Nieuwe CNV-voorzitter keert "dat Haagse circus' de rug toe

UTRECHT, 20 JAN. Terug naar de basis. Bedrijven kwamen er al eerder achter, maar nu is het ook ontdekt door het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV): “Wil de vakbeweging ook na de eeuwwisseling nog een rol van betekenis spelen, dan moet het roer vrij radicaal om. Met de rug naar Den Haag, nog wel af en toe over de schouder omkijkend, de bedrijven in. Want dáár liggen onze wortels, dáár ligt onze toekomst”, zegt A.A. Westerlaken.

Vandaag heeft het CNV hem officieel aangewezen als opvolger van H. Hofstede, die half juni opstapt als voorzitter van de tweede vakcentrale (321.000 leden) in Nederland. Zelf spreekt Westerlaken (bijna 37) liever niet van een trendbreuk, maar dat er met zijn komst een andere wind opsteekt, lijkt onmiskenbaar.

“We hebben als Nederlandse vakbeweging in het verleden met zijn allen gekozen voor een sterke oriëntatie op politiek-Den Haag. Waarom? Omdat je daar vrijwel alles kon regelen. Maar dat is aan het verschuiven. De overheid trekt zich terug op haar kerntaken en de politiek wil zich beperken tot basisvoorzieningen, waarbij de calculerende burger zelf zijn eigen aanvullende voorzieningen moet treffen”, zegt Westerlaken. Voor hem het sein niet zo veel aandacht en energie meer te steken in “dat Haagse circus”, maar de activiteiten “in bedrijven, op de werkvloer en in de woon- en leefomgeving” nieuw leven in te blazen.

Westerlaken staat “een brede vakbeweging” voor ogen, een belangenorganisatie van mensen die zich “niet blindstaren op de eigen arbeidsvoorwaarden”, maar die ook oog hebben voor het milieu en de toestand in de Derde Wereld. Een platform, tenslotte, dat verhindert dat “de individualisering te ver doorschiet”. Westerlaken: “Als dat geitenwollensokkenpraat of hemelfietserij wordt genoemd, het zij zo. Zelf breng ik het onder de noemer van verantwoordelijkheid.”

De verloren strijd voor behoud van de WAO laat ook op het Utrechtse hoofdkantoor van het CNV sporen na. De interne discussie over de toekomst van de verzorgingsstaat en een nieuwe verdeling van de verantwoordelijkheden tussen overheid en sociale partners is nog in volle gang. Maar de voorstellen die de commissie-Wolfson daarover vorige week aan de PvdA deed, bestempelt Westerlaken alvast als “ouderwets”. De werkgelegenheid opvoeren met loonkostensubsidies, daar kun je volgens hem anno 1992 niet meer mee aankomen.

Nee, dan is hij meer gecharmeerd van het oude idee dat werknemersverzekeringen tegen werkloosheid (WW) en arbeidsongeschiktheid (Ziektewet en WAO) worden overgenomen door werknemers en werkgevers. Dat zou, zegt Westerlaken, tevens de mogelijkheid bieden vakbondsleden méér te laten profiteren van de keuzes die de vakbeweging maakt. “Ik bepleit geen paradijs voor georganiseerde werknemers en een soort zwart gat voor ongeorganiseerden. Maar ik ben wel voorstander van herkenbare voordelen voor georganiseerden, bijvoorbeeld in de vorm van sneller een uitkering, zonder dat de werknemer daarvoor extra premies betaalt. In België kent men dit systeem al langer.” Dat zou ook het ledental mooi opkrikken, voorspelt hij.

De weg die de nieuwe voorzitter wil inslaan - "de bedrijven in' en "versterking van de vakbeweging op lokaal en regionaal niveau' - is nieuw noch origineel. Hij is ook niet van plan CNV'ers massaal terug te trekken uit de talrijke raden van overleg en advies op sociaal-economisch terrein. Maar volgens Westerlaken wordt de koerswijziging wel steeds urgenter, ten minste als de vakbeweging in de volgende eeuw nog een poot aan de grond wil krijgen. “Waarom zijn er zoveel zaken in onze samenleving fout gelopen? Omdat we de verantwoordelijkheid van de mensen hebben weggeorganiseerd. Afwentelen hebben we tot cultuur verheven, of het nu om het milieu gaat, arbeidsparticipatie, of arbeidsongeschiktheid. Daar moeten we mee ophouden”, zegt Westerlaken.

