Duitsers gedenken uitroeiing van de joden

BONN, 20 JAN. In Villa Am Grossen Wannsee aan de rand van Berlijn is gisteren een permanente tentoonstelling geopend ter nagedachtenis van de miljoenen Duitse en Europese joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. In deze villa werd, vijftig jaar geleden, de "Wannseekonferenz' gehouden, waarin onder leiding van SD-chef Reinhard Heydrich vertegenwoordigers van Hitlers NSDAP, de SS en vijftien ministeries de systematische uitvoering van de al begonnen uitroeiing van de Europese joden - de Endlösung der Judenfrage - afspraken. Dit doodvonnis voor miljoenen, en het plan tot uitvoering ervan in concentratiekampen, kwam 20 januari 1942 als het ware administratief, binnen een uur en zonder enige discussie tot stand, zoals de toenmalige notulist Adolf Eichmann later, in 1961 tijdens zijn proces in Israel, verklaarde.

Gisteren, bij de opening van de Holocaust-Gedenkstätte in de Wannsee-villa wees Bondsdagvoorzitter Rita Süssmuth op herlevend antisemitisme en racistische waanvoorstellingen zoals die vorig jaar in het verenigde Duitsland bleken uit ruim 3.000 meer of minder ernstige aanslagen op asielzoekers en andere buitenlanders en hun woonoorden. Zij sprak van een “toetssteen” voor de Duitse samenleving en zei te hopen dat de Wannsee-villa een plaats wordt waar jeugd uit de geschiedenis komt leren, zeker nu volgens recente opiniepeilingen een meerderheid van de Duitsers liefst een streep onder herinneringen aan het nazi-verleden zou willen zetten. Eberhard Diepgen, burgemeester van Berlijn, en Heinz Galinski, voorzitter van de centrale joodse raad in Duitsland, lieten zich in gelijke zin uit. Galinski waarschuwde ervoor om in het hedendaagse Duitse debat het unieke karakter van de misdaden van Hitler-Duitsland te relativeren of “te vernevelen” door vergelijkingen te maken met de terreur van het Sovjet-stalinisme.

Voor de Duitse televisie kritiseerden de afgelopen dagen onder anderen de romancier Ralph Giordano en Simon Wiesenthal het dat de vervolging van veel "nazi-daders' na de oorlog in de Bondsrepubliek niet, of pas heel laat, is geschied en een meerderheid van de Duitse bevolking nu niet bereid is om Auschwitz evenzeer als deel van haar geschiedenis te zien als Beethoven en Bach en Goethe en Schiller. Wiesenthal bepleitte snelle wereldwijde actie om - “zolang dat biologisch nog kan” - de oorlogsmisdaden van circa 900 nog levende Europese nazi-collaborateurs te vervolgen.

Kanselier Helmut Kohl citeerde zaterdag in een schriftelijke verklaring een woord van Galinski: “Om de mensen ervan bewust te maken hoe waardevol de democratie is, is het ook belangrijk om hun het vergeten te verhinderen”.

De villa "Am Grossen Wannsee nr. 58/60' heeft veel van de bewegingen van de Duitse geschiedenis in deze eeuw meegemaakt. De villa werd in 1914 gebouwd voor een Duitse fabrikant, was in de jaren twintig eigendom van een met Hitler bevriende industrieel en ging na nog een aantal tussentijdse eigenaren in 1939 over naar een stichting van de SS, die het als Gästehaus in gebruik had. Na de oorlog waren er eerst Russische, later Amerikaanse militairen ingekwartierd, daarna hield de aan de SPD gelieerde August-Bebelstichting er een paar jaar kantoor voor het een vakantieverblijf voor scholieren werd.

In 1965 stelde de joodse historicus Joseph Wolf voor om er een monument en onderzoeks- en documentatie-instituut van te maken. De toenmalige burgemeester van West-Berlijn, Klaus Schütz, voelde echter niet voor wat hij zag als een “macabere Kultus-stätte” en Eugen Gerstenmaier, destijds voorzitter van de Bondsdag, zei de villa nog liever te willen laten opblazen. Zo duurde het, ondanks langdurige kritiek uit onder meer de joodse gemeenschap in Duitsland, nog 27 jaar voor in de Wannsee-villa afgelopen weekeinde de eerste centrale herdenkingsplaats in Duitsland voor de moord op de joden ontstond.