Wordt niet vervolgd

EEN GROEP Groningse voetbalsupporters heeft de hervatting van de competitie kracht bijgezet door een treinstel compleet te “verbouwen”. Ook elders in het land waren er incidenten, maar deze vernieling overtrof alles. Arrestaties werden echter niet verricht. De officier van justitie vond die zinloos gezien de omvang van de groep (meer dan honderd man) en de daarmee verband houdende bewijsproblemen. De NS zijn verbaasd en teleurgesteld en willen een gesprek.

De onbevredigende afloop van de vernielpartij contrasteert inderdaad nogal met het verwachtingspatroon. Pakkans, lik-op-stuk en snelrecht zijn al geruime tijd trefwoorden in het beleid. Er zijn speciale voetbalofficieren van justitie aangesteld. Waar andere bestuurders wellicht nog wel eens willen schipperen laten deze officieren gestreng weten dat zeker niet op voorhand “enige justitiële tolerantie van betekenis” valt te verwachten. En dan nu zo'n sisser?

Toch kan moeilijk worden gezegd dat de Groningse officier zich er met een Jantje van Leiden heeft afgemaakt. Het bewijs van voetbalvandalisme is een serieus probleem. Volgens een onderzoek uit 1988 moeten relatief veel van deze strafzaken worden geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Een jaar later deed een werkgroep speciale aanbevelingen om de pakkans te vergroten. Met name werd veel verwacht van de inzet van videocamera's. Maar het maken van video-opnamen in supporterstreinen werd nu net afgeraden, omdat dit vragen om moeilijkheden is.

UITGEREKEND in Groningen is bij de berechting van de krakers van het Wolters-Noordhoffcomplex gebleken dat massaal wangedrag niet altijd door het strafrecht valt te vatten. Dat is van des te meer betekenis nu de rechtspraak als betrekkelijk “gemakkelijk” geldt wanneer het erop aan komt (mede)aansprakelijkheid voor openlijke geweldpleging aan te nemen. Het minimum is echter dat valt vast te stellen dat de betrokkenen ook werkelijk aan het geweld of de vernielingen hebben deelgenomen.

Met dat minimum valt niet te schipperen, ook al is minister Hirsch Ballin van justitie nu bezig aan een wetsontwerp over collectief daderschap. Hij mikt daarmee overigens op de georganiseerde misdaad, niet op treinvandalen. De stelregel “u was er bij, dus u bent er bij” staat op gespannen voet met de grondbeginselen van een rechtsstaat. Niet voor niets heeft men de regels van de bewijsvoering het Magna Charta van de rechtsstaat genoemd.

Toch ontslaat dit uitgangspunt niemand van de plicht om naar praktische middelen te zoeken om justitiële greep op zulke vernielzucht te krijgen. Want een rechtsstaat kan niet zonder rechtsgevoel en dat wordt in dit geval toch gebruskeerd.

Nu ontbrak het individuele bewijs (was misschien de afstemming tussen Zwolle en Groningen minimaal?) en rest weinig anders dan de berustende conclusie: hoe vervelend het ook is, de rechtsstaat is in deze situatie de prijs van een treinstel waard.