SPD-politicus Stolpe biecht contacten met de Stasi op

BONN, 20 JAN. De minister-president van de Oostduitse deelstaat Brandenburg, Manfred Stolpe (SPD), heeft tussen 1959 en begin 1990 als vertegenwoordiger van de Evangelische Kirche circa duizend keer met de DDR-staatsveiligheidsdienst (Stasi) overleg gevoerd. Hij is echter geen medewerker van de Stasi geweest en heeft haar ook nimmer informatie over kerkelijke dissidenten of discussies binnen zijn kerk gegeven.

Dit zegt de 55-jarige Stolpe vandaag in het weekblad Der Spiegel nadat hij het afgelopen weekeinde voor journalisten in Bremen en Potsdam al toelichtingen had gegeven op de frequente contacten die hij als administratief bestuurder van de Evangelische Kirche (Konsistorialpresident) met de Stasi had. Stolpe, die in de vroegere DDR snel de topman van de SPD is geworden, liep met deze verklaringen vooruit op een boek van zijn hand dat later dit jaar verschijnt. Nu sinds begin dit jaar elke Oostduitser het recht heeft om de dossiers in te zien die de Stasi over haar of hem heeft aangelegd, wordt aangenomen dat Stolpe niet heeft willen wachten tot hij per toeval in het nieuws zou raken.

Van die in de vroegere DDR “onvermijdelijke” contacten was Stolpe's kerk steeds op de hoogte, zij waren er uitdrukkelijk op gericht de Stasi en de heersende communistische SED in beweging te krijgen en meer ruimte te maken voor kerkelijke dissidenten, zei hij. Hij noemt zich zelf “géén verzetsheld” en vindt het achteraf fout dat hij niet vaker openlijk heeft geprotesteerd tegen besluiten van de Stasi en de SED.

Stolpe en de Evangelische Kirche kregen van burgerwegingen vroeger geregeld het verwijt dat zij te nauw tegen de SED aanschurkten. Zijn kerk baseerde zich op het uitgangspunt van de zogenoemde Theologische Verklaring van Barmen uit 1934, waarin de "bekennende kerk' zichzelf in de nazi-tijd de opdracht gaf om zich niet op zichzelf terug te trekken maar ook daarbuiten actief te zijn.

De kwestie is dus niet nieuw. Stolpe heeft haar voorjaar 1990 bij zijn toetreding tot de SPD, en zes maanden later bij zijn kandidaatstelling als premier, zelf ter sprake gebracht. Prominente SPD'ers en CDU'ers hebben zich al achter hem opgesteld. De voorzitter van de commissie die de Stasi-dossiers onderzoekt, Gauck, heeft al verklaard dat zijn commissie niet gebleken is dat Stolpe (wiens dossier onvindbaar is) ooit Stasi-medewerker was of anderen met inlichtingen in gevaar heeft gebracht. De secretaris-generaal van de Beierse CSU, Erwin Huber, vindt echter dat hij als premier moet aftreden. “Pijnlijke zelfoverschatting”, zo reageerden vertegenwoordigers van burgerbewegingen op Stolpe's pogingen om destijds iets aan de SED of de Stasi te veranderen.