Castro: contrarevolutionair dient te worden geëxecuteerd

MADRID, 20 JAN. De Cubaanse leider Fidel Castro heeft afgelopen weekeinde besloten dat in ieder geval één van de drie contrarevolutionairen die eind december vanuit Florida naar Cuba overstaken, de kogel dient te krijgen.

Aanvankelijk waren ze alle drie ter dood veroordeeld. Het Hooggerechtshof zette in het geval van de jongste gevangene al eerder de straf om in levenslang en Castro zelf besloot in de nacht van zaterdag op zondag het leven van een tweede man te sparen. Door alleen de 38-jarige Eduardo Diaz de Betancourt voor het vuurpeloton te zetten geeft het staatshoofd een klein beetje toe aan de internationale druk die de laatste dagen op hem is uitgeoefend om gratie te verlenen, maar maakt hij tegelijkertijd duidelijk dat gewapend verzet tegen zijn regime bijzonder hard tegemoet zal worden getreden.

Diaz de Betancourt was al eerder veroordeeld wegens contrarevolutionaire activiteiten en verliet pas vorig jaar illegaal het eiland. Volgens berichten uit Miami zou hij lid zijn geworden van een paramilitaire groep die tussen kerst en nieuwjaar twintig man op Cuba wilde laten landen. Uiteindelijk stelden zich echter slechts drie man beschikbaar, die op 29 december met een motorjacht tot vlakbij de kust van het eiland kwamen en vandaar per rubberboot verder gingen.

Een Amerikaanse journalist heeft vanaf het jacht verslag gedaan van de operatie en verzekert dat de drie zich bewust waren van het risico dat ze namen. Ze hadden plannen om radiozenders, een papierfabriek, een elektriciteitscentrale en andere objecten aan te vallen en waren uitgerust met vuurwapens en explosieven. Al direct bij hun landing op het strand van Cardenas, ongeveer honderdveertig kilometer ten oosten van Havana, werden ze opgepakt.

De groepen in Miami die de verantwoordelijkheid voor de actie opeisen of er door anderen mee in verband worden gebracht, behoren tot het meest rechtse deel van de Cubaanse immigrantengemeenschap. Ze luisteren naar schilderachtige namen als "Organizacion L', "Directorio Insurrecional Nacionalista' en "Asociacion Ideologica Combativa', hun aanhang is gering en ze worden door de rest van de oppositie nauwelijks serieus genomen. De Cubaanse regering heeft in dagbladartikelen en in een televisieprogramma echter geprobeerd de drie arrestanten in verband te brengen met oppositionele groeperingen op het eiland zelf.

Voor de televisiecamera's werd een aantekenboekje getoond dat aan Diaz de Betancourt zou hebben toebehoord en de adressen bevatte van dissidenten als Gustavo Arcos en Elizardo Sanchez. Arcos is vorige week samen met twee medewerkers aangehouden en korte tijd vastgehouden, terwijl het huis van Sanchez twee dagen lang door een woedende menigte werd belegerd die met stenen gooide en verhinderde dat hem en zijn familie levensmiddelen werden gebracht.

Beide mannen zijn ook in het buitenland bekend doordat ze, ondanks verscheidene veroordelingen en jarenlange gevangenschap, weigeren in ballingschap te gaan en nog steeds journalisten ontvangen om over de toestand op het eiland te vertellen. Beide zijn echter ook verklaard tegenstanders van een gewelddadige omverwerping van Castro's regime.

Infiltratiepogingen door contrarevolutionaire guerrilla's waren in het begin van de jaren zestig aan de orde van de dag op Cuba. Destijds functioneerden volkstribunalen die in snelrechtprocedures duizenden doodsstraffen hebben uitgesproken tegen aanhangers van de dictator Fulgencio Batista en andere contrarevolutionairen. Vice-president Raul Castro heeft twee weken geleden, tijdens de begrafenis van drie militairen die bij een mislukte vluchtpoging door landgenoten werden doodgeschoten, gezinspeeld op een herinvoering van deze tribunalen. In verband met deze moord zijn zeven personen aangehouden. Men verwacht in Havana dat ook in het proces tegen hen doodsstraffen zullen worden uitgesproken.