Machineroeiers heersen op ergometer

“Je longen branden weg, je spieren verschroeien en je staat op het punt je bewustzijn te verliezen. Op dat moment gaat het pas echt pijn doen.”

Aan het woord is de Britse Olympische roeier Gavin Stewart. Hij vertelt over zijn ervaringen op de roei-ergometer, een meedogenloos apparaat waarop veel roeiers een deel van hun trainingstijd doorbrengen. In 1983 vond in Boston de eerste wedstrijd op de droogroeier plaats. Het was het begin van een bloeiende subcultuur, met een eigen ergo-idioom en een wereldranglijst.

Afgelopen zaterdag nam Stewart deel aan de "European ergosprints' in Amsterdam, een internationale roeiwedstrijd in een sporthal aan de De Boelelaan. De honderd kilo zware en 2.05 meter lange employé van de Bank of England is een sterke kandidaat voor de Olympische acht van de Britten. In Nederland is hij geen onbekende. Hij is de donkere boordroeier die figureert in de leader van Studio Sport. Met spijt in zijn stem constateert hij dat hij veel tijd op de ergometer doorbrengt. “Zeer slaapverwekkend”, zegt hij, “maar het bespaart me de tijd die ik nodig heb voor mijn werk.” Dat is ook de reden voor veel Nederlandse roeiers het ding te gebruiken. Bovendien komt de ergometer van pas als de roeiwateren toegevroren zijn.

De ergotraining mag dan beroemd zijn door haar saaiheid, de wedstrijden zijn berucht vanwege de totale uitputting van de deelnemers. Het publiek kan het kermen en steunen van zeer nabij volgen. Met lange halen brengen de roeiers een vliegwiel op gang. Het aantal omwentelingen wordt op een computerscherm uitgedrukt in fictieve meters. De roeier moet zo 2500 meter bij elkaar trappen en trekken, waarna men meestal schreeuwend van de pijn van het bankje tuimelt.

Deze taferelen leverden de wedstrijd bijnamen op als "de slachting van Valentijnsdag', het koosnaampje voor het jaarlijkse wereldtiteltoernooi in Amerika. Goede machineroeiers worden vaak vergeleken met oermensen en wilde beesten, vanwege de eenvoud van de eisen voor succes. Vooral kilo's, kracht en lengte dragen bij aan een hoge ergometer-score. De tengere, technische fijnproever komt niet aan zijn trekken.

De wedstrijden in Amsterdam werden door de Nederlandse roeibond gebruikt om junioren uit te testen. “Kijken naar efficiëntie en inpasbaarheid in een ploeg doe je in de boot”, zegt Jan Klerks, bondscoach voor de junioren. “Hier kijken we vooral naar vermogen.”

De gewichtigste tegenstander van Gavin Stewart was de Westduitse wereldrecordhouder Matthias Siejkowski, met 103 kilo en 2.04 meter geknipt voor het echte beulswerk. De supertrekker is een kolos met diepliggende ogen, die naar Amsterdam gekomen was voor de premie van tienduizend gulden die gesteld was op de verbetering van zijn eigen record. Siejkowski schaamt zich eigenlijk een beetje dat hij zijn reputatie als roeier op het land gevestigd heeft. Liever zou hij zich kwalificeren voor de Duitse Olympische acht, maar zijn trainingsgenoten nemen dat verlangen weinig serieus.

Zij verbleekten wel bij de explosie van Siejkowski, twee dagen geleden. Hij scherpte met reuzenhalen zijn eigen wereldrecord aan met bijna vijf seconden tot 7.10.7. Een prestatie die respect afdwingt, net als een wereldrecord accu-tillen of dwergwerpen. Stewart moest ruim twintig seconden toegeven op Siejkowski. Hij haastte zich na afloop te verklaren dat hij zich spaart voor wat hij noemt “het echte werk”, de selectieraces voor Barcelona.“Ik kom hier vooral voor de lol.” Beste Nederlander was Henk Jan Zwolle, de wereldkampioen in de dubbel twee (te water), met een vierde plaats. Olympisch kampioen Ronald Florijn werd zesde.

De enige wereldkampioen op de ergometer die Nederland rijk is, heet Hans de Wiljes (80), een roeier uit Wageningen. Hij bleef op de wereldranglijst Harry Jaggers uit Philadelphia in de categorie zware roeiers 80 tot 89 jaar ruim twee minuten voor. De Amerikaan is overigens de enige tegenstander van De Wiljes.