Oek de Jong vormt hoogtepunt van slot Story International

ROTTERDAM, 20 JAN. Met een Vlaams-Nederlands programma werd gisteren het tweede Story International Festival afgesloten. Althans, zo was het in het programmaoverzicht aangekondigd, en zo dacht waarschijnlijk ook iedereen die aan de kassa van het Bibliotheektheater een kaartje kocht. De werkelijkheid was anders. Afgezien van Geert van Istendael, die tijdens het festival ook een deel van de presentatie voor zijn rekening nam, had de Vlaamse delegatie zich op het laatste moment ziek gemeld. Zowel Leo Pleysier als Walter van den Broeck hadden, naar ze zeiden, met griep te kampen. In hun plaats verscheen nu de Rotterdammer Jan Koonings (1932) op het toneel die herinneringen voorlas uit de tijd dat hij zondags in de kerk Dick Bos-boekjes las.

Het wegvallen van de twee Belgen op een speciale Vlaamse-Nederlandse middag was in zekere zin symptomatisch voor wat er aan het hele Story-festival mankeerde. Er waren teveel afzeggingen en er zat te weinig lijn in wat er van het programma overbleef. Ook al waren de meeste schrijvers die tijdens de vijf avonden en twee middagen van het festival voorlazen, op zichzelf vaak de moeite van het luisteren waard, hun aanwezigheid maakte soms een erg willekeurige indruk.

Je kreeg het gevoel dat de organisatie bij de voorbereiding in de eerste plaats het eigen adressenboekje had doorgebladerd. Want waarom was uitgerekend de dichter Adrian Henry de enige Engelsman op dit prozafestival? Waarom was de volstrekt onbekende Peter Maiwald de enige Duitser? Waarom waren er, na de afzeggingen van Tahar Ben Jelloun en Jean Rouaud, geen andere Fransen gekomen? Waarom ontbraken de Oosteuropeanen vrijwel geheel en waarom waren er weer wel twee Chinezen? En waarom kon er in het één uur verderop gelegen Antwerpen geen enkele Belgische schrijver gevonden worden om een van de paradepaardjes van het festval te redden, zodat een gemoedelijke Rotterdammer die tijdens het festival al eerder had voorgelezen, het ontstane gat moest vullen?

Uit het programmaboek blijkt dat er aanvankelijk vooral naar eén verbindende element gestreefd is. Als thema was dit jaar "Roots' gekozen. De Nederlandse schrijfster Marion Bloem zou tijdens een serie workshops met een tiental geselecteerde festivaldeelnemers gesprekken voeren over de identiteit van een schrijver. Hoe belangrijk is de taal die je spreekt, wat krijg je mee van je ouders, en wat betekent het als je je later in een ander land vestigt?

Het ambitieuze project leed echter al meteen op de eerste middag schipbreuk. De opzet die Bloem, van huis uit klinisch psychologe, had bedacht wekte vanaf het begin bevreemding bij sommige deelnemers. Bloem wilde dat iedereen eerst zijn eigen verhaal opschreef, en dat men zich daarna zou inleven in een ander, maar de buitenlandse gasten voelden daar niets voor. De een na de ander verliet al de eerste keer de workshop.

Om nog iets te redden werd toen gekozen voor een pragmatische oplossing. Zaterdagavond, tijdens de presentatie van het Rootsproject, zou iedereen een kort tekstje over zichzelf of over een ander voorlezen en daarna zou er een discussie volgen. Maar zelfs dat bleek al te veel gevraagd. De Israeliër Yoram Kaniuk eiste, vanwege zijn bijzondere situatie, een veel langere spreektijd dan de rest. Met het gevolg dat niemand nog zin om meer te zeggen dan wat hij zou voorlezen. Binnen een uur was de hele presentatie van het Rootsproject voorbij.

Hoogtepunt gistermiddag was zonder twijfel Oek de Jong, terug van weggeweest, die in drie kwartier zijn novelle De Geit voorlas, over een jongetje dat uit varen gaat met een sprekende geit. Het verhaal is indertijd geschreven als nieuwjaargeschenk van Meulenhoff, maar tot nu toe werd het niet in de handel gebracht, zodat het gisteren voor het eerst aan de buitenwereld werd prijs gegeven.

Het opmerkelijkst programma-onderdeel was het door muziek begeleide optreden van Ira Bart, eveneens uit Rotterdam. Zij droeg een verhaal voor uit haar recente bundel Het laatste landschap, gebaseerd op ontmoetingen met de dichter Duoduo. Als medewerkster van Poetry International moest zij twee jaar geleden de Chinese dichter van het vliegveld halen. Hij sliep vervolgens in haar huis en al gauw ontstond er een uitzonderlijke band tussen haar en haar gast. Het was de enige bijdrage waarin het denken over "Roots' een nieuwe vorm kreeg.