Geen vaste norm voor ergonomische eisen; Minder sjouwen kan duizenden kapotte ruggen schelen; Machines vaak niet aangepast aan de lengte van de mensen

AMSTERDAM, 20 JAN. De door het kabinet voorgestelde bonus/malus-regeling voor de WAO deugt niet. Wil je werkgevers werkelijk stimuleren om iets aan de preventie van arbeidsongeschiktheid te doen, dan moet je beloning en straf koppelen aan de inspanningen die de werkgever levert, niet aan de resultaten daarvan. Dat vindt Key Poll, als ergonoom verbonden aan het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA).

“Bij een brandverzekering kijk je ook naar hoe men zich inspant om brand in de toekomst te voorkomen, niet hoeveel brand er in het verleden is geweest”, vergelijkt Poll. “Als je extra voorzorgsmaatregelen neemt krijg je korting op de premie.” Volgens hem zou een dergelijk systeem ook voor de WAO zinvol zijn. Werkgevers die arbeidsomstandigheden verbeteren en bij investeringen advies inwinnen over ergonomische aspecten, zouden dan een korting op de WAO-premie moeten krijgen.

Maatregelen om ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen door de kwaliteit van het werk te verbeteren kunnen op verschillende niveaus worden genomen. Maatregelen in de sfeer van normstelling zijn niet altijd gemakkelijk door een werkgever te beïnvloeden, maar ze hebben wel veel effect. Wanneer men in de bouw voortaan met zakken van 25 kilo sjouwt, in plaats van met zakken van 50 kilo, scheelt dat na verloop van tijd duizenden kapotte ruggen.

De organisatie van de arbeid en het ontwerp van de werkplek zijn in elk geval wel direct door de werkgever te beïnvloeden, zij het dat dit niet van de ene dag op de andere gaat. Taakverrijking is een manier om saaie, eenzijdige functies aantrekkelijker te maken, en daardoor ook het verzuim te verminderen. Bij een waterleidingbedrijf klaagden de fitters bijvoorbeeld voortdurend over hun rug en over de opzichters. Die fitters doen dag in dag uit, jaar in jaar uit hetzelfde werk. Poll: “Wat ze daar hebben gedaan is de chefs afschaffen. Een groep fitters is nu zelf verantwoordelijk voor een wijk.” De oudste fitter fungeert daarbij als primus inter pares. Een minder verregaande manier om het werk afwisselender te maken is functieroulatie.

Sommige functies zijn door automatisering zo saai geworden dat ze alleen nog maar stress en frustratie veroorzaken. Het is dan ook nuttig je af te vragen hoever je moet gaan met automatiseren, aldus Poll: “Bij een drukkerij die ging automatiseren moest iemand bij het bedieningspaneel blijven staan. Waarom hem dan niet ook de inkt laten mengen, dan wordt zijn werk wat interessanter. Na een discussie in de ondernemingsraad is toen besloten om het inktmengen niet te automatiseren.”

Ergonomische aanpassingen kunnen zowel betrekking hebben op de ruimte waarin wordt gewerkt als op de werkplek zelf. Een notoire ziekmaker is tocht. Wanneer alle in- en uitgangen van een fabriekshal aan dezelfde kant zitten, gaat het niet tochten. Belangrijk is dat mensen contact met "buiten' ervaren. Het gebeurt echter nogal eens dat vensterbanken in kantoren zo hoog zitten dat werknemers door het venster alleen de hemel zien. Dat zijn aspecten waarmee al bij het ontwerp van een gebouw rekening moet worden gehouden. Poll: “De afstand tussen ontwerper en gebruiker is ontzettend groot. Ik heb gevallen meegemaakt van een architect die nooit was wezen kijken in een fabriek waarvoor hij een ontwerp maakte.”

Aan de werkplek zelf valt ook veel te doen om ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Van belang is bijvoorbeeld dat iemand op een voor hem juiste hoogte werkt. Poll:“Je verbaast je erover hoe vaak je kapitale machines tegenkomt die je niet kunt aanpassen aan de mensen die eraan werken, zodat zowel iemand van 1.60 meter als iemand van 1.90 er goed mee kan werken.” Het NIA heeft inmiddels tientallen projecten gedaan waarin balies en recepties ergonomisch zijn verbeterd.

Gemakkelijke en onmiddellijk in te voeren verbeteringen van de arbeidsomstandigheden zijn hulpmiddelen als stasteunen voor degenen die lang achtereen staand werk doen - Poll: “Daar zie je er langzamerhand meer van, maar het zouden er honderdduizenden moeten zijn.” - of voetsteunen voor wie op een te hoge stoel zit. Poll: “Dat is weliswaar symptoombestrijding, maar het werkt altijd.” De laatste schakel in de keten is instructie, onder meer om werknemers hun klachten te laten onderkennen. Mensen realiseren zich vaak niet dat de klachten door het werk worden veroorzaakt, aldus Poll.

Hoewel men bij het NIA wel merkt dat de belangstelling voor arbeidsomstandigheden en kwaliteit van arbeid toeneemt - steeds vaker met het argument dat men anders geen goed personeel kan krijgen - is die nog altjd relatief gering. Poll wijt dit in de eerste plaats aan onwetendheid. Maar daarnaast speelt een rol dat men bij de inrichting van een werkplek natuurlijk ook met allerlei andere eisen rekening moet houden. Voor ergonomische eisen bestaan geen normen waaraan men zich per se moet houden, voor eisen op ander gebied, zoals elektrische veiligheid, zijn die er wel. Kema-keur bijvoorbeeld. Poll: “Bovendien zijn mensen gigantisch flexibel. Het is bijna nooit onmogelijk ergens mee te werken.”

Voor direct betrokkenen is het risico vaak moeilijk in te schatten. Wie een bus bestuurt met een te grote afstand tussen het stuur en de pedalen valt niet direct dood neer. Maar als de chauffeur twintig jaar later last van zijn rug krijgt is het niet zelden te laat. En dat het in huis hebben van veel ergonomische deskundigheid ook niet automatisch zaligmakend is, leert een voorbeeld uit het kantoor van het NIA zelf. In de jaren tachtig zijn daar tientallen computers geïnstalleerd, maar men heeft pas onlangs ergonomisch meubilair met in hoogte verstelbare tafels aangeschaft.