Strenge milieuwet stimuleert mestinjectie

DE BILT, 20 JAN. Het aanzien van het boerenland zal de komende tijd aanzienlijk veranderen. In plaats van mestsproeiende gierwagens, dankbaar object voor televisie en fotografen als er weer eens over het mestprobleem wordt bericht, zullen steeds meer geavanceerde "mestinjecteurs' en "zodeninjecteurs' verschijnen: dure, aan tractoren en reservoirs bevestigde machinerieën, die gemiddeld 175.000 gulden en in hun meest ontwikkelde, computergestuurde vorm al vlug een half miljoen gulden kosten.

De ontwikkeling in die markt is stormachtig. Kon men drie jaar geleden op de Landbouw-Rai in Amsterdam nog slechts een foto tonen van zo'n apparaat, op dit moment zijn er al duizend van verkocht. Volgens opgave van de Nati (de Nederlandse agrotechnische industrie) is door de fors toenemende vraag sprake van flinke levertijden bij de producenten, waarvan er in Nederland tien zijn.

Mestinjecteurs brengen de mest tot een diepte van 18 centimeter in de grond. Bij zodeninjectie worden in de grasmat sleufjes aangebracht, waarin de mest wordt gespoten. De sleufjes worden daarna dichtgewalst.

De vandaag begonnen Landbouw-Rai toont een veelheid aan mestinjecteurs.Ook is er een keur aan nieuwe apparatuur voor het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Strengere milieu-eisen hebben de belangstelling voor dit soort apparaten een flinke impuls gegeven. Het gebruik van injecteurs en gewasbeschermingsapparatuur moet ervoor zorgen dat er minder ammoniak (stikstof) respectievelijk gif in het milieu komt.

Het voordeel van mestinjectie is niet alleen dat er minder ammoniak in de lucht terechtkomt, maar ook dat er minder stank vrijkomt. Volgens deskundigen heeft het injecteren geen nadelige invloed op het uitspoelen van het fosfaat in de mest naar het grondwater. Bovendien komt er geen mest meer terecht op plaatsen, zoals sloten, waar het spul niet thuishoort.

Het ammoniakprobleem is groot. Volgens mr. R. Roos van de directie Lucht van het directoraat-generaal Milieubeheer (VROM) komt op dit moment nog 224 miljoen kilo ammoniak per jaar in het milieu terecht: de helft daarvan is het gevolg van het uitrijden op het land van de mest; 36 procent komt uit stallen en opslag.

Met ingang van komende maand wordt het injecteren van mest verplicht voor 500.000 hectare grasland, de helft van het totale areaal. Dat stelt niet alleen de boeren, maar ook de agrotechnische industrie voor grote uitdagingen. Voorzitter Th. Douven van de Nati zegt dat de Nederlandse bedrijven de nieuwe milieu-uitdaging beter oppakken dan buitenlandse.

Douven is directeur van Gebroeders Douven in het Limburgse Horst, een onderneming met negentig werknemers die gewasbeschermingsapparatuur maakt. Vooral door de eenwording van Duitsland, waardoor de Oostduitse markt openging, zag hij zijn omzet de laatste jaren met 50 procent toenemen. “Wij moeten het hebben van de export, want de Nederlandse agrarische markt krimpt met uitzondering van de tuinbouw.”

Volgens Douven blijft de Nederlandse agrotechnische industrie stabiel, terwijl zij elders in Europa krimpt. “Relatief gezien gaat het dus goed. Dat komt omdat de Nederlandse agrotechnische industrie voornamelijk bestaat uit kleinschalige bedrijven. Die spelen sneller in op de veranderende vraag, vooral die uit het buitenland. Hoewel we geen tractoren maken, is Nederland in Duitsland de derde aanbieder van agrotechnische apparatuur. Dat zet bij onze Duitse collega's kwaad bloed”, aldus Douven.

In totaal werken in de Nederlandse agrotechnische industrie 5500 mensen in 56 bedrijven. Ze haalden in 1990 samen een omzet van 8 miljard gulden. Ter vergelijking: de omzet in de twaalf EG-landen samen was in dat jaar 32 miljard gulden. In de EG liep de omzet sinds 1980 terug met 20 procent.

Het werken met mestinjecteurs kan leiden tot een vermindering van de uitstoot van ammoniak met 80 procent, zo blijkt uit een proef die met medewerking van de ministeries van milieu en landbouw in het gebied rond Oisterwijk en Moergestel wordt genomen. Volgens begeleiders van het experiment is met de verwachte verbetering van de techniek een volledige reductie niet uitgesloten. Het streven van de overheid is om in het jaar 2000 de ammoniakemissie met 70 procent terug te brengen.

Boeren die meedoen aan het experiment, dat bekend staat onder de naam Propro (Praktijkonderzoek Project beperking ammoniak), zeggen dat door ze door mestinjectie aanzienlijk kunnen besparen op het gebruik van kunstmest. Veehouder L. Kennes van de Hondsberghoeve in Oisterwijk, die 70 melkkoeien en jongvee heeft: “We ontkomen er niet aan, anders lopen we door de steeds strengere milieuwetgeving straks onherroepelijk vast.”

De besparing op kunstmest beperkt de meerkosten van mestinjectie tot 1 à 4 gulden per kubieke meter mest. Het vee van Kennes produceert per jaar 1500 kubieke meter, dat geheel op het eigen land (35 hectare) kan worden aangewend. Kennes verwacht bij nog zorgvuldiger toedienen van de mest straks met mestinjectie even duur uit te zijn als nu met de orthodoxe methode, het sproeien van de mest.

Foto: Een zodenbemester maakt sleufjes in de grasmat, waarin vervolgens mest wordt gespoten.