Schildpadden als sardines naar Tanzania

AMSTERDAM, 20 JAN. Voor de 465 schildpadden die zaterdag naar Tanzania werden teruggebracht was het vliegcomfort zonder twijfel groter dan op de heenreis. Maar het blijft Economy Class: medewerkers van de reptielenzoo Iguana die de inscheping verzorgen, leggen de dieren als briketten op planken, laag na laag. “Hier is een hoekje over. Heb je nog een kleintje?” Daarna worden de schildpadden met stro afgedekt en de kisten dichtgetimmerd.

De dieren zijn de overlevenden van een zending van 800 schildpadden, die in maart vorig jaar werd onderschept op doorreis naar Los Angeles. P. Rienstra, een medewerker van het "dierenhotel' van Schiphol, vond de dozen waarin de schildpadden waren verpakt indertijd opvallend zwaar. De Algemene Inspectiedienst (AID) werd erbij geroepen en ontdekte dat de beesten “als stenen in de kist gestort waren”, aldus Rienstra. “Ze moeten stevig op de deksel hebben gestampt, want de kisten stonden bol”.

Van de pannekoekschildpadden, die een zacht schild hebben, was meer dan de helft verpletterd. De stevige panterschildpadden waren er relatief beter aan toe. In hun tijdelijk onderkomen, de reptielenzoo Iguana in Vlissingen, stierven er nog zo'n veertig aan interne kneuzingen, ziektes en ondervoeding, want de verzenders hadden het gewicht van de lading gedrukt door de beesten wekenlang niet te voederen.

Het terugsturen van de schildpadden heeft bijna een jaar geduurd. Eerst lag Tanzania dwars. Daarna betwijfelde een werkgroep van het ministerie van landbouw en visserij of de reptielen nog overlevingskansen hebben in de vrije natuur. Het Wereld Natuurfonds dacht van wel, en kreeg uiteindelijk zijn zin. De schildpadden zullen naar verschillende locaties in Tanzania worden gebracht, waarna het Mweka College of Wildlife Managment de dieren verder zal volgen. Daartoe zijn alle schildpadden genjecteerd met microchips. Door met een zendertje op de schildpadden te richten, kan men de serienummers van de chips aflezen.

De schildpadden werden zaterdag in een verwarmde vrachtwagen naar Schiphol gereden, waar ze nog vijf uur moesten wachten op hun lijnvlucht naar Tanzania. Volgens toeziend inspecteur T. Schleedoorn van de Algemene Inspectiedienst (AID) is het incident met de 800 schildpadden een uitzondering: “We hebben een strenge reputatie, dierensmokkelaars mijden Schiphol”, vermoedt hij. Het economisch denken van de verzenders blijft Schleedoorn een raadsel: “Een paar dozen schildpadden extra kost je misschien 20.000 gulden aan vervoerskosten, maar met driehonderd dode schildpadden verlies je 120.000 gulden.”

Eind vorig jaar heeft de AID nog een andere partij panterschildpadden onderschept. “Ze waren verborgen in een lading kameleons. Die worden als wijnflessen in aparte vakjes vervoerd. Wij noemen zo'n zending een "Doos van Pandora', want als je zo'n doos opent vliegen de kameleons je om de oren. De smokkelaars rekenen erop dat de AID alleen even een hoekje opendoet om te controleren of de lading klopt, maar door het gewicht van de doos kregen we argwaan. In de middelste vakken zaten de panterschildpadden.”

Hoe het in Tanzania ook afloopt met de 465 schildpadden, het aantal dat jaarlijks illegaal naar Europa wordt geëxporteerd is vele malen groter dan deze retourzending, zo vermoedt Schleedoorn: “We weten dat de prijs van panterschildpadden dit jaar sterk is gedaald. De belangstelling is nog steeds groot, dus is dat een indicatie dat de markt wordt overspoeld. Als het niet via Schiphol binnenkomt, dan wel via andere Europese havens en vliegvelden.”