Japanse premier: mogelijk smartegeld meisjes in Korea

TOKIO, 20 JAN. De Japanse premier Kiichi Miyazawa heeft vandaag andermaal laten doorschemeren dat zijn land mogelijk smartegeld zal betalen aan de duizenden Koreaanse vrouwen die tijdens de oorlogsjaren door het Japanse leger werden geronseld voor seksuele diensten.

Miyazawa, die vorige week tijdens een driedaags bezoek aan Seoul zowel door betogende Koreanen als door de Zuidkoreaanse regering werd herinnerd aan deze pijnlijke episode uit de geschiedenis en zijn excuses aanbood, zei dat Zuid-Korea zijn eis voor schadevergoeding niet duidelijk genoeg naar voren had gebracht, aangezien de twee landen in 1965, toen diplomatieke betrekkingen werden aangegaan, hadden afgesproken dat Seoul voor geen enkele kwestie meer compensatie zou krijgen. “Dit betekent niet dat de zaak is afgedaan”, liet Miyazawa vandaag weten. Hij voegde er aan toe geschokt te zijn door de reacties in Seoul: “Het is een ondraaglijk probleem voor de Zuidkoreanen”.

De uitlatingen van Miyazawa staan haaks op die van zijn kabinetssecretaris, Koichi Kato, die, eveneens vandaag, zei dat Tokio geen compensatie zal betalen aan de Koreaanse vrouwen. Waarnemers menen dat Kato het oude standpunt van Tokio weergaf, een opstelling die door de reis van Miyazawa zou zijn veranderd.

De omvang en wreedheid van de seksslavernij, tijdens de Japanse bezetting van het Koreaanse schiereiland tussen 1910 en 1935, is pas de laatste maanden aan het licht gekomen door het openen van archieven in Tokio en door getuigenverklaringen van Koreaanse vrouwen. Tussen de 70.000 en 200.000 vooral jonge meisjes werden destijds gedwongen als "troostmeisjes' te fungeren voor Japanse militairen. Veel meisjes overleefden de oorlog niet.