Gordijnen

“Maar waarom deden de Nederlanders vroeger hun gordijnen 's avonds wel dicht, en nu niet meer?”, vraagt D.C. Steures uit Leiderdorp (NRC Handelsblad, 13 januari). Het antwoord ziet hij - in navolging van Marc Chavannes en J.H. van den Berg - in het wegvallen van de ontzuiling en de opkomst van de nieuwbouwwijken.

Deze theorie is niet al te stevig verankerd in de feiten. De in 1933 met zijn gezin uit Duitsland gevluchte journalist Gerth Schreiner schreef al in die jaren in zijn boekje "Wij leven in Holland', dat “de strenge afgeslotenheid van de Hollandsche woning... in een merkwaardige tegenstelling (staat) tot het feit, dat men van buiten af dwars door de meeste huizen heen kan kijken”. En voorts: “Wandelt u nu door een woonbuurt van de een of andere Hollandsche stad, dan kunt u zien, dat de huizen niet slechts van buiten, maar ook van binnen op elkaar lijken. Want de menschen, die zich op alle mogelijke manieren in hun woning zoo streng van de buitenwereld afzonderen, hebben de gewoonte de gordijnen niet dicht te trekken.” Zelfs niet in de avonduren.

En dat de gordijnen niet pas sinds de jaren vijftig van onze eeuw open zijn kan voorts blijken uit de reisbeschrijving van de Fransman de Pilati - "Voyage de la Hollande' - uit de tweede helft van de achttiende eeuw, door Schreiner geciteerd. Het valt De Pilati op, dat de mensen op straat zo rustig zijn. En hij vervolgt: Hier is alles rustig. En zo is het ook in de huizen zelf. Haast iedereen woont gelijkvloers, de voorbijgangers kunnen zonder moeite de mensen zien, die zich in de kamers ophouden. Ik heb dat dikwijls waargenomen. De mannen zitten er met de pijp in de mond, de vrouwen met de koffiepot of de theestoof naast zich.

Overigens werd ook al in de jaren dertig gespeculeerd over het waarom van deze merkwaardige tentoonstelling der woning en van de samenleving daarin. Sommige spotters, zo schrijft Schreiner, menen, dat er zakelijke redenen voor bestaan: iedereen kan er zich op die manier van overtuigen dat hij met een fatsoenlijke familie te maken heeft, die volgens de regels van het land is ingericht en die men dus krediet kan geven. Anderen menen dat de open gordijnen een meer pedagogische waarde hebben: omdat zij slechts door een dunne glazen wand van de straat gescheiden zijn moeten de leden der familie - die allen persoonlijkheden-met-eigen-opvattingen zijn - ervan afzien een openlijke ruzie te laten uitbreken.