Gelukkig kreeg Lubbers niet altijd internationale aandacht

Ter evaluatie van het Nederlandse voorzitterschap van de EG werpt professor M.C. Brands in NRC Handelsblad van 16 januari een paar behartenswaardige vragen op. Had Wim Kok met zijn grote draai ten aanzien van de WAO niet een half jaar kunnen wachten? Maakt men optimaal gebruik van zijn ambassadeur in Parijs door deze langdurig naar het slagveld te sturen? Waar blijven voorstellen tot een snellere constitutionele inzetbaarheid van de minister-president?

Wat het laatste punt betreft mag men zich toch afvragen of ons werelddeel er zoveel beter bij had gelegen als Lubbers meer armslag had gekregen. Brands noemt de premier "een meester op het Europese wapen'. Lubbers is ongetwijfeld een goed diplomaat, ook in die zin dat resultaat bij hem zwaarder telt dan het gehalte daarvan. Intussen mogen we niet geheel vergeten dat hij in de afgelopen jaren over het handhaven van de Europese grenzen en over onderhandelen met Saddam Hoessein dingen heeft gezegd die gelukkig internationaal geen of weinig aandacht hebben getrokken. Bovendien moeten we ons realiseren dat de ideeën van onze minister-president over Europese integratie vaak dichter bij die van Mitterrand liggen dan het Nederlandse parlement lief is.

Brands knoopt aan bij "Zwarte Maandag', toen in Brussel het Nederlandse voorstel voor een Europese Politieke Unie van tafel werd geveegd. Dat voorstel onderscheidde zich in twee opzichten: democratisering van de Wetgevende macht op Europees niveau en invoeging in de Gemeenschap van de samenwerking op intergouvernementele basis rond binnen- en buitenlandse politiek. Wat de democratisering betreft heeft Brands op deze pagina al eerder laten blijken deze niet zo urgent te vinden. Dat is ieders goed recht. Hetzelfde is trouwens te proeven bij Lubbers. Veel verder gaan wat dit betreft Mitterrand, die onlangs voor de tv bepaald lacherig deed over het democratisch deficit, en Kok, die weinig uitleg heeft besteed aan zijn blauwdruk voor een EMU, waar met name op economisch gebied het democratische gat sterk is vergroot.

Ook de invoering van buitenlandse politiek en vreemdelingenzaken in de Gemeenschap was blijkbaar van de meeste partners te veel gevraagd, wat overigens iemand als Mitterrand niet verhindert om, wanneer hij het in dit verband over de Twaalf heeft, telkens het woord Gemeenschap in de mond te nemen.

Terug naar Zwarte Maandag. Brands wekt de indruk dat Lubbers zich, behalve door de WAO, ook door constitutionele scrupules heeft laten weerhouden van bemoeienis met de interdepartementale coördinatie en het internationaal lobbyen. Wat die tijdige coördinatie betreft: hier was de premier in het geheel niet geremd. Integendeel, dit is zijn grondwettelijke taak. En waar het gaat om internationale initiatieven leert de praktijk dat hij niet altijd zo verlegen is. Zo kwam het energiehandvest als vrijwel complete verrassing uit zijn koker.

Wanneer Lubbers zich niet spontaan met een dossier inlaat, hoeven we niet altijd in de eerste plaats te denken aan zijn constitutionele geweten, zoals Brands wil. Ook denkbaar is dat hij zich liefst verre houdt van onderwerpen waar weinig eer aan is te behalen. Ofwel omdat het weerbarstige materie betreft (Joegoslavië) ofwel omdat zijn ideeën afwijken van die van het Nederlandse parlement.

Over het onderbrengen van de portefeuille van Dankert (binnenlandse coördinatie van EG-beleid) naar het ministerie van Algemene Zaken valt natuurlijk te praten, hoewel het probleem in de aanloop naar Maastricht niet was dat Lubbers verstoken bleef van informatie. Ook kunnen we de minister-president een eigen verantwoordelijkheid tegenover het parlement geven voor wat hij met zijn collega's van de Twaalf doet aan buitenlandse politiek. Maar lost dit veel op? Een eerste voorwaarde voor invloed in Europa is immers een duidelijke articulering van de Nederlandse gezichtshoek en van de internationale prioriteiten die daaruit voortvloeien. De meeste na-oorlogse minister-presidenten waren op dat punt bepaald niet beter beslagen ten ijs dan hun ministers van buitenlandse zaken.