Omwenteling in kernploeg na Europese titelstrijd

HEERENVEEN, 20 JAN. Het Europees kampioenschap schaatsen anno 1992 was bij de mannen niet alleen het toernooi van Falko Zandstra maar bovenal ook het gala der debutanten. In het kielzog van de ongenaakbare Fries verraste een andere nieuwkomer, zijn provinciegenoot Rintje Ritsma, met een derde plaats. Derhalve vond er een omwenteling plaats in de Nederlandse kernploeg: de Haagse bluf (Veldkamp, Bos en de afwezige Van der Burg) werd verdrongen door de Friese nuchterheid (Zandstra, Ritsma).

In de aanloop naar het EK uitte Bart Veldkamp - door een matige tien kilometer op de vijfde plaats in het eindklassement blijven steken - nog kritiek op juniorencoach Leen Pfrommer. Hij zou in zijn ogen niet meer van deze tijd zijn qua discipline en trainingsaanpak. De stayer kreeg bijval van andere kernploegleden en de geschrokken bestuurders van de schaatsbond, die in de "afgezwaaide' legerofficier de logische opvolger zagen van de vertrekkende Ab Krook, haastten zich om met het oog op de Winterspelen een radiostilte af te roepen over het onderwerp. Pfrommer is nu uit beeld geraakt voor de functie die hem op het lijf is geschreven. Hij zal er gezien zijn achtergrond ongetwijfeld een strak regime op na houden maar hij heeft zijn vakmanschap al voldoende bewezen ten tijde van Ard Schenk en Kees Verkerk.

Uitgerekend Pfrommers grote opposant Bart Veldkamp (“als hij komt stap ik uit de kernploeg”) werd in de Thialf-tempel gepasseerd door twee jongeren die recent zijn afgeleverd door de geroutineerde coach van Jong Oranje. Al moet gezegd worden dat Rintje Ritsma, vorig seizoen bij de kernploeg nog het vijfde wiel aan de wagen, pas echt tot ontplooiing is gekomen onder de hoede van Ab Krook. In de loop van 1991 ging de negentig kilo zware schaatser plotseling goede resultaten boeken op de lange afstanden. Maar de basistechniek en het schemarijden moet hij toch weer bij Pfrommer hebben opgedaan.

Zandstra is jarenlang tegen de wil in van Krook uit de wind gehouden door Pfrommer. Het ging de coach erom dat de tweevoudige wereldkampioen bij de junioren op het juiste moment zou worden gebracht en dat gebeurde dus ook, getuige zijn opzienbarende krachtexplosie tijdens de tien kilometer, de afstand die hij pas voor de achtste keer in zijn leven schaatste. Zandstra wilde zich gisteren, in de euforie kort na de ereronde in de arreslee, niet bemoeien met de opvolging van Krook (“geen commentaar”), maar hij liet zich wel degelijk positief uit over zijn leermeester. “Ik heb van Pfrommer veel opgestoken. Hij heeft me mijn luiheid afgeleerd. Ja, met zijn "straftrainingen.”

De allrounders hebben in Zandstra een kampioen voor het heden en de toekomst. De vorig jaar onoverwinnelijk geachte Johann Olav Koss blijkt toch niet zo onaantastbaar. De Noorse spierkolos verliest al het hele seizoen ten opzichte van Zandstra en Ritsma tienden van seconden op de vijfhonderd meter. Zo ook het afgelopen weekeinde in Heerenveen. Op de vijf kilometer kan Koss de schade enigszins inhalen, maar tijdens de schaatsmijl loopt hij opnieuw een achterstand op. Op de tien kilometer moet hij dan een forse kloof overbruggen. En dat werd gisteren een onmogelijkheid toen Zandstra zich ook ontpopte als een goede stayer. Opgezweept door het altijd fanatieke, clowneske publiek kreeg hij vleugels in de achtervolging op zijn tegenstander Geir Karlstad. Met 13.52,65 verpulverde hij zijn persoonlijke record (14.01,63) en liet bovendien een nieuw Nederlands record noteren. Koss wist hem met 13.52,02 nog wel te overtreffen, maar niet met de veertien seconden die nodig waren om opgelopen averij te herstellen.

Zandstra verbaasde niet alleen Koss, maar ook zichzelf. Zaterdag moesten journalisten hem nog inprenten dat hij wel degelijk titelkansen had. Zandstra vreesde toen zelfs nog te worden gepasseerd door Veldkamp, die op hem 22 seconden moest goed maken. “Ik ga nu al uit van een nederlaag. Ik hoop dat ik bij de eerste drie eindig”, sprak de 20-jarige Fries angstig, ofschoon hij ook op dat moment de ranglijst fier aanvoerde. Krook maakte zich zorgen over een psychische en fysiologische belasting. Maar Zandstra had zichzelf een onbevangenheid aangepraat, die hem de volgende dag in de buurt van het wereldrecord bracht.

De vraag is natuurlijk of Koss zich in Heerenveen heeft gespaard voor de Winterspelen. De Noor had al een Europese titel op zak en voor hem moet eremetaal in Albertville van grotere waarde zijn. Veldkamp over de student medicijnen: “Ik heb het idee dat hij een leuk spel heeft gespeeld. Zijn explosie komt op de Spelen. Ik heb de Noren hier zelfs 's ochtends voor de wedstrijden nog zien trainen. Nee, het wordt in Albertville nog heel lastig voor ons om Koss van het lijf te houden.” Lijnrecht daar tegenover staat de mening van Ritsma: “Als je de videobeelden van dit jaar en vorig seizoen vergelijkt rijdt hij technisch gewoon minder. De kracht bij de afzet is zwakker geworden. Koss heeft dit seizoen van ons al eerder een draai om zijn oren gehad (tijdens wereldbekerwedstrijden, red.). En op een EK speel je geen verstoppertje.”

Hoe het ook zij, de Nederlandse mannenschaatsploeg moet op de Winterspelen de matige prestaties van Calgary ('88) en Sarajevo ('84) kunnen overtreffen. Op de 1500 meter gloort er goud voor Zandstra. Op de vijf kilometer zullen Visser en Veldkamp de strijd aangaan met Koss en dat lijkt op voorhand geen hopeloze affaire. Op de tien kilometer zijn de Noren het meest kansrijk met weer Koss én Karlstad. Vunderink (geen deelnemer op het EK allround) , Veldkamp en Bos zullen in supervorm moeten steken om de Noren daar van de eerste plaats af te houden.

Dat besef had ook kernploegcoach Ab Krook. “Op de tien kilometer bezetten de Noren hier toch weer de eerste twee plaatsen. Ze zijn best heel sterk bezig. Het is wel grappig dat wij de Nederlandse recordhouder op die afstand, Falko Zandstra, niet zullen inzetten. We moeten toch een beetje zorgvuldig met deze jongen blijven omgaan. In Albertville schaatsen we buiten, heb je te maken met factoren als de elementen en dat is toch heel anders rijden dan in een hal.”

Ziet de toekomst van het Nederlandse mannenschaatsen er florissant uit, bij de vrouwen bestaat er aanzienlijk minder perspectief. Yvonne van Gennip, die voor de lol schaatst zover dat in topsport tot de mogelijkheden behoort, blijkt nog steeds de beste Nederlandse allroundster. Op het EK moest ze genoegen nemen met een vierde plaats, maar er had meer ingezeten als ze tijdens de drie kilometer voluit was gegaan. Ze verraadde zichzelf door de voorlaatste ronde 35.5 seconden te rijden en de laatste vierhonderd meter te voltooien in 34.0. Kernploegcoach Arie Koops was woedend, omdat hij een man is die niet tegen zijn verlies kan. De nonchalance waarmee Van Gennip vervolgens over het EK sprak (“jammer dat ik geen derde ben geworden, maar ik heb hier wel lekker gereden”) irriteerde de jonge schaatstrainer ook al zichtbaar. “Yvonne is nu wakker geschud. Ze moet in staat zijn op de Spelen een medaille te pakken. Van Gennip heeft op de titeltoernooien nooit gestrooid met goud. Ze is echter iemand die vreselijk goed kan pieken. Dat komt op de Spelen van pas,” probeerde hij het maar te vergoelijken.

Koops kon schermen met een lawine persoonlijke records. Van Gennip brak zelfs het Nederlands record puntentotaal over vier afstanden. Maar de realiteit is ook dat de kloof tussen de ex-Oostduitsen Gunda Niemann, die haar titel prolongeerde, en Heike Warnicke (derde) op met name de lange afstanden nog levensgroot is. Bovendien heeft nu ook de Oostenrijkse Emese Hunyady zich gemeld voor het ereschavot. De Hongaarse emigrante, die in Wenen onder hoede kwam van de Poolse trainer Maruch Stanek en vervolgens ook in de zomer serieus ging trainen, blijkt met haar professionele instelling wel in staat de Duitse krachtpatsers naar de kroon te steken. Hoewel Niemann (voorheen Kleemann) toch een klasse apart blijft. Op de afsluitende vijf kilometer koos ze voor “de dood of de gladiolen” en het werden de gladiolen. Een instelling waar de giechelende Nederlandse rijdsters een voorbeeld aan kunnen nemen. Afgaande op de resultaten van het EK, komt de equipe van Koops in Albertville niet verder dan een paar bronzen medailles. Tenzij er bij Yvonne van Gennip nog een Olympisch vlammetje brandt, dat in Albertville weer miraculeus hoog oplaait.