record. De verkoop was daarmee 0,4 procent groter dan in 1990.

Maar wordt de Duitse markt buiten beschouwing gelaten, dan was er sprake van een vermindering van de Westeuropese autoverkoop met 8,4 procent tot 9,3 miljoen stuks.

De Japanse autofabrikanten zagen kans hun marktaandeel in West-Europa te vergroten van 11,7 tot 12,3 procent. Deze toeneming is vooral het gevolg van de verkoopgroei van Nissan. Deze autoproducent vergrootte zijn afzet met 11,9 procent tot 436.000 auto's. Nissan heeft de eerste Japanse autofabriek in Europa. Die staat in Sunderland in Groot-Brittannië.

Dat meldt de Financial Times vandaag in een overzicht, gebaseerd op voorlopige opgaven van de Westeuropese auto-industrie. Uit gegevens van de Rai werd gisteren bekend dat in Nederland de toeneming van de autoverkoop reëel één à twee procent heeft bedragen.

De verkoopgroei in West-Europa valt vrijwel geheel toe te schrijven aan de Duitse automarkt, waar als gevolg van de eenwording 28 procent meer auto's zijn afgezet. Vooral in de eerste helft van vorig jaar groeide de autoverkoop in Duitsland sterk.

De Duitse autofabrikant Volkswagen, die in eigen land verreweg de meeste auto's verkocht, is ook in West-Europa met afstand de marktleider. Het marktaandeel van VW nam toe van 15,8 procent tot 16,5 procent. De verkoop van VW groeide met vijf procent tot 2,23 miljoen auto's.

Het Italiaanse autoconcern Fiat, dat tot voor kort VW steeds op de hielen zat, heeft afstand moeten nemen. Dat komt niet alleen doordat VW veel meer auto's is gaan verkopen, maar ook doordat Fiat (inclusief Lancia, Alfa Romeo en Ferrari) in Italië onder vuur is komen te liggen, vooral van Ford. Fiats marktaandeel slonk van 14,1 tot 12,8 procent. Het concern is nog wel steeds de op een na grootste autoverkoper in West-Europa.

Evenals Fiat moest de Franse autoproducent PSA (Peugeot en Citroën) een flinke stap terug doen. PSA moest zijn derde plaats afstaan aan General Motors (in Europa met Opel en Vauxhall en voor de helft eigenaar van Saab) en wist nog net Ford voor te blijven. (ANP)