Als we tegenwerpen dat dit allemaal overtuigender was geweest als het wat eerder was bedacht -per slot van rekening liep ook het CNV amper vier maanden geleden nog te hoop tegen de kabinetsplannen om de zuigkracht van de WAO in te dammen - reageert Westerlaken: “Als enige hebben wij er vorig jaar in een brief aan onze vertegenwoordigers in de besturen van de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid op aangedrongen niet langer mee te werken aan het gebruik van de WAO als afvloeiingsregeling”.

Westerlaken, zoon van een boer uit de Bommelerwaard, kwam via de christelijke politiebond ACP in 1986 in het hoofdbestuur van het CNV. Daarin hield hij zich de laatste jaren vooral bezig met sociaal-economisch beleid en coördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid van de zeventien bij het CNV aangesloten bonden. Hij wordt de eerste CNV-voorzitter die geen lid is van het CDA, of zijn protestants-christelijke voorlopers ARP en CHU. Maar dat wil allerminst zeggen dat hij minder hecht aan de “eigen identiteit” waaraan het CNV zijn bestaansrecht ontleent.

Als representant van een nieuwe lichting bestuurders mag hij dan niet zijn belast met de hypotheek van de mislukte fusie met NVV en NKV in 1974, dat betekent nog niet dat hij (alsnog) aansluiting zal zoeken bij 'grote broer' FNV. Wat dat betreft denkt Westerlaken er nog net zo over als zijn meest markante voorganger in de CNV-top, dr. M. Ruppert (voorzitter van 1947 tot 1959), die zei: “Fusering met de FNV is heel goed mogelijk, mits de FNV een christelijke beweging wordt”.

Wel wil Westerlaken “de praktische samenwerking” met de FNV intensiveren. Te lang heeft de vakbeweging zich volgens hem “de luxe van ondoelmatigheid” kunnen permitteren. Zoals in de Stichting van de Arbeid, waarin met werkgevers over tal van zaken wordt onderhandeld. “Meestal vinden we elkaar op slimme formuleringen. Daar gaat dan een glanzend kaftje omheen en vervolgens leunen we als centrale organisaties van werkgevers en werknemers achterover, zonder ons te realiseren dat het eigenlijke werk dan pas begint.” Het verwondert hem dan ook niet dat er, bijvoorbeeld, nog nauwelijks iets terecht is gekomen van het stichtingsakkoord van november 1990 om jaarlijks ten minste 15.000 extra banen te scheppen voor werklozen uit etnische minderheden.

In het overleg over collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) is het, aldus Westerlaken, dikwijls van hetzelfde laken een pak. “Wie de naleving van CAO-afspraken bestudeert, valt van schrik van zijn stoel. Daaruit trek ik twee conclusies: de vakbonden moeten met behulp van hun kaderleden beter toezicht houden op de naleving van de gemaakte afspraken en de onderhandelaars moeten zich serieus afvragen of ze wel de goede afspraken maken en of ze niet wat pragmatischer moeten opereren.”

Het is de hoogste tijd, zegt Westerlaken, “de hypocrisie omtrent dit soort afspraken” te doorbreken. Voor het activeren en vitaliseren van het eigen CNV-kader heeft hij twee jaar uitgetrokken. Gelijktijdig zal een nieuw "visieprogram' - het derde van na de oorlog - worden opgesteld. Hoofdthema wordt, als het aan de nieuwe voorzitter ligt, een soort kruistocht tegen de verschraling waarbij de "C' als inspirerend èn onderscheidend vehikel dient.

Verschraling bedreigt het leven en werken in Europa van twee kanten, meent Westerlaken. “Meneer Timmer van Philips mag best zeggen dat de betrokkenheid van de werknemers groter moet worden, maar hij moet zich geen Japanisering ten doel stellen. De schrikbarend slechte arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in de Japanse bedrijven zouden voor onze voorvaderen eind vorige eeuw al als sociale kwestie zijn gedefinieerd.”

Zijn afkeer van de arbeidsverhoudingen in de Verenigde Staten, die hij vorig jaar bezocht, doet hier nauwelijks voor onder. “De vakbeweging in de VS is afgericht op specifiek eigen belang en absoluut niet meer aanspreekbaar op enige maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een dergelijke Veramerikanisering dreigt ook in Europa. Wij zijn hier ook bezig het vermogen kwijt te raken om mensen aan te spreken op de gevolgen van hun eigen gedrag. Dat moeten we terugwinnen, en als dat niet lukt, als blijkt dat onze leden ook alleen maar een kale service-organisatie willen die uitsluitend kijkt naar de arbeidsvoorwaarden, ja dan moet ik over een jaar of vier, vijf maar bramen gaan plukken.